061_directions Flashcards
directions
wegaanwijzingen
Where’s the bank?
Waar is de bank?
Where is the market?
Waar is de markt?
How do I get there?
Hoe kom ik er?
How far is it?
Hoe ver is het?
Can you show me on the map?
Kunt u het mij tonen op de kaart?
It’s behind…
Het is achter…
It’s close
Het is dichtbij
It’s far
Het is ver
It’s here
Het is hier
It’s in front of…
Het is voor…
It’s near…
Het is dicht bij…
It’s next to…
Het is naast…
It’s on the corner
het is op de hoek
It’s opposite…
Het is tegenover…
It’s straight ahead
Het is rechtdoor
it’s there
Het is daar
turn left at the corner
sla linksaf op de hoek
turn right at the traffic lights
sla rechtsaf bij de verkeerslichten
by bicycle
met de fiets
by bus
met de bus
by train
met de trrein
on foot
te voet
north
noord
south
zuid
east
oost
west
west
What canal is this?
Welke gracht is dit?
What council is this?
Welke gemeente is dit?
What road is this?
Welke weg is dit?
What street is this?
Welke straat is dit?
bus
bus
corner
hoek
intersection
kruispunt
traffic lights
verkeerslichten
shop
winkel
bike lane
fietspad
pedestrian crossing
zebrapad