Les 10 Flashcards
A little
Een beetje
All
Allemaal
Yesterday
Gisteren
Past / over
Voorbij
Weather
Het weer
So
Zo
Beautiful
Mooi
Sun
De zon
To go window shopping
Winkelen
Hole
Het gat
Coat
De jas
The watch
Het horloge
Unfortunately
Helaas
By chance
Toevallig
Dinner, meal
Het etentje
Again
Opnieuw
Only just
Pas
Since
Sinds
Nothing special
Niets bijzonders
Fish dish
De visschotel
To sound
Klinken
To tell
Vertellen
Sporty
Sportief
In the afternoon
’s middags
To roller blade
Skeeleren
To walk
Wandelen
Afterwards
Daarna
Tired
Moe
Certainly
Zeker
Not to be so sad
Meevallen
That’s not so bad
Dat valt wel mee
Get
Krijgen
Line
De lijn
To hang up
Ophangen
The call
Het telefoontje
See you soon
Tot gauw
Weather
Het weer
Weather report
Het weerbericht
Weather forecast
De weersverwachting / de weersvoorspelling
To rain
Regenen
It’s raining
Het regent
Snowing
Sneeuwen
It’s snowing
Het sneeuwt
To blow
Waaien / blazen
The wind
De wind
To storm
Stormen
The storm
De storm
Thunder
Het Onweer
To freeze over
IJzelen
Black ice
IJzel
To thaw
Dooien
To freeze
Vriezen
Cloud
De wolk
Cloudy
Bewolkt
Bright, sunny spell
De opklaring
Fog
De mist
Shower (rain)
De (regen)bui
Drizzle
Motregen
Shade
De schaduw
Temperature
De temperatuur
Degree
De graad
Sun
De zon
To shine
Schijnen
Grey
Grijs
Bleak/raw
Guur
Ice
Het ijs
Sky, air
De lucht
Star
De ster
Moon
De maan
Climate
Het klimaat