Les 19 Flashcards
In advance
Vooraf
To make one’s excuse
Zich afmelden
To be busy
Het druk hebben
First of all
Ten eerste
Agenda
De agenda
To add
Toevoegen
Minutes (of a meeting)
De notulen
By the way
Trouwens
To be afraid of
Bang zijn voor
Item on the agenda
Het agendapunt
Alteration / rebuilding
De verbouwing
To be
Worden
To clear
Ontruimen
Then / next
Vervolgens
Floor covering
De vloerbedekking
To take into account
Rekening houden met
Ready
Klaar
To equip / organise
Inrichten
Up till now
Tot nu toe
Showroom
De showroom
Press
De pers
To print
Drukken
Absolutely
Zonder meer / absoluut
Discussion
De discussie
To put
Stellen
In favour for
Het eens zijn met
Against
Tegen
To guess
Raden
To agree with
Het eens zijn met
Easily
Best (I don’t like this translation)
Non smoking
Rookvrij
To be right
Gelijk hebben
To smell bad
Stinken
Towards / opposite
Tegenover
On the one hand
Aan de ene kant
On the other hand
Aan de andere kant
To approve
Instemmen
To depend on
Afhangen van
To understand
Begrijpen
Shed
Het afdak
The ashtray
De asbak
Remark
De opmerking
To telephone
Telefoneren
Telephone
De telefoon
Wireless
Draadloos
Mobile
Mobiel
(Phone)set
Het toestel
Subscription
Het abonnement
Phone credit
Beltegoed
Answering machine
Het antwoordapparaat
Voice-mail
De voicemail
Telephone number
Het telefoonnummer
Subscriber number
Het abonneenummer
Area code
Het netnummer
To pick up
Opnemen
To hang up
Ophangen
To call
(Op)bellen
To call back
Terugbellen
To reach
Bereiken
To spell
Spellen
Telephone book
Het telefoonboek
To put through to
Doorverbinden met
Present
Aanwezig
Absent, not in
Afwezig
No answer
Geen gehoor
Line
De lijn
Engaged (phone line)
Bezet
Appointment
De afspraak
To change / reschedule
Verzetten
Urgent
Dringend
Don’t mention it
Graag gedaan
You’re welcome
Tot uw dienst / graag gedaan