Book 2 Hoofdstuk 5 Flashcards
Beginnen aan
To start with
Beginnen met
To start with
Rekenen op
To count on
Lijken op
To look like
De koningin
The queen
De ruine
The ruin
Stoppen met
To stop doing something
Het optimisme
The optimism
Praten tegen
To talk to
Zich abonneren op
To subscribe to
Zich inschrijven voor
To be interested in
Zich schamen voor
To be ashamed of
Het accent
The accent
De groep
The group
Boos zijn op
To be angry with
Teleurgesteld zijn in
To be disappoibted with
Tevreden zijn over
To be satisfied about
Het witbier
The white beer
Het gat
The hole
Gaan over
To be about (story)
Bezet
Occupied
Te koop staan
To be for sale
Het pilletje
The pill
Het snoepje
The sweet
Zweten
To sweat
Echt
Really
De strandtent
The beach bar
Tegenvallen
To disappoint
Voorlopig
For the time being
Geheimhouden
To keep secret
Het toerisme
The tourism
Bieden
To offer
Te bieden hebben
To have to offer
De dijk
The dike
Iconisch
Iconic
Nergens anders
Nowhere else
Traditioneel
Traditional
De molen
The mill
De windmolen
The windmill
De lijst
The list
Het erfgoed
The heritage
De werelderf-goedlijst
World heritage
De combinatie
The combination
Oer
Primal
Oer-Nederlands
Earliest Dutch
De inwoner
The resident
Nat
Wet
De boot
The boat
Varen
To boat
De boekhandel
The book store
De toerist
The tourist
Missen
To miss
Bouwen
To build
De wandelroute
The scenic route
De tocht
The tour
Ons kleine kikkerlandje
Our little country
De etappe
The stage
Divers
Diverse
Een dag weg
The day out
Een dagje uit
The day out
Eropuit gaan
To go out
Lekker weg in eigen land
A day out in your own country
De dagretour
The day return
Het terras
The terrace
Een terrasje paken
To have a drink on the terrace
Stilzitten
To sit still
Shoppen
To shop
De aandebieding
The offer
De actie
The special
Het arrangement
The package holiday
Uniek
Unique
Sfeervol
Atmospheric
De weekendtrip
The weekend trip
De midweek
The midweek
De stadswandeling
The city tour
De excursie
The excursion
De moeite waard zijn
To be worth it
De aanraader
The recommendation