8. Meerlingen Flashcards

1
Q

Meerlingen

Vroege aanwijzingen voor een meerlingzwangerschap?

A
  • Verhoogde HCG-waarden
  • Gewichtstoename
  • Meer ochtendmisselijkheid
  • Meer frequente of eerdere foetale bewegingen
  • Abdomen groter meten van de zwangerschapsduur
  • Ernstige vermoeidheid
  • Meer dan 1 hartslag gedetecteerd met een doppler-systeem
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

meerlingzwangerschappen

welke verwikkelingen en complicaties komen vaak voor?

A
  • 3 op 1000 zwangerschappen: monochoriale tweelingen (één placenta).
  • 15% ontwikkelt TTTS.
  • 25% heeft grootte-ongelijkheid (inclusief SFGR).
  • 3-5% ontwikkelt TAPS.
  • 1% deelt amnionzak (risico op navelstrengverstrengeling).
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Leg uit: Monozygoot?

A

Tweeling ontstaan uit 1 eicel

30 %

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Leg uit: Dizygoot?

A

Tweeling onstaan uit 2 eicellen

70 %

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Waarvoor staat DCDA?

A

Dichoriaal - Diamniotisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Leg uit: DCDA

A

2 afzonderlijke placenta’s, 2 afzonderlijke amnionholtes ( monozygoot of dizygoot )

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Waarvoor staat MCDA?

A

Monochoriaal - diamniotisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Leg uit: MCDA?

A

1 gedeelde placenta, 2 afzonderlijke amnionsholtes ( monozygoot )

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Waarvoor staat MCMA?

A

Monochoriaal - monoamniotisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Leg uit MCMA?

A

1 gedeelde placenta, 1 amnionholte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat bepaalt de risico’s van de meerlingzwangerschap?

A

De chorioniciteit bepaalt de risico’s

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat bedraagt de gemiddelde zwangerschapsduur bij een tweeling?

A

Gemiddeld 36 weken ( preterm )

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoeveel procent van de tweelingzwangerschappen worden < 32 weken geboren?

A

10%

(10 keer meer kans dan bij een-lingzwangerschap )

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is de beste predictor bij vroeggeboorte?

A

Cervixlengte < 20mm

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Interventies om vroeggeboorte te voorkomen?

A

Screening niet nuttig omdat er geen enkele evidence-based interventie is om vroeggeboorte te voorkomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Leg uit: MC.

A

Monochoriale tweeling

Dit is een eeneiige tweeling die 1 placenta deelt. Dit gebeurt wanneer de bevruchte eicel tussen dag 4 en 8 na de bevruchting splitst.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Welke 2 soorten MC. heb je?

A
  • MCDA ‘meest voorkomend’
  • MCMA ‘zeldzaam’
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Bij welke komen de meeste complicaties voor? DC of MC?

A

Bij monochoriale tweelingen

VB: TTTS en TAPS

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Leg uit: Discordante groei?

A

is het verschil in (geschat) geboortegewicht van minstens 25%.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Bij hoeveel procent van de tweelingzwangerschappen is er sprake van discordante groei?

A

12 procent

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Hoeveel procent gewichtsverschil is er gemiddeld tussen de baby’s?

A

gemiddeld 10 procent verschil.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Hoe groot is de kans dat 1 lid van een tweeling een afwijking heeft? En in geval van MC?

A

Dubbel zo groot als bij éénling (want 2 baby’s)

MC: x2-3

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Hoe groot is de kans voor een MC op een ernstig aangeboren afwijking?

A

1/15

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Welke subjectieve klachten treden vaak op bij tweelingzwangerschappen voor moeder?

A
  • misselijkheid / HE
  • Slechte nachtrust
  • Bekkeninstabiliteit
  • Rugpijn
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

Wat zijn nog vaak complicaties bij meerlingzwangerschappen?

A
  • Meer diabetes
  • Ferriprieve anemie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
26
Q

Hoeveel procent van tweelingzwangerschappen ontw. PE?

A
  • 15 procent bij nullipara
  • 5 procent bij multipara
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
27
Q

Hoeveel procent komt zws-hypertensie voor in vergelijking met een eenlingzwangerschap?

A
  • eenling 6 procent
  • tweeling 12 procent
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
28
Q

Wat zijn de risico’s per- en postpartaal bij de meerlingzwangerschappen?

A
  • Meer sectio’s, abruptio
  • Meer PPH en transfusie
  • Fysiek, emotioneel
29
Q

Wat zijn de frequente complicaties van MC-twins?

A
  • TTTS
  • TAPS
  • CO-twinsterfte of cerebrale schade bij IU
    overlijden van 1 twin.
  • Monoamniotische tweelingen
  • TRAP
30
Q

Waarvoor staat TTTS?

A

Twin- tot - Twin TransfusieSyndrom

31
Q

Waarvoor staat TAPS?

A

Twin - Anemie - Polycythemie - Sequentie

32
Q

Waarvoor staat TRAP?

A

Twin Reversed Arterial Perfusion

33
Q

Wat is TTTS?

A
  • complicatie bij eeneiige tweelingen met 1 placenta
  • onevenwicht in bloedstroom tussen de twee baby’s via de bloedbanen in de placenta.
34
Q

Hoe werkt/verloop TTTS?

A
  • Donor baby = “stuck twin”
    = geeft teveel bloed af, krijgt
    daardoor weinig voedingsstoffen en
    Te weinig vruchtwater wat een groeiprobleem
    veroorzaakt. (Oligohydramnion)
  • Ontvanger baby
    = krijgt teveel bloed, wat
    kan hartproblemen en teveel
    aan vruchtwater. (Polyhydramnion)

Pas op! Discordante groei is géén voorwaarde voor diagnose!

35
Q

Wat is het beleid bij TTTS?

A
  • Lasercoagulatie (Lasertherapie om
    bloedvaten te scheiden)
  • na 26 weken eventueel amniodrainage,
    selectieve foeticiede, electieve preterme
    verlossing.
  • echo’s om de 2 weken bij alle MC twins vanaf 16w
  • informeer koppel!
36
Q

Waarom moet TTTS behandeld worden?

A

Het kan gevaarlijk worden voor beide baby’s
- Miskraam
- extreme vroeggeboorte
- MIU
- Handicap

37
Q

Wanneer komt TTTS voornamelijk voor?

A

tussen 16e en 26ste week

38
Q

Wat zijn de overlevingskansen bij TTTS?

A
  • 60 procent overleving beide
  • 85 procent 1 overlevende
39
Q

Wat is het verschil tussen TTTS en TAPS?

A

TTTS beïnvloedt vooral de bloedvolumes en het vruchtwater,
terwijl TAPS eerder een verschil is in Hb en Hct

40
Q

Wat is TAPS?

A
  • complicatie bij eeneiige tweelingen met 1 placenta
  • Lijkt op TTTS, verschillende bloeduitwisseling via zeer kleine verbindingen in de placenta het verloopt langzaam en sluipend.
41
Q

Hoe werkt/verloop van TAPS?

A

Donor baby = ontwikkelt ernstige bloedarmoede ( door te weinig rode bloedcellen )
Ontvanger baby = Krijgt polycythemie → Meer risico op bloedklonters en orgaanschade

42
Q

Wanneer kan TAPS optreden?

A

Tijdens de levensvatbare periode

43
Q

Hoe kan men TAPS ontdekken?

A

Via doppler - echografie
Pieksnelheid van de bloedstroom in de hersenen

44
Q

Wat is de behandeling voor TAPS?

A
  • transfusie anemische twin
  • Wisseltransfusies polycythermische twin
  • Lasercoagulatie
  • na 30 weken electieve partus na
    longrijping
45
Q

Hoeveel van de MC twins ontwikkelt TAPS?

A

1/25

Iets zeldzamer van TTTS

46
Q

Wat gebeurt er bij IU overlijden één twin bij MC?

A

Door gemeenschappelijke bloedcirculatie kan overlevende twin leegbloeden in zijn overleden co-twin.

dubbele sterfte of ernstige hersenschade bij de overlevende twin.

47
Q

Wat zie je bij MC twins bij IU overlijden?

A

Meestal dubbele sterfte

Toch enkele sterfte/ → 1/4 kans op hersenschade bij andere twin

48
Q

IU overlijden

Wanneer is het letsel van de overlevende twin meestal pas zichtbaar?

A

Weken na het overlijden

49
Q

Wat is het beleid igv IU overlijden en enkele sterfte?

A
  • Echo follow up
  • Foetale MRI
50
Q

Wat is intertwinseptum?

A

= wand die twee foetussen van elkaar scheidt in de baarmoeder

–> Bij MCMA is de intertwinseptum afwezig!

51
Q

Hoe MCMA verlossen? Wanneer?

A

Sectio tussen 32 - 33 weken

52
Q

Hoeveel procent van de MC-twins is MCMA?

53
Q

Hoe groot is de kans op een structurele afwijking bij MCMA?

54
Q

Vanaf wanneer wordt longrijping gegeven bij MCMA?

A

Vanaf 28 weken

55
Q

Hoeveel komt MCMA voor?

56
Q

Bespreek discordante groei bij MC

A
  • 12 procent
  • Ongelijke placenta verdeling
  • MIU -> kans dubbele sterfte, hersenschade
57
Q

Besprek discordante groei bij DC

A
  • 12 procent
  • genetisch, verschil in werking placenta
  • Indien 1 lid dreigt te sterven: conservatieve houding
58
Q

Kans op discordante afwijkingen bij MC?

A

Gelijk aan normale zwangerschap

59
Q

Leg uit TRAP?

A

1 lid sterft rond 6 - 10 weken waardoor er een omgekeerde bloeddoorstroming van overlevende pompfoetus naar overleden co-twin gaat. Dit kan leiden tot hartfalen en polyhydramnios bij pomptwin

“Acardiac” twin is een “parasiet” die groeit ten koste van pomptwin

60
Q

Wanneer behandelen van TRAP?

A

Na 16w

Tussen diagnose en behandeling sterft wel 1/3

61
Q

wat bedoelen ze met acardiac twin?

A

crf parasiet, groeit, maar heeft geen HA

62
Q

Hoeveel procent van de MC-twins hebben TRAP?

A

1 procent van de MC-twins

63
Q

Wanneer bevallen met MC zonder complicaties? hoe?

A
  • 36-37 weken
  • vaginaal kan mits goede bewaking
64
Q

Wanneer bevallen met DC zonder complicaties?

A
  • 36 - 37 weken
  • Daarna meer compl, cfr postterm éénling
65
Q

Welke wijzen van bevallen kan er bij een tweeling?

A
  • > 50 procent met sectio in vlaanderen
  • 70 procent vaginaal bij 1ste hoofdligging en indien tweede geen hoofd, dan > 1500gram ( stuit )
66
Q

beleid? bevalling tweeling?

A
  • best clea gezien kans op sectio
  • continu CTG actieve fase
    evt scalpelektrode
  • echo in VK
  • kinderarts en anesthesist
  • indien geen CTS na eerste –> oxytocine
  • K indien 2de hoofd ingedaald is 2de meestal binnen de 30min
  • na bevalling bolus syntocinon tegen PPH
67
Q

Hogere meerlingen? Hoe vaak komt het voor?

A

Drieling 2-3/10000

68
Q

Hoe zit het bij hogere meerlingen met de mogelijkheid tot pathologie?

A

Alle problemen nog ruimer aanwezig.

69
Q

Hoelang is de gemiddelde zwangerschapsduur bij hogere meerlingen?

A

Gemiddeld 33 weken max.