Unit Six Flashcards

1
Q

de

A

the (for masculine/feminine nouns)|De auto staat voor de deur (The car is in front of the door)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

het

A

the (for neuter nouns)|Het huis is groot (The house is big)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

een

A

a/an|Ik zoek een woning (I’m looking for a residence)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

koffie

A

coffee (uncountable)|Ik drink graag koffie (I like to drink coffee)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

de koffie

A

the specific coffee|De koffie is te sterk (The coffee is too strong)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

water

A

water (uncountable)|We hebben water nodig (We need water)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

het water

A

the specific water|Het water is warm (The water is warm)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

softwareontwikkelaar

A

software developer|Ik ben softwareontwikkelaar bij een groot bedrijf (I am a software developer at a large company)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

een ervaren ontwikkelaar

A

an experienced developer|Hij is een ervaren ontwikkelaar (He is an experienced developer)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Iraniër

A

Iranian person|Ik ben Iraniër (I am Iranian)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Nederlander

A

Dutch person|Hij is Nederlander (He is Dutch)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

werkvergunning

A

work permit|Ik heb een werkvergunning nodig (I need a work permit)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

zorgverzekering

A

health insurance|De zorgverzekering is verplicht in Nederland (Health insurance is mandatory in the Netherlands)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

huurcontract

A

rental contract|Het huurcontract moet je goed lezen (You should read the rental contract carefully)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

bankrekening

A

bank account|Ik wil een bankrekening openen (I want to open a bank account)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

sollicitatiegesprek

A

job interview|Morgen heb ik een sollicitatiegesprek (Tomorrow I have a job interview)

17
Q

woonplaats

A

place of residence|Mijn woonplaats is Amsterdam (My place of residence is Amsterdam)

18
Q

Ik ben op zoek naar

A

I am looking for|Ik ben op zoek naar een woning (I am looking for a home)

19
Q

Kunt u mij helpen met

A

Can you help me with|Kunt u mij helpen met het invullen van dit formulier? (Can you help me fill out this form?)

20
Q

Ik werk als

A

I work as|Ik werk als softwareontwikkelaar (I work as a software developer)

21
Q

Waar kan ik

A

Where can I|Waar kan ik een bankrekening openen? (Where can I open a bank account?)

22
Q

burgerservicenummer

A

citizen service number (BSN)|Je hebt een burgerservicenummer nodig om te werken (You need a BSN to work)

23
Q

verblijfsvergunning

A

residence permit|De verblijfsvergunning moet je op tijd aanvragen (You must apply for the residence permit on time)

24
Q

inschrijving

A

registration|De inschrijving bij de gemeente is verplicht (Registration with the municipality is mandatory)