Unit Eight Flashcards
mij/me (may/muh)
me|Voor mij een koffie
hem (hem)
him/it|Ik zie hem elke dag op kantoor
haar/d’r (har/dur)
her|Ik geef haar het boek
ons (ons)
us|Hij heeft ons gisteren gebeld
hun (huun)
them (indirect)|Ik geef hun de sleutels
hen (hen)
them (formal)|Ik ga met hen naar de bioscoop
ze (zuh)
them (casual)|Ik zie ze morgen
uitnodigen (out-noh-dih-gun)
to invite|Ze hebben ons uitgenodigd voor het feest
opbellen (op-bell-un)
to call up|Ik moet haar even opbellen
geven (hay-fun)
to give|Kun je me dat even geven?
zien (zeen)
to see|Ik zie hem vaak bij de supermarkt
vinden (fin-dun)
to find/think|Ik vind hem aardig
Voor mij (fohr may)
for me|Voor mij graag een thee
Met hem (met hem)
with him|Ik ga met hem lunchen
Kun je me helpen? (kun yuh muh hel-pun)
Can you help me?|Vaak gebruikt in winkels
Geef het maar aan mij (gheef het mar ahn may)
Just give it to me|Handig bij het ontvangen van iets
Mag ik je iets vragen? (mach ik yuh eets frah-ghun)
May I ask you something?|Veel gebruikt in dagelijkse gesprekken
bij de supermarkt (bay duh super-markt)
at the supermarket|Ik zie haar vaak bij de supermarkt
op kantoor (op kan-tohr)
at the office|Hij werkt op kantoor
in de winkel (in duh vin-kul)
in the shop|Ik help je in de winkel
naar huis (nar house)
to home|Ik breng haar naar huis
even (ay-fun)
just/for a moment|Kun je me even helpen?
alstublieft (al-stu-bleeft)
please (formal)|Geef het maar aan mij
graag (ghraach)
please/gladly|Ik wil graag een kopje koffie
natuurlijk (nah-tuur-luk)
of course|Natuurlijk help ik je
dank je wel (dank yuh vel)
thank you|Dank je wel voor je hulp
geen probleem (gheen pro-bleem)
no problem|Geen probleem