Hoorcollege 4 t/m 6 Flashcards
Ziektegeschiedenis
Signalement en anamnese
Gecastreerde ezel
Kluns, vent oe
Couperen staart
Mag niet meer bij paard en hond
Transponder locatie paard en hond
Hond: onder de huid
Paard: in de spier
Anamnese rijtje
- Reden van bezoek
- Algemeen functioneren
- Leefomstandigheden
- Voorgeschiedenis
Aard van de klacht
Duur van de klacht
Verloop van de klacht
Effect van een behandeling
Benadering patiënt
Ziektegeschiedenis (signalement en anamnese) Algemene indruk Algemeen onderzoek Probleemlijst Orgaansysteem Probleemlijst DDx Aanvullend onderzoek
Algemene indruk rijtje
Gedrag en bewustzijnsniveau Houding en gang Voedingstoestand (lang en kort) Verzorgingstoestand IHOKSA
Moet je áltijd uitvoeren, eventueel prioritering van ernst of omstandigheden. In rust uitvoeren, bevindingen vergelijken met referentiewaarden
Bepaal:
- Mate van verstoring
- Acuut, subacuut, chronisch
- Lokalisatie probleem
Rijtje algemeen onderzoek
- Ademhaling
- Pols
- Temperatuur
- HBH
- Slijmvliezen
- Lymfeknopen
Rijtje algemeen onderzoek varken
- Ademhaling
- Beharing en huid
- Temperatuur
- Pols (ictus)
- Slijmvliezen
- Lymfeknopen
Rijtje ademhaling.
- Diepte
- Type
- Ritme/regelmaat
- Frequentie
Waar ademhaling opnemen
Schuin achter (LH en paard) of boven (GD) het dier. Bij rund altijd rechts achter (links gigantische pens)
Rijtje pols
- Frequentie (min. 15 seconden)
- Ritme
- Kwaliteit (kracht, equaliteit, vulling, vorm)
- Synchroniteit / uitval (gd, soms paard)
- Symmetrie (gd)
Waar is de kracht van de pols van afhankelijk?
Perifere weerstand (wisselt langzaam)
Slagvolume (kan snel wisselen)
Elasticiteit vaatwand (wisselt over periode van jaren)
Waar zegt de vulling iets over?
Diastolische druk
Geef de drie mogelijkheden met betrekking tot regelmaat van de pols
- Regelmatig
- Regelmatig onregelmatig
- Onregelmatig regelmatig
Respiratoire synusaritmie bij hond is fysiologisch. Inademing polsfrequentie omhoog, uitademing polsfrequentie omlaag. Niet bij hijgende hond, niet als bek wordt dichtgehouden. Paard heeft diverse fysiologische aritmiën
Oorzaak uitval pols:
Bij snel opvolgende hartcontracties is het slagvolume te klein om een perifeer voelbae polsgolf te genereren > aritmie
Waanrom symmetrie?
Zoeken naar blokkade in arterie (bijvoorbeeld trombus) of druk van buitenaf op arterie.
Waar neem je de pols op hond en kat?
A. femoralis, links en rechts
Waar neem je de pols op paard?
A. facialis (mediale zijde mandibula bij incisure vasorum)
Waar neem je de pols op schaap en geit?
A. femoralis (of ictus cordis)
Waar neem je de pols op rund?
A. facialis
A. saphena (mediale zijde achterpoot)
A. coccygea (staart)
Waar neem je de pols op varken?
Kan niet, ictus codis
Waar beoordeel je de hoornige structuren op?
Grootte, vorm (passend bij het dier), aard van oppervlak, kleur en pijnlijkheid (GD)
Waar beoordeel je de vacht op?
Glad, glanzend, aaneengesloten
Bij gd ook:
- Type (normaal, kort, lang)
- Algemene inspectie (kleur, glad, glans, aansluiting, alopecia)
- Lokale inspectie: dichtheid, losse haren, ectoparasieten
Geef de 11 punten waarop e huid wordt beoordeeld
- Geur (GD)
- Kleur (als bij slijmvliezen, controleren op ongepigmenteerd, onbehaard deel).
- Temperatuur periferie bij snoet, oren, benen
- Turgor:
Dikte, oplichtbaarheid, sensibiliteit, vochtbalans, elasticiteit. Verticale huidplooi
- Turgor:
- Laesies
- Bloedingen
- Oedemen
Waar beoordeel je de slijmvliezen op?
Kleur
Hb afhankelijk: roze, rood, bleek, blauw, bruin (LH)
Hb onafhankelijk: geel (icterus)
Mengkleuren
Vochtigheid
Bloedingen en laesies
CRT (niet bij kat en varken)
Welke slijmvliezen beoordeel je bij paard?
Sclera, conjunctivae, 3e ooglid, neus, mond (vulva)
Welke slijmvliezen beoordeel je bij hond?
Sclera, conjunctiva, mond (vulva)
Welke slijmvliezen beoordeel je bij kat?
Sclera, conjunctiva, mond, tong (kleur)
Diersoortverschillen paard en rund bij controleren sclera, conjunctivae en 3e ooglid
Sclera
Bij paard hoofd optillen
Bij rund hoofd torderen
Conjunctivae en 3e ooglid
Bij paard met een hand
Bij rund met twee handen
Waarop beoordeel je de lymfeknopen?
Grootte Vorm Consistentie Pijnlijkheid Verplaatsbaarheid t.o.v. omgeving
Bij paard sta je naast het dier (anders kopstoot), bij GD sta je over het dier met de vingers over de snoet
Wat kan iemand die de klinische diagnostiek beheerst? (3 punten)
- op correcte en veilige wijze een anamnese afnemen en een lichamelijk onderzoek uitvoeren
- zijn / haar bevindingen op waarde schatten
- Bevindingen interpreteren en mondeling en/of schriftelijk rapporteren
Waarom wordt diagnostiek gevraagd?
- Klinisch zieke dieren
- Verminderde productie / optimalisatie bedrijfsvoering
- Afwezigheid van agens
Geef de diagnostiek op hoofdlijnen op koppelniveau
- Bedrijfshistorie (ziektegeschiedenis)
- Bedrijfspinspectie, koppelinspectie, individuele inspectie (algemene indruk)
- Algemeen onderzoek
- Onderzoek orgaansystemen
- Aanvullend onderzoek
Geef het signalement voor het individuele dier
Diersoort Ras Geslacht Leeftijd Kleur en aftekeningen Bijzondere kenmerken
Geef het signalement voor in groepen gehouden dieren
Diersoort Ras Leeftijdsgroep Geslacht Kleur en aftekeningen Bijzondere kenmerken
Wat valt er in het signalement nog onder de bijzondere kenmerken bij in groepen gehouden dieren? Geef hiervan ook het rijtje.
Bedrijfskenmerken!
Type bedrijf Grootte groep Samenstelling Kengetallen Status Doel bedrijf Bedrijfsvoering
Geef een aantal kengetallen
- Morbiditeit
- Mortaliteit
- Letaliteit (mortaliteit / morbiditeit = CFR)
- Prevalentie versus incidentie (sensitiviteit / specificiteit)
- Gradiënt
Geef een aantal statistische bewerkingen van kengetallen
Sensitiviteit/specificiteit
Positief voorspellende waarde
Relative Risk
Odds Ratio
Definieer sensitiviteit en specificiteit
Sensitiviteit: hoeveel van de zieke dieren definieer je met je test als ziek
Specificiteit: hoeveel van de gezonde dieren definieer je met je test als niet ziek?
Geef de definitie van positief voorspellende waarde en negatief voorspellende waarde
Positief voorspellende waarde: als ik een positief monster heb, wat is dan de kans dat dat positieve monster afkomstig is van een ook daadwerkelijk positief dier?
Negatief voorspellende waarde: als ik een negatief monster heb, wat is dan de kans dat dat negatieve monster afkomstig is van een ook daadwerkelijk negatief dier?
Geef de algemene indruk bij in groepen gehouden dieren
Bedrijf
- Huisvesting
- Klimaat
- Voeding
- Voedering (hoe het voer wordt aangeboden)
- Water
- Hygiëne
- Management
Koppel (uniformiteit)
- Gedrag (koppelgedrag)
- Houding en gang
- Voedingstoestand
- Verzorgingstoestand
- IHOKSA
–> hierna typische representant selecteren
Waaraan voldoet de typische representant?
Aan de geschetste problematiek in de anamnese en aan de waargenomen set van verschijnselen gedurende de algemene indruk
Wat ga je doen met je typische representant?
Begin weer vanaf algemene indruk! Maar nu voor individu
- Gedrag en Bewustzijnsniveau
- Houding en Gang
- Voedingstoestand
- Verzorgingstoestand
- IHOKSA
Wat is je probleemlijst bij koppeldiagnostiek?
Een probleemdefinitie! Deze heb je nodig bij je nader onderzoek.
Hoe fixeer je een zeug?
Met strop of touw om de neus (bovenkaak, achter de kies). De big gaat naar achteren lopen en dan heb je status quo