Unit Three Flashcards
Heeft
Has/Do have (formal)
vanavond
This evening/Tonight
tijd
Time
Ga
Go
je
You
mee
With
naar
To
de bioscoop
The cinema
Is
Is
dit
This
de trein
The train
Hoe
How
heet
Called (name is)
je
You
Waar
Where
woont
Live
Wat
What
willen
Want
jullie
You (plural)
eten
Eat
hoeveel
How much/many
waar
Where
vandaag
Today
vandaan
From
welk
Which (singular het-words)
welke
Which (singular de-words and plurals)
wat voor
What kind of
wie
Who
wanneer
When
waarom
Why
tijdelijk
Temporary
dagelijks
Daily
wekelijks
Weekly
maandelijks
Monthly
jaarlijks
Yearly
nummer
Number
straat
Street
vriendin
Friend (female)
vriend
Friend (male)
Welterusten/goedenacht
Good night
vanavond
This evening/Tonight
tijd
Time
bioscoop
Cinema
dit
This
trein
Train
hoe
How
hoeveel
How much/How many
welk/e
Which (het-word/de-word)
wat voor
What kind of
wie
Who
wanneer
When
waarom
Why
waar
Where
waar . . . vandaan
Where from
wat
What
Hoe heet je?
What is your name?
Hoe vind je de film?
How do you like the film?
vind
Like/Find
Hoe oud ben je?
How old are you?
oud
Old
Hoe duur is de spinazie?
How much is the spinach?
duur
Expensive
Hoe groot is dat huis?
How big is that house?
Hoeveel koffie drink je per dag?
How much coffee do you drink in a day?
Hoeveel kamers heeft dit huis?
How many rooms does this house have?
Op welk huisnummer woon je?
What is your house number?
op
On/At
In welke straat woon je?
In which street do you live?
hoe laat?
What time?
weinig
Little/Few
begint
Begins/Starts
zomervakantie
Summer holiday
geboren
Born
Draag/draagt
wear/Wears
ik draag een shirt: i’m wearing a shirt
kwart
Quarter (time)
paskamer
Fitting room
Ik neem deze
I’ll take this one
kleur
Color
meloen
Melon
tomaten
Tomatoes
kaasboer
Cheese seller
mevrouw
Madam/Lady
Ongeveer vier
About four
zuurder
More sour
zwaar
Heavy
krijgt
Receives/gets
binnen
Inside
lekkerder
More delicious
Een biertje
One beer
vierkante
Square
de kamer is niet gemeubileerd
The room is not furnished
De kamer is 26 vierkante meter
The room is 26 square meters
keuken
Kitchen
delen
Share
badkamer
Bathroom
u mag geen huisdieren hebben
You are not allowed to have pets
maand
Month
dinsdagmiddag
Tuesday afternoon
u mag in de kamer niet roken
You are not allowed to smoke in the room
Zoekt
Search for/Looking for
Ik zoek een winterjas: I’m looking for a winter coat
Welke
Which
Welke kleur zoekt u?: What color are you looking for?
Maat
Size
Ik heb maat 40: I wear size 40