HC 1.4 De preventieparadox van Geoffrey Rose Flashcards

1
Q

Wat is Rose’s paradigma?

A

“Why do some individuals have hypertension?” is een andere vraag dan “Why do some populations have much hypertension, whilst in others it is rare?”
- Eerste vraag → “Causes of cases”. Dit is typische iets wat je als arts geneigd bent om te doen.
- Tweede vraag → “Causes of incidence”
In the first, preventive strategy seeks to identify ‘high-risk susceptible individuals’ and to offer them some individual protection. In the second, the ‘population strategy’ seeks to control the determinants of incidence in the total population. Je moet in het tweede geval weten waarom het ene land gezonder is dan het andere land en dan kan je daaraan wat doen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
1
Q

Wat is stap 1 van het Rose’s paradigma?

A

Stap 1: Het verband tussen blootstelling en respons
Je kijkt naar het verband tussen de blootstelling en de respons. Dit is meestal een oplopend verband, hoe hoger de blootstelling hoe hoger de respons.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is stap 2 van het Rose’s paradigma?

A

Stap 2: Relatief risico en attributieve fractie
Bereken in elke categorie van de blootstelling het relatieve risico op sterfte HVZ en de attributieve fractie. Referentie = sterfte aan hart- en vaatziekten onder diegenen met serum cholesterol < 4 mmol/l.
Relatieve risico= Het relatieve risico is het absolute risico op sterfte HVZ van de ene groep (mensen met verhoogd cholesterol bloeddruk) gedeeld door het absolute risico op sterfte HVZ in de andere groep (mensen zonder verhoogd cholesterol).
Attributieve fractie= welke fractie van sterfte HVZ van de blootgestelde groep is te wijten is aan de blootstelling zelf ( AF = (RR –1) / RR). Bijv. bij de groep 4-4,5 zie je dat 17% van de extra sterfte in die groep te wijten is aan het verhoogde serum cholesterol.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is stap 3 van Rose’s paradigma?

A

Stap 3: Verdeling van blootstelling in de populatie
Meest voorkomende cholesterolwaarde: 21,8%. Aan het einde van de normaalverdeling zitten maar heel weinig mensen. Dit is een gegeven die we heel vaak overslaan als we kijken naar preventie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is stap 4 van Rose’s paradigma?

A

Stap 4: Berekening van sterfte per categorie
Stap 4: Bereken nu op basis van de verdeling van serum cholesterol in de populatie(stap3) de sterfte aan HVZ in elke categorie(stap2, en baseline rate)
In dit voorbeeld zie je dat de meeste doden zitten tussen de 5-6 serum cholesterol. En niet tussen de 7-8.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is stap 5 van Rose’s paradigma?

A

Stap 5: Berekening van sterfte veroorzaakt door cholesterol
Stap 5: Bereken nu het aantal doden door HVZ in elke categorie, dat wordt veroorzaakt door het verhoogde serum cholesterol, dus AF * HVZ doden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is stap 6 van Rose’s paradigma?

A

Het beroemde plaatje van Geoffrey Rose (step 6): Bereken voor elke categorie serum cholesterol wat de bijdrage is (%) aan de oversterfte aan HVZ door verhoogd cholesterol (het getal boven elke staaf). Dus je moet eigenlijk een strategie voor preventie bedenken waarbij je iedereen betrekt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is de grootte doorbraak-gedachte van Geoffrey Rose?

A
  1. De grootste gezondheidswinst in de populatie is te boeken in de groep met een matig verhoogd risico op sterfte
  2. Ergo, preventiebeleid dat een kleine verschuiving in de verdeling van de risicofactor richting gezonde mensen realiseert, kan veel effectiever zijn dan een preventiebeleid dat zich alleen richt op de mensen met het hoogste risico (Dus: populatie-aanpak ipv hoog-risico benadering)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wanneer is Rose’s paradigma van toepassing?

A

De volgende voowaarden zijn belangrijk:
1. Als het risico op ziekte gradueel stijgt met toenemende blootstelling, en
2. lage niveaus van blootstelling zeer veel voorkomen in de populatie, dan
3. zullen personen met een klein risico meer bijdragen aan de ziektelast, dus
4. ligt dan de populatiebenadering in preventiebeleid meer voor de hand.
Concrete voorbeelden:
- Obesitas
- Gebrek aan bewegen
- Voeding (suiker, zout, vet)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is de preventie paradox?

A

De (schijnbare) tegenstelling dat preventieve maatregelen op populatieniveau een grote gezondheidswinst opleveren, maar relatief weinig voor elk individu in die populatie. In andere woorden: Een preventiemaatregel met veel gezondheidswinst voor de bevolking, zal voor individuen weinig gezondheidswinst opleveren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Is een klinisch relevant verschil een goed criterium om een preventieve maatregelen te beoordelen?

A

Nee, volgens de preventie paradox.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe kun je preventie indelen als ziektestadium de rode draad is?

A
  • Primaire preventie (= populatie benadering): Het voorkomen van nieuwe gevallen van ziekten door het wegnemen of verminderen van de onderliggende oorzaken. Voorbeelden: loodvrije benzine, autogordel, rookverbod.
  • Secundaire preventie (‘screening’ = hoog-risico benadering): Het opsporen van een aandoening in een zo vroeg mogelijk (pre-klinisch) stadium, zodat vroege behandeling mogelijk is en verergering van de ziekte wordt voorkomen. Voorbeelden: bevolkingsonderzoek borstkanker.
  • Tertiaire preventie: Het voorkomen of beperken van de gevolgen van een vastgestelde aandoening. Voorbeeld: beweegprogramma in revalidatie na hartfalen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Hoe kun je preventie indelen als doelgroep de rode draad is?

A
  • Universele preventie: Algemene bevolking: bevordert en beschermt actief de gezondheid van de bevolking. Voorbeelden: autogordel, vaccinatie kinderziekten, rookverbod (populatie-benadering)
  • Selectieve preventie: Bevolkingsgroepen met verhoogd risico: voorkomen dat personen met verhoogd risico voor een bepaalde aandoening daadwerkelijk ziek worden. Voorbeelden: neonatale screening, inzet statines, screening kanker (hoog-risico benadering)
  • Geïndiceerde preventie: Individuen met beginnende klachten: voorkomen van verergering tot een aandoening. Voorbeelden: training voor mensen met slaapproblemen, omgaan met spanningen
  • Zorggerelateerde preventie: Individuen met ziekte: voorkomen van complicaties en beperkingen. Voorbeelden: beweegprogramma bij behandeling van personen met depressie of met diabetes.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat kan het gevolg zijn van bepaalde manieren van preventie?

A

Dat het verschil tussen de populatie groter wordt. Bijv. als je fietsen gaat promoten door de infrastructuur te verbeteren, dan ga je er als populatie op vooruit maar niet de mensen die bijv. geen fiets kunnen betalen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly