Week 5B: Waardering en risico-analyse Flashcards
Hoe moet je kosten en baten waarderen die geen (markt)prijs hebben? Denk aan natuur, ziekte, dood.
- Lost earnings.
- Willingness to pay.
- Contingent valuation.
Wat houdt de waarderingsmethode ‘lost earnings’ in?
De waarde van een leven wordt gewaardeerd als de contante waarde van het verloren inkomen.
De nadelen hiervan zijn:
1. De mens wordt gereduceerd tot een productiemiddel.
2. Laaggeschoolden zijn dan minder waard dan hooggeschoolden.
3. Arbeidsongeschikten en bejaarden zijn dan niets waard.
Wat houdt de waarderingsmethode ‘willingness to pay’ in?
- Dan wordt er eerst gekeken wat er op andere markten gedaan wordt.
- Denk hierbij aan uitgaven voor veiligheid (verzekeringen) of extra loon voor gevaarlijk werk.
- Je doet dan risico*gedrag.
Wat houdt de waarderingsmethode ‘contingent valuation’ in?
- Hierbij worden de mensen gevraagd naar waardering.
- Hoeveel heeft men over voor het behouden van plant/dier/mens?
Wat klopt er intuïtief niet aan het waarderen van dingen die geen (markt)waarde hebben?
- Monetariseren is moreel gezien onjuist: veel zaken zijn gewoon niet in geld uit te drukken.
- Disconteren is onjuist: de toekomst is ook belangrijk.
Wat zijn de vier fundamentele problemen die Heinzerling & Ackerman hebben met waarderen van dingen die geen (markt)waarde hebben?
- Waardering is onnauwkeurig en ongeloofwaardig.
- Discontering bagatelliseert toekomstige schade en onomkeerbaarheid van problemen.
- Er wordt geen rekening gehouden met rechtvaardigheid en ethiek.
- Het is niet objectief en niet transparant.
Waarom vinden Heinzerling & Ackerman de waardering onnauwkeurig en ongeloofwaardig?
- Ze vinden dat een menselijk leven van onschatbare waarde is.
- Opmerking: ze moeten rekening houden dat het gaat om waarde van risico’s. Er is een belangrijk onderscheid tussen waardering van risico’s en waardering van het leven zelf.
- Dit verschil is door discontering klein gemaakt. - Aan de andere kant hebben ze alsnog gelijk: het risico op verlies van een oneindige waarde is zelf ook oneindig groot.
Daarnaast:
- De waardering is vaak gebaseerd op risico’s voor betrokkene zelf.
- Maar we waarderen ook het leven van anderen, en vaak zijn we onbewust van problemen. Dit maakt onze waardering onnauwkeurig. Bovendien zit er een verschil tussen individuele en collectieve keuzes.
Hoe zijn risico’s en vrijwilligheid gerelateerd? En wat voor rol speelt de context van risico’s?
Stel je voor: drie activiteiten die ongeveer even grote risico’s hebben:
- 20 liter water drinken.
- 1 dag werken in de bouw.
- 1 dag skiën.
Toch zit er een verschil in hoe vrijwillig je iets wil doen. Voor beleid is daarom de context van het risico van belang. Hoe minder vrijwillig iets is, hoe eerder je er iets met beleid aan kan doen.
Wat wordt bedoeld met dat de kosten-batenanalyse een surrogaat voor de markt is en waarom is deze slecht daarin?
Het idee is dat de KBA wordt gebruikt om beslissingen te nemen over projecten/beleid in situaties waar de vrije markt ontbreekt of niet goed functioneert.
In een markt veranderen de prijzen continu, en dat gaat vanzelf. Maar in de KBA moet dat continu bijgehouden worden, en dit is onmogelijk en duur.
Daarom moeten we genoegen nemen met incomplete en inadequate informatie.
Waarom vinden Heinzerling & Ackerman dat de KBA de toekomst bagatelliseert?
Omdat door discontering minder rekening gehouden wordt met de toekomst. Daarnaast wordt er onvoldoende rekening gehouden met rampen en onomkeerbare gebeurtenissen. Dit zorgt ervoor dat er een enorm onevenwichtige afweging tussen heden-toekomst gemaakt wordt. Maar wachten kan problemen erger maken.
Problemen zijn bvb broeikaseffect of uitsterven diersoorten.
Er is wel een oplossing: simpelweg dit soort dingen niet disconteren. Maar dan ontstaat de discussie weer van wat wel of niet gedisconteerd mag worden.
Waarom vinden Heinzerling & Ackerman dat er te weinig rekening gehouden wordt met rechtvaardigheid/ethiek?
De KBA negeert namelijk de verdelingseffecten. Hiermee wordt niet bedoeld ‘wat er is’, maar ‘wie het heeft’.
Welke twee verdelingscriteria zijn er en wat is het verschil tussen deze twee?
Je hebt Pareto-verbetering en Kaldor-Hicks.
Pareto-verbetering: wanneer tenminste 1 persoon erop vooruit kan, zonder dat er iemand op achteruit gaat. In de praktijk is dit onmogelijk, vanwege het aantal mensen. Ook is het niet te meten of onderzoeken.
Kaldor-Hicks: dit is een potentiële Pareto-verbetering. Een project is wenselijk als de totale baten groter zijn dan de totale kosten, zelfs als sommige mensen erdoor verliezen, zolang de winnaars deze verliezers in theorie zouden kunnen compenseren. Maar dit kan ook averechts werken: als de kosten gemeten worden met loonkosten, kan het voordeliger zijn om vervuilende industrie te verplaatsen naar ontwikkelingslanden waardoor de armsten de problemen krijgen. Ook werkt het niet bij mensenlevens.
Het verschil tussen de twee is dat bij de Pareto-verbetering niemand op achteruit mag gaan, en bij Kaldor-Hicks mogen sommigen er wel op achteruit gaan zolang zij gecompenseerd worden.
Hoe kun je de problemen bij Kaldor-Hicks oplossen?
Rawls zegt dat de randvoorwaarde moet zijn dat armen/zwakken er niet op achteruit mogen gaan. Dus: ook al is het saldo positief, als er iemand achteruit gaat moet je het niet doen.
Je kan ook daadwerkelijk gaan compenseren ipv leunen op ‘potentieel’.
Je kan ook additionele maatregelen/beleid maken zodat sommige mensen er uberhaupt niet op achteruit kunnen gaan. Voorbeeld: project airbags, bij een ongeluk kunnen airbags levens redden (vooruitgang). Maar: airbags werken minder goed of averechts wanneer (kleine) kinderen voorin de auto zitten ipv volwassenen, waardoor zij zwaarder gewond raken of zelfs overlijden (achteruitgang). Daarom kan de overheid een verbod opleggen voor kinderen voorin de auto zetten.
Waarom vinden Heinzerling & Ackerman de waardering van dingen die geen (markt)waarde hebben niet objectief/transparant?
De KBA werkt met veel benaderingen en schattingen, vaak met grote bandbreedte. Dit leidt tot sterke vereenvoudiging. Maar de KBA maakt het lang niet altijd zichtbaar dat het om schattingen enzo gaat. Daarom is het niet transparant. Bovendien, als het gaat om schattingen, kun je niet spreken van objectiviteit.
Welke alternatieven geven Heinzerling & Ackerman voor het waarderen van dingen die geen (markt)waarde hebben?
- Technology-Based Approach: hanteer een norm voor vervuiling; pas de beste/meest doelmatige techniek toe.
- Verhandelbare emissierechten: zo kun je doelmatig en doeltreffend emissie beperken.
- Informational Regulation: zo kun je objectiviteit en transparantie oplossen.
Wat valt er onder de multicriteria-analyse?
Drie soorten criteria:
1. Financieel.
2. Niet-financieel, kwantitatief.
3. Niet-financieel, kwalitatief.
Op de volgende manier, met deze criteria in gedachten, moet je kosten en baten waarderen:
1. De kosten en baten in hun eigen dimensie meten.
2. Deze kosten en baten gewichten toekennen op basis van belangrijkheid.
3. Neem risico’s hier ook in mee.
4. Tel de scores op en vergelijk.
5. Kies het alternatief met de hoogste score.
Kun je het multicriteria-analyse systeem zien als een oplossing/alternatief voor de KBA?
Op het eerste gezicht lijkt deze het probleem van de KBA te voorkomen, maar inhoudelijk is er geen enkel verschil. Het is dus geen alternatief!
Welke andere manieren van analyseren geven Heinzerling & Ackerman? (Opmerking: zijn geen alternatief voor KBA)
- Risk Assessment: alleen kijken naar mogelijke uitkomsten en hun waarschijnlijkheid, geen waardering en geen onderscheid in tijd.
- Comparative Risk Analysis/Cost-Effectiveness Analysis:
a. alle varianten om risico te verminderen op een rij.
b. Per onderdeel kosten vermeld.
c. Zoek alternatief met laagste kosten per eenheid en minder risico.
d. Geen geldswaarde baten, maar wel onderscheid in tijd. - Risk-Benefit Analysis: vaak bij medische alternatieven. De baten van bvb therapie worden afgezet tegen de risico’s voor de patiënt.
Welke suggesties voor analyseren heeft de docent gegeven?
- Hanteer wel de KBA, maar niet altijd disconteren.
- Hanteer wel de KBA, maar ook de randvoorwaarde van Rawls.
- Breng alle kosten en baten in hun eigen dimensie in beeld.
- Druk kosten en baten, waarvoor het logisch en haalbaar is, in geld uit. Deze moet je dan disconteren.
* Nu blijft de NCW + niet-financiële kosten en baten over. Deze weeg je af en kies je.
* Maar ook hier gebruik je prijzen en waarderingen, maar dan impliciet. Het is belangrijk dat je laat zien wat je doet.
Hoe ziet de ideale begroting van een groot project eruit?
- Raming: alle kosten en baten moeten meegenomen worden.
- Het saldo moet positief zijn.
- Het parlement moet rationeel beslissingen nemen.
- De uitkomst staat gelijk aan de raming.
In de praktijk worden de geraamde kosten van grote projecten vaak (ver) overschreden. Waarom gebeurt dit?
- Technische oorzaken:
- Imperfecte technieken.
- Inadequate data.
- Vergissingen.
- Gebrek aan ervaring.
- Onzekere toekomst. - Psychologische oorzaken:
- Appraisal optimism (de roze bril)
- Dingen optimistischer zien dan werkelijkheid. - Politieke oorzaken:
- EGAP (Eerst Genoemde Alternatief Positief).
- De politiek raakt ‘gehecht’ aan het eerstgenoemde en nemen later genoemde opties minder serieus. - Economische oorzaken:
- Het publiek belang is belangrijker dan de kosten.
- Eigenbelang.