Voorzettes Flashcards
inschrijven
voor
discussieren
over
bezig houden
met
uitnodigen
voor
schoppen
tegen
steunen
op
zwaaien
naar
passen
bij
samenwerken
met
voorbereiden
op
reageren
op
solliciteren
op
geslaagd
voor
struikelen
over
bestaten
uit
overtuigen
van
Het woord beveiliger komt * het werkwoord beveiligen.
van
Wat weten jullie * de nieuwe maatregelen?
over
Kun je even * de pannen op het vuur letten?
op
Zij hebben recht * de erfenis van hun tante.
op
De kandidaat heeft veel indruk gemaakt * de sollicitatiecommissie.
op
Kun je nog iets veranderen * die nieuwe keuken?
aan
Karlijn doet al twaalf jaar * voetbal.
aan
Je kunt mijn vader herkennen * zijn zwarte baard en bril.
aan
Wie is er verantwoordelijk * de controle van de bestellingen?
voor
De cursisten zijn * twee groepen ingedeeld.
in
recht
op
Je hebt alleen recht op huurtoeslag, als je minder dan het minimum loon verdient.
toegang
tot
access
Dat kleine jongetje heeft alleen toegang tot het park als hij samen met zijn vader komt.
tevreden
over
satisfied
Ik ben heel tevreden met mijn nieuwe woning.
het onderzoek
naar
Het onderzoek naar een nieuw medicijn heeft lang geduurd.
bang
voor
Ik ben al mijn hele leven bang voor spinnen en muizen.
voorzichtig
met
Doe je voorzichtig met de kopjes van oma? Die mogen niet kapot vallen.
enthousiast
over
Ik ben niet zo enthousiast over dat nieuwe boek van die bekende auteur.
verplicht
om
Het is verplicht om je ID-bewijs te laten zien, als de politie ernaar vraagt.
(voorzettes) paniek
in
De kinderen waren helemaal in paniek door de grote hond.
(v) de kust
aan
at the coast
Karlijn heeft een huis aan de kust gekocht.
schade
aan
Door de storm hebben we veel schade aan ons dak.
uitnodiging
voor
Wij hebben geen uitnodiging gekregen voor de bruiloft van mijn oom.
gebrek
aan
verantwoordelijk
voor
Bij mijn nieuwe baan als kok ben ik verantwoordelijk voor het maken van de soepen.
bezoek
aan
Elk half jaar breng ik een bezoek aan de tandarts.
risico
voor
Daan en Karlijn drinken * een avond gemiddeld drie glazen wijn.
op
- de telefoon
aan
- ongeluk
per
- de gezelligheid
voor
- het werk
op
nuttig *
voor
voorkeur
voor
- het station
op
bedankt *
voor
- aan de hand
aan
- werktijd
onder
- de hoogte
op
Kun je ons op de hoogte brengen van de laatste maatregelen?
- een dag
op
Je kunt beter wennen aan het idee dat je dochter op een dag gaat trouwen.
- mijn vraag
op
Kun je me nu eindelijk antwoord geven op mijn vraag?
een verbod *
op
Er is aan de kust een verbod op zwemmen in de golven.
zenuwachtig *
over
Hij is zenuwachtig voor het gesprek met zijn manager.
- reis
op
Omdat we morgen op reis gaan, gaan we nu de koffers inpakken.
op het gebied *
van
Mijn vader weet veel op het gebied van computers.
- niets zo
voor
We hebben voor niets zo lang gewacht. Ze komen niet meer.