Unit 4 In Gang Flashcards
alles goed? (ah-lus khoot)
is everything good?|Hallo Jan
hoe gaat het? (hoo khaht het)
how’s it going?|Hoe gaat het vandaag? (How’s it going today?) Note: A universal greeting that works in most situations.
hoe gaat het met jou? (hoo khaht het met yow)
how’s it going with you?|Hoi Lisa
hoe gaat het met u? (hoo khaht het met ew)
how’s it going with you?|Goedemorgen meneer Jansen
hoe is het? (hoo is het)
how is it?|Hoe is het? Ik heb je lang niet gezien! (How are you? I haven’t seen you in a long time!) Note: Another common way to ask how someone is doing.
hoe is het met jou? (hoo is het met yow)
how is it with you?|Hoe is het met jou sinds je nieuwe baan? (How are you doing since your new job?) Note: Informal version focused on the person.
hoe is het met u? (hoo is het met ew)
how is it with you?|Hoe is het met u na uw operatie? (How are you after your operation?) Note: Formal version showing respect.
prima (pree-mah)
excellent/great|Het gaat prima met mij
fantastisch (fan-tas-tees)
fantastic|Met mij gaat het fantastisch
uitstekend (uyt-stay-kund)
outstanding|Het gaat uitstekend met mij
heel goed (hayl khoot)
very good|Met mij gaat het heel goed
hartstikke goed (hart-stik-uh khoot)
really good|Het gaat hartstikke goed met mij! (I’m doing really good!) Note: A casual
goed (khoot)
good|Met mij gaat het goed
het gaat wel (het khaht vel)
I’m okay/so-so|Het gaat wel
niet zo (goed) (neet zoh khoot)
not so (good)|Het gaat niet zo goed
en met jou? (en met yow)
and with you?|Prima
en met u? (en met ew)
and with you?|Het gaat goed met mij
en jij? (en yay)
and you?|Goed
en u? (en ew)
and you?|Uitstekend
een afspraak maken (un ahf-spraak mah-kun)
to make an appointment|Ik moet een afspraak maken met de tandarts. (I need to make an appointment with the dentist.) Note: Used for both formal appointments and social plans.
datum (dah-tum)
date|Welke datum is je verjaardag? (What date is your birthday?) Note: Dutch people often confirm specific dates when making plans.
dat lukt niet (daht lukt neet)
that doesn’t work/isn’t possible|Vrijdag lukt niet
dat kan ook (daht kahn ohk)
that works too|Zondag om drie uur? Dat kan ook. (Sunday at three? That works too.) Note: Flexible response showing agreement to an alternative suggestion.
bij ons thuis (bay ons thoys)
at our home/place|Komen jullie zaterdag bij ons thuis eten? (Are you coming to eat at our place on Saturday?) Note: Common phrase for inviting people to your home.
blijf je ook eten? (bleyf yuh ohk ay-tun)
will you stay for dinner?|Je komt om vier uur
hartstikke leuk (hart-stik-uh luk)
really nice/great|Het feestje was hartstikke leuk! (The party was really great!) Note: “Hartstikke” intensifies adjectives and is very common in casual speech.
vind ik ook (vind ik ohk)
I think so too|Dat restaurant is geweldig. - Ja
ervandoor (er-vahn-door)
to leave/get going|Sorry
gauw even (gow ay-vun)
quickly/just for a moment|Ik moet nog gauw even boodschappen doen. (I need to quickly do some shopping.) Note: “Even” suggests a brief action
fijne vakantie (fey-nuh vah-kahn-see)
nice vacation/have a good holiday|Ik wens jullie een fijne vakantie! (I wish you a nice vacation!) Note: Common well-wishing phrase before someone goes on vacation.
tot dan (tot dahn)
see you then|Dinsdag om twee uur? Tot dan! (Tuesday at two? See you then!) Note: Confirms plans while saying goodbye.
doe ik (doo ik)
I will (do that)|Kun je de deur dichtdoen? Doe ik! (Can you close the door? I will!) Note: Quick affirmative response promising to do something.
tot volgende week zondag (tot vol-ghun-duh veek zon-dach)
see you next Sunday|We spreken af bij het café
doe de groeten aan (doo duh groo-tun ahn)
give my regards to|Doe de groeten aan je vrouw! (Give my regards to your wife!) Note: Very common Dutch expression when you want someone to pass on your greetings to someone else.
dat is lang geleden
zeg (daht is lahng guh-ley-dun
wat leuk! (vaht luk)
how nice!|Wat leuk dat je langskomt! (How nice that you’re stopping by!) Note: Very common reaction showing enthusiasm or pleasant surprise.
ja
prima (yah pree-mah)
het gaat wel (het ghaht vel)
I’m doing okay/so-so|Het gaat wel
maar dat is nu niet zo belangrijk (mahr daht is new neet zoh buh-lahng-reyk)
but that’s not so important now|Ik heb wat problemen met mijn auto
ik heb vakantie (ik hep vah-kahn-see)
I’m on vacation/holiday|Ik heb vakantie
een paar dagen (un pahr dah-gun)
a few days|We gaan een paar dagen naar Texel. (We’re going to Texel for a few days.) Note: Commonly used when discussing short trips.
ga je veel foto’s maken? (gah yuh veel foh-tohs mah-kun)
are you going to take a lot of photos?|Ga je veel foto’s maken tijdens je reis naar Italië? (Are you going to take a lot of photos during your trip to Italy?) Note: Common question when discussing someone’s upcoming trip.
sinds gisteren (sinds ghis-tuh-run)
since yesterday|Ik heb sinds gisteren een nieuwe telefoon. (I’ve had a new phone since yesterday.) Note: Used to indicate something recent but not brand new.
dus (dus)
so/therefore|Het regent
gaan maken (gahn mah-kun)
going to make|We gaan morgen taart maken voor haar verjaardag. (We’re going to make a cake tomorrow for her birthday.) Note: “Gaan” + infinitive is a common way to express future plans
romantische film (roh-mahn-tee-suh film)
romantic movie|Mijn vriendin houdt van romantische films. (My girlfriend likes romantic movies.) Note: “Romantisch” is often used for films
na de vakantie (nah duh vah-kahn-see)
after the vacation|Na de vakantie moet ik weer hard werken. (After the vacation I have to work hard again.) Note: Dutch people often use this phrase when planning future events.
kom je naar de film kijken? (kom yuh nahr duh film key-kun)
will you come watch the film?|Kom je vrijdag naar de film kijken bij ons thuis? (Will you come watch the movie at our place on Friday?) Note: Direct way of extending an invitation
zullen we direct iets afspreken? (zul-un vuh dee-rekt eets ahf-spray-kun)
shall we make plans right away?|Zullen we direct iets afspreken voor volgende week? (Shall we make plans right away for next week?) Note: Shows Dutch preference for concrete plans rather than vague intentions.
direct (dee-rekt)
immediately/right away|Ik bel je direct terug. (I’ll call you right back.) Note: Can refer to doing something immediately or shortly afterward.
afspreken (ahf-spray-kun)
to make an appointment/to meet up|Zullen we volgende week afspreken voor koffie? (Shall we meet up for coffee next week?) Note: Very common verb for making social plans.
iets (eets)
something|Wil je iets drinken? (Would you like something to drink?) Note: Versatile word used in many everyday expressions.
weer thuis (veer thoys)
back home|We zijn zondag weer thuis na onze vakantie. (We’ll be back home Sunday after our vacation.) Note: “Weer” means “again” but in this context means “back.”
wensen (ven-sun)
to wish|Ik wens je veel geluk. (I wish you good luck.) Note: The first ‘e’ is short; the second ‘e’ becomes a schwa sound.
prettig (pret-tuhkh)
pleasant|Het was een prettig gesprek. (It was a pleasant conversation.) Note: The ‘e’ is short.
vertellen (ver-tel-lun)
to tell|Kan je me meer vertellen? (Can you tell me more?) Note: All ‘e’ sounds are short.
week (vayk)
week|Volgende week ben ik vrij. (Next week I’m free.) Note: The ‘ee’ is pronounced like a longer version of the ‘ay’ in “day” but without the ‘y’ glide.
tegen (tay-khun)
against|Zij leunt tegen de muur. (She’s leaning against the wall.) Note: The first ‘e’ is long; the second ‘e’ becomes a schwa sound.
uitstekend (uyt-stay-kund)
excellent|Het eten was uitstekend. (The food was excellent.) Note: The ‘ee’ is long.
nemen (nay-mun)
to take|Ik neem een koffie. (I’ll take a coffee.) Note: The first ‘e’ is long; the second ‘e’ becomes a schwa sound.
zullen we…? (zul-un vuh)
shall we…?|Zullen we vanavond samen eten? (Shall we eat together tonight?) Note: A common way to suggest doing something together
ga je mee naar…? (khah yuh may nahr)
are you coming along to…?|Ga je mee naar het strand? (Are you coming along to the beach?) Note: A direct invitation to join you somewhere
heb je zin om…? (hep yuh zin om)
do you feel like…?|Heb je zin om koffie te drinken? (Do you feel like having coffee?) Note: A casual way to suggest an activity
wil je…? (vil yuh)
do you want to…?|Wil je morgen afspreken? (Do you want to meet up tomorrow?) Note: A straightforward way to ask if someone wants to do something.
ja
dat kan (yah
ja
dat is goed (yah
ja
leuk (yah
ja
goed idee (yah
prima (pree-mah)
excellent|”Spreken we af bij de supermarkt?” “Prima!” (Shall we meet at the supermarket? Excellent!) Note: An enthusiastic agreement.
nee
dat lukt niet (nay
nee
ik heb al een afspraak (nay
nee
dan kan ik niet (nay
nee
ik kan niet (nay
nee
dat vind ik niet leuk (nay
vanavond (vahn-ah-vond)
tonight|Zullen we vanavond samen koken? (Shall we cook together tonight?) Note: Refers to the evening of the current day.
morgen (mor-khun)
tomorrow|Ik kan morgen wel afspreken. (I can meet up tomorrow.) Note: The day after today.
volgende week (vol-khun-duh veek)
next week|Volgende week heb ik meer tijd. (Next week I have more time.) Note: The week after the current week.
dit weekend (dit vee-kend)
this weekend|Ga je dit weekend iets leuks doen? (Are you doing something nice this weekend?) Note: The coming weekend.
om … uur (om … oor)
at … o’clock|Zullen we om 8 uur afspreken? (Shall we meet at 8 o’clock?) Note: Used to specify the exact time.