Week 2B: budget en begroting Flashcards

1
Q

Wat zijn de functies van de begroting?

A
  1. Afweging (allocaties, keuzes).
  2. Staatsrechtelijk: budgetrecht, controlefunctie, etc.
  3. Democratisch; het moet goedgekeurd worden door parlement.
  4. Macro-economisch; met de begroting kan ingespeeld worden op de macro-economie.
  5. Beheren van de financiën.
  6. De begroting moet verantwoord worden.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waar heeft de begroting betrekking op?

A
  1. Input –> uitgaven en ontvangsten.
  2. Prestatie/output/programma.
  3. Outcome/effect
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welke manieren van begroten zijn er?

A
  1. Traditioneel; incrementeel –> op basis van de voorgaande periode, met slechts kleine aanpassingen.
  2. Zero Base Begroten (ZBB): weer vanaf 0 beginnen; alle uitgaven moeten opnieuw beoordeeld worden.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wie stelt de begroting op? En wie moet het goedkeuren?

A

In Nederland:
Het kabinet, B&W, GS etc. stelt de begroting op. Het parlement moet het goedkeuren.

In EU:
De Commissie stelt de begroting op. De meerderheid van het Europese Parlement moet het goedkeuren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn de regels watbetreft begroten?

A
  1. Volledigheid; het moet volledig zijn.
  2. Vergelijkbare maatstaf; op consistente wijze begrotingsposten beoordelen.
  3. Bruto ramen; hou rekening met financieringskosten.
  4. Openbaarheid; wees transparant.
  5. Prealabiliteit; de begroting moet eerst door het parlement goedgekeurd worden voordat het in werking gaat.
  6. Periodiciteit; het moet periodiek herzien worden.
  7. Onderworpen aan controle; het moet gecontroleerd worden.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat houdt periodiciteit in?

A

Meestal is dat jaarlijks. Voor de Rijksbegroting zijn er meerjarenramingen, namelijk elke 4 jaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hoe ziet het begrotingsproces van het Rijk eruit?

A
  1. Voorbereiding: ambtelijk en politiek.
  2. Rijksbegroting; hoofdstukken worden gemaakt die verdedigd worden door een minister. De hoofdstukken bestaan uit:
    - De Koning, Staten Generaal, Hoge Colleges van Staat
    - Departementen
    - Begrotingsfondsen
  3. Miljoenennota is toelichting. Op de Derde Dinsdag van September wordt de begroting aangeboden aan de Tweede Kamer.
  4. Tweede Kamer behandelt per hoofdstuk.
  5. Eerste Kamer behandelt per hoofdstuk.
  6. Uitvoering: verschillende rapportages en notas hierover.
  7. Aan het einde verslaggeving en controles. Ook verantwoording.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Welke soorten begrotingsstelsels zijn er?

A
  1. Kasstelsel (obv betalingen).
  2. Verplichtingen (obv betalingen).
  3. Baten en lasten (obv vermogen).
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe werkt het kasstelsel?

A

Hierin staan uitgaven en ontvangsten. Meestal geen financiering, maar wel de rentebetalingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hoe werkt het verplichtingenstelsel?

A

Uitgaven worden geregistreerd op het moment dat er een verplichting ontstaat, ongeacht of de betaling heeft plaatsgevonden. Dingen zoals betalingstermijnen, uitstel van betaling, vooruitbetaling etc. kan invloed hebben.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe werkt het stelsel van baten en lasten?

A

Dit stelsel is niet gebaseerd op betalingen, maar op vermogensmutaties. Neemt het vermogen ergens door af: een last. Neemt het vermogen ergens door toe: een bate.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is het verschil tussen het kasstelsel en het stelsel van baten en lasten?

A

In het kasstelsel worden uitgaven en ontvangsten geboekt op het moment dat er betaald wordt, ongeacht wanneer de verplichting ontstaan is. In het stelsel van baten en lasten wordt er geregistreerd op het moment dat baten of lasten zich voordoen, ongeacht wanneer de betaling plaats heeft gevonden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn de voordelen van het kasstelsel?

A
  1. Het is simpel.
  2. Het is eenduidig
  3. Inzicht in macro-economische informatie.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn de nadelen van het kasstelsel?

A
  1. Geen inzicht in het vermogen.
  2. Geen inzicht in waardemutaties.
  3. Euro=euro: investeringen benadeeld.
  4. Op is op; geen reserves.
  5. Bemoeilijkt keuze tussen kopen of huren/leasen.
  6. Verkoop van bezit levert schijnbaar ruimte op.
  7. Betalingsverschuivingen kunnen een vertekend beeld geven.
  8. Decemberkoorts; de neiging om bepaalde uitgaven aan het einde van het jaar te versnellen of meer uit te geven.
  9. Geen inzicht in toekomstige kosten.
  10. Uitgaven zijn niet altijd een last.
  11. Baten zijn niet altijd ontvangsten.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Welk stelsel van begroten gebruikt het Rijk?

A

Standaard het kasstelsel en verplichtingenstelsel, maar ze hebben ook soms het baten-lastenstelsel. Ze gebruiken alledrie stelsels door elkaar heen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Welk stelsel van begroten gebruiken de lagere overheden en de EU?

A

Lagere overheden gebruiken het stelsel van baten en lasten. De EU gebruiken het kasstelsel en verplichtingenstelsel.

17
Q

Wat zijn begrotingsnormen?

A

Regels, richtlijnen of afspraken die gebruikt worden om het begrotingsbeleid van de overheid sturen. Ze waarborgen financiële stabiliteit, bevorderen transparantie en verantwoordelijkheid. Er zijn verschillende dingen die begrotingsnormen hebben, namelijk:
1. Het tekort.
2. De schuld.
3. De uitgaven (lasten).
4. De ontvangsten (baten).

18
Q

Welke basis hebben begrotingsnormen? (4 dingen)

A
  1. Ad hoc –> het gebruik van tijdelijke of situatiegebonden regels en afspraken bij het opstellen van de begroting, ipv een consistent en structureel kader. Vaak als reactie op specifieke situaties of crises.
  2. (Regeer)akkoord –> de afspraken en richtlijnen voor het begrotingsbeleid die vast worden gelegd in het regeerakkoord van een nieuw kabinet.
  3. Wet –> er zijn verschillende wetten over verantwoordelijk begroten.
  4. Grondwet –> in Nederland zijn er basisprincipes vastgelegd voor het opstellen, goedkeuren en uitvoeren van de begroting.
19
Q

Hoe was de normering vroeger?

A
  • Tot 1956: sluitende begroting.
  • 1957-1979: Keynesiaans begroten.
  • 1980-nu: beperken van tekort en schuld.
  • Plus: vanaf 1997 ook EMU-normen.
20
Q

Wat is een sluitende begroting?

A

Een begroting waarin de verwachte inkomsten en uitgaven in balans moeten zijn, zodat er niet geleend hoeft te worden. Er geldt wel een Gulden Financieringsregel: alleen lenen voor productieve uitgaven. Een voordeel is dat schulden beperkt worden. Een nadeel is dat het weinig tot geen flexibiliteit geeft.

21
Q

Wat is Keynesiaanse normering?

A

Dit is actief begrotingsbeleid. De uitgaven en inkomsten worden afgestemd op de economische conjunctuur. Het doel is om de economie te stabiliseren; anticyclisch beleid in principe. Maar vaak werkte het procyclisch.

Vanaf 1961 kwam hij met automatische stabilisatie.

22
Q

Wat is het verschil tussen Keynesiaans normeren en trendmatig begrotingsbeleid?

A

Keynesiaans normeren is anticyclisch, terwijl trendmatig begrotingsbeleid een vast uitgavenkader heeft dat onafhankelijk is van de conjunctuur.

Keynesiaans normeren is flexibel en kan snel reageren, terwijl trendmatig begrotingsbeleid strikte plafonds heeft en beleid moet voortzetten.

23
Q

Wat is de Zalmnorm?

A

Dit is een begrotingsregel in Nederland en is een belangrijk onderdeel van het trendmatig begrotingsbeleid. Het doel ervan is om de overheidsfinanciën op een transparante, stabiele en voorspelbare manier te beheren. De kernprincipes zijn:
1. Uitgavenplafonds.
2. Scheiding van inkomsten en uitgaven; tegen- of meevallers in inkomsten mogen niet leiden tot hogere uitgaven.
3. Stabiliteit en discipline.

24
Q

Hoe normeren andere overheden?

A

Lagere overheden gebruiken traditioneel de Gulden Financieringsregel.

In de EU is geen tekort toegestaan.