Woorden Babeliowsky 78-81 Flashcards
miscere
- door elkaar mengen
- in beroering brengen
miser
ongelukkig
miserari
beklagen
miseria
ellende
misericordia
medelijden
mittere
- werpen
- zenden, laten gaan
mobilis
beweeglijk
modestia
gematigdheid, zelfbeheersing
modo
- slecht
- zoëven
modo … modo
nu eens… dan weer
modo (voegw.)
mits
modus
- maat
- manier
moenia, -ium
(stads)muren
moles, -is
- grote last, moeite
- groot voorwerp, massa
miliri
ondernemen
mollis
zacht, buigzaam
monere (e)
- herinneren aan
- waarschuwen
mons, montis
berg
monstrum
wonderlijk verschijnsel
monumentum
monument, gedenkteken
mora
vertraging, uitstel
morari
- vertragen, ophouden
- talmen, treuzelen
morbus
ziekte
mori
sterven
mors, -tis
dood
mortalis
sterfelijk, sterfeling
mos, moris
gewoonte, zede
motus, -us
beweging
movere
bewegen
mox
spoedig
mulier, -eris
vrouw
multitudo, -inis
menigte
multus
veel
mundus
wereld
municipium
provinciestad
munire
versterken
munus, -eris
- taak
- geschenk
murmur, -is
geluid
murus
muur
musa
muze
mutare
- veranderen
- verwisselen
mutus
geluidloos, stom
mutuus
wederkerig
nam, namque
want