Vroege beschrijvingen van autism (Bleueler en vervolgens Kanner)
DSM beschrijving Autisme:
Plaatst het in de categorie Pervasieve ontwikkelingsstoornissen, dat gekarakteriseerd wordt door beperkingen in meerdere gebieden van de ontwikkeling:
• sociale interactie extreme sociale isolatie. Wing & Attwood beschrijven drie types: aloof (geisoleerd in eigen bubbel), passief (sociale interactie maar als dagelijkse routine) en odd (geinteresseerd in andere mensen maar hebben geen sociale vaardigheden).
• communicatie niet praten, echolalia, idiosyncratisch (op rare momenten dingen zeggen), voornaamwoorden omdraaien, literair spreken, gebrek aan ritme en klemtonen. Weinig doe-als-of spellen maar kunnen het wel, gebrek aan motivatie net als bij MR.
• stereotype gedrag, interesses en activiteiten
Andere associaties die niet essentieel zijn voor de diagnose:
Karakteristieken
Syndroom van Asperger (DSM en algemene beschrijving)
DSM
• Geen vertraging in taalontwikkeling en geen significante cognitieve verstoringen, voor de rest hetzelfde als autisme.
Andere kenmerken van Asperger
IS HET WEL EEN STOORNIS (Asperger)?
Aan de ene kant niet: mensen met Asperger kunnen vaak goed functioneren; veel mensen met Asperger studeren, winnen grote prijzen etc. Aan de andere kant wel: moeite met sociale contacten.
Karakteristieken asperger
Biologische context autisme spectrum
Intrapersoonlijke context: wat is de essentiële tekortkoming?
Hechting
• gebrek aan affectionele banden met zorggever bij kinderen met autisme, stond centraal bij Kanner.
• Met de Strange Situation test is echter aangetoond dat 40-50% van de kinderen met autisme een zekere hechting had.
• Er zijn wel verschillen met normale kinderen qua emotioneel plezier en reciprocaliteit.
• Ook is er waarschijnlijk geen intern werkmodel van de relatie bij jonge kinderen met autisme.
Emotionele ontwikkeling
• kinderen met autisme kunnen emoties minder goed herkennen, ze kijken niet naar de ogen.
• Het lijkt erop dat ze gebruik maken van de inferior temporal gyrus (perceptie van objecten) ipv de fusiform gyrus (gezichtsperceptie).
• Eigen emoties delen ze niet, het zijn ook meer negatieve emoties en mixen van affect.
Gedeelde aandacht
• bij kinderen met autisme is dit absent of gebrekkig.
• Gebaren worden los van emoties en gevoelens gebruikt, wat heel belangrijk is voor sociale interactie.
• Het wordt puur instrumentaal gebruikt.
Taalontwikkeling
• kinderen met autisme lijken naar iemand te praten ipv met iemand en kunnen niet differentiëren in belangrijke informatie of niet.
• Zelfs bij AD is er een gebrek aan pragmatiek, de subtiele hints die de communicatie vermakkelijken.
• Lezen kunnen ze goed maar er wordt vaak gefocust op de woorden, dus gebrek aan begrip van de tekst.
• Verder is er ook moeite met perspectief-nemen, het gebruik van voornaamwoorden bijvoorbeeld en echolalia.
Cognitieve ontwikkeling
• IQ verschilt nogal maar er zijn wel dezelfde patronen gevonden. Een gebrek aan sociaal redeneren, maar redeneren over concrete objecten wel prima.
• Verder een gebrek aan centrale coherentie, dus het gebruik van context is nutteloos.
• Ook executieve functies zijn slecht ontwikkeld, vooral planning en shifting. Het lijkt dat het geen gebrek aan inhibitie is (zoals bij adhd).
Theory of mind
• kinderen met autisme zijn slecht in het oplossen van false belief taken, recent onderzoek laat zien dat er een ontwikkelingsvertraging is van 5 jaar (of het is er helemaal niet) maar dat kan ook komen door de logica die ze gebruiken.
• Over het algemeen een gebrek aan het aanvoelen van de eigen gevoelens en van anderen.
Systematizing
• nieuwe theorie opgesteld door Baron-Cohen, namelijk dat mensen met autisme een extreme masculine vorm van intelligentie hebben, dus een extreem mannelijk brein.
Hechting
Emotionele ontwikkeling
Gedeelde aandacht
Taalontwikkeling
Cognitieve ontwikkeling
Theory of mind
Systematizing
• nieuwe theorie opgesteld door Baron-Cohen, namelijk dat mensen met autisme een extreme masculine vorm van intelligentie hebben, dus een extreem mannelijk brein.
Ontwikkelingsverloop
Twee paden waarbij autisme wordt gevonden:
• duidelijke ontwikkelingsvertraging
• regressie
Interventie
Er zijn twee verschillende interventies:
• voor specifieke tekortkomingen, zoals sociale interactie
• samenhangende programma’s om het algemene level van functioneren te verbeteren.
Alle programma’s (interventies) hebben 5 factoren gemeen:
Lovaas’s gedragsmodificatie programma
TEACCH structured teaching