bezittelijke voornaamwoorden Flashcards

1
Q

mijn mannelijk

A

mein

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

mijn vrouwelijk

A

meine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

onzijdig mijn

A

mein

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

meervoud mijn

A

meine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

jouw mannelijk

A

dien

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

jouw vrouwelijk

A

deine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

jouw onzijdig

A

dein

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

meervoud jouw

A

deine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

zijn mannelijk

A

sein

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

zijn vrouwelijk

A

seine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

onzijdig zijn

A

sein

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

meervoud zijn

A

seine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

haar mannelijk

A

ihr

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

haar vrouwelijk

A

ihre

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

haar onzijdig

A

ihr

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

haar meervoud

17
Q

onze mannelijk

18
Q

onze vrouwelijk

19
Q

onze onzijdig

20
Q

onze meervoud

21
Q

jullie mannelijk

22
Q

jullie vrouwelijk

23
Q

jullie onzijdig

24
Q

jullie meervoudig

25
Q

hun mannelijk

26
Q

hun vrouwelijk

27
Q

hun onzijdig

28
Q

hun meervoud

29
Q

uw mannelijk

30
Q

uw vrouwelijk

31
Q

uw onzijdig

32
Q

uw meervoud