Unit 11 Flashcards
verlegen (fer-lay-ghen)
shy|Dit is een verlegen kind. (This is a shy child) Never gets -e ending
gebakken (ghe-bahk-ken)
fried
bedorven (buh-dor-ven)
spoiled
verloren (fer-lor-en)
lost|De verloren armband werd gevonden. (The lost bracelet was found) *Past participle ending in -en
gestolen (ghe-stol-en)
stolen|Het gestolen geld is nooit teruggevonden. (The stolen money was never found back) Never gets -e ending
gekookte (ghe-kook-tuh)
boiled
verstuurde (fer-stoor-duh)
sent|De verstuurde post komt morgen aan. (The sent mail will arrive tomorrow) Regular past participle gets -e ending
dronken (dron-ken)
drunk|Ze gooiden de dronken man het café uit. (They threw the drunk man out of the café) Never gets -e ending
even (ay-ven)
even|In deze kolom staan even getallen. (This column lists even numbers) Never gets -e ending
boodschappentas (boad-schap-pen-tas)
shopping bag|Hij heeft een grote boodschappentas bij zich. (He has a large shopping bag with him) Common shopping term
bij zich (bay zikh)
with him/her|Hij heeft zijn telefoon bij zich. (He has his phone with him) Useful expression
boodschappenlijst (boad-schap-pen-leyst)
shopping list|Zijn boodschappenlijst is lang. (His shopping list is long) Useful for shopping in the Netherlands
langs de kraam (langs duh kraam)
past the stall|Hij loopt langs de kraam met verse groente. (He walks past the stall with fresh vegetables) Market terminology
verse groente (fair-suh khrun-tuh)
fresh vegetables|In Nederland koop je verse groente op de markt. (In the Netherlands you buy fresh vegetables at the market) Important food shopping term
aardappelen (aard-ap-pel-en)
potatoes|Drie kilo nieuwe aardappelen. (Three kilos of new potatoes) Staple Dutch food
middelgrote (mid-del-khro-tuh)
medium-sized|Een half pond middelgrote champignons. (Half a pound of medium-sized mushrooms) Useful shopping description
doos aardbeien (dohs aard-bay-en)
box of strawberries|Een grote doos aardbeien. (A large box of strawberries) Common at Dutch markets
zwaar (zwaar)
heavy|Wat is die tas nu zwaar. (How heavy that bag is now) *Predicative adjective
witte bonen (wit-tuh bo-nen)
white beans|Salade met witte bonen. (Salad with white beans) Common ingredient
zwarte olijven (zwart-uh o-lay-ven)
black olives|Ik houd van zwarte olijven op mijn pizza. (I like black olives on my pizza) Food description
gazpacho (gaz-pa-cho)
gazpacho|Gazpacho is een koude tomatensoep. (Gazpacho is a cold tomato soup) Menu term
augurk (ow-gurk)
pickle|Een broodje met ham en augurk. (A sandwich with ham and pickle) Common food item
Zaanse mosterd (zaan-suh mos-tert)
Zaan mustard|Kroket met Zaanse mosterd. (Croquette with Zaan mustard) Typical Dutch condiment
slagroom (slakh-room)
whipped cream|Appelgebak met slagroom. (Apple pie with whipped cream) Very Dutch combination
chocoladesaus (sho-ko-laa-duh-sows)
chocolate sauce|IJs met warme chocoladesaus. (Ice cream with warm chocolate sauce) Dessert term
gestoofde (ghe-stoof-duh)
stewed|Gestoofde kabeljauw met witte wijnsaus. (Stewed cod with white wine sauce) Cooking term
warm appelgebak (warm ap-pel-ghe-bak)
warm apple pie|Warm appelgebak met slagroom. (Warm apple pie with whipped cream) Famous Dutch treat
eigengemaakt (ay-ghen-ghe-maakt)
homemade|Eigengemaakt vanille-ijs. (Homemade vanilla ice cream) *Het-word
Griekse (khreek-suh)
Greek|Griekse yoghurt met vers fruit. (Greek yogurt with fresh fruit) Food description
mager rundergehakt (maa-gher run-der-ghe-hakt)
lean ground beef|Mager rundergehakt
diverse soorten (di-ver-suh soor-ten)
various kinds|Fruityoghurt
halve prijs (hal-vuh preys)
half price|Het tweede pak voor de halve prijs! (The second package for half price!) Common in Dutch advertisements
witte wijn (wit-tuh weyn)
white wine|Witte wijn
groot assortiment (khroot as-sor-ti-ment)
large assortment|Verkade chocolade
heerlijke café (hair-luh-kuh ka-fay)
delicious coffee|Maak een heerlijke café latte. (Make a delicious coffee latte) Drink description
alleen deze week (al-layn day-zuh week)
only this week|Alleen deze week! Verse spinazie
bijkeuken (bay-keu-ken)
utility room|In de bijkeuken staat een nieuwe wasmachine. (In the utility room there is a new washing machine) Dutch home terminology
ruime kamers (ruy-muh kaa-mers)
spacious rooms|In het huis zijn vier ruime kamers. (In the house are four spacious rooms) Useful for housing descriptions
grote ramen (khro-tuh raa-men)
large windows|Ruime kamers met grote ramen. (Spacious rooms with large windows) Housing description
erachter (er-akh-ter)
behind it|Een groot huis met een mooie tuin erachter. (A large house with a beautiful garden behind it) Useful location term
moderne kast (mo-der-nuh kast)
modern cabinet|Een moderne kast in de slaapkamer. (A modern cabinet in the bedroom) Furniture description
nachtkastjes (nakht-kast-yes)
bedside tables|Twee kleine nachtkastjes naast het bed. (Two small bedside tables next to the bed) Furniture term
zilveren kandelaars (zil-ver-en kan-de-laars)
silver candlesticks|De antieke koffietafel met de zilveren kandelaars. (The antique coffee table with the silver candlesticks) *Material adjective
antieke koffietafel (an-teek-uh kof-fee-taa-fel)
antique coffee table|Sanne houdt van haar antieke koffietafel. (Sanne loves her antique coffee table) Furniture description
dure stoel (doo-ruh stool)
expensive chair|Aan de werktafel staat een dure stoel. (At the desk there is an expensive chair) Furniture description
hoge boekenkasten (ho-ghuh boo-ken-kas-ten)
tall bookcases|Langs de wand drie hoge boekenkasten. (Along the wall three tall bookcases) Furniture description
zwart fornuis (zwart for-nuys)
black stove|Erik en Sanne koken op een zwart fornuis. (Erik and Sanne cook on a black stove) *Het-word
oude koelkast (ow-duh kool-kast)
old refrigerator|Naast het fornuis staat een oude koelkast. (Next to the stove is an old refrigerator) Appliance description