Thema 7 Flashcards
bacterie
de
bacteria
Deze bacterie leeft vooral op warme plaatsen.
In deze yoghurt zitten goede bacteriën. Ze helpen om je lichaam gezond te houden.
Slechte bacteriën in je eten kunnen ziektes veroorzaken.
berm
de
roadside
De bomen in de berm zijn te groot geworden. Ze veroorzaken overlast voor vrachtwagens.
In de berm van de snelweg groeien bloemen en gras.
oplichten
deceive, cheat
opgelicht worden
Ik licht nooit mensen op.
Lisa zit in de gevangenis omdat ze mensen heeft opgelicht.
Mijn buurman heeft veel mensen opgelicht. Hij verkocht spullen via Marktplaats, maar stuurde de spullen nooit op.
De verkoper van mijn koelkast heeft me opgelicht.
spoed
de
hurry, rush
Ik stuur het pakket met spoed op, anders komt het te laat aan.
De verpleegkundigen brachten de patiënt met spoed naar een operatiekamer.
virus
de
virus
Heb jij ook last gehad van dat virus?
Mensen kunnen een virus hebben, maar computers ook! Worden computers dan ook ziek?
Sanne werd ziek door een virus en moest thuis blijven.
*aansteken
light up, set fire to
vt: stak aan
vd: aangestoken
Ik steek de kaars aan.
Marisol heeft alle kaarsjes op de verjaardagstaart aangestoken.
*lucifer
de
match
Vroeger gebruikte ik altijd
lucifers om een vuurtje te maken.
Wil jij nieuwe lucifers kopen? Ik heb net de laatste gebruikt.
In het keukenkastje ligt een doosje met lucifers om kaarsen aan te steken.
*oortjes
de
small ear, earphone
Als ik op de fiets iemand wil bellen, gebruik ik mijn oortjes
Als ik één oortje gebruik bij het bellen, kan ik je niet goed verstaan.
Emine gebruikt haar oortjes om naar een bericht op haar telefoon te luisteren.
*bewaken
to guard
Ik bewaak de koffers bij de balie.
Twee beveiligers hebben de winkel bewaakt, maar toch heeft iemand spullen gestolen.
Zes beveiligers bewaken ‘s nachts het bankgebouw.
straling
de
radiation
Dit apparaat kan met behulp van straling het eten warm maken.
Ik draag vaak een zonnebril omdat de straling van de zon niet goed is voor je ogen.
Dokters kunnen sommige ziektes met behulp van straling behandelen.
bijdragen aan
make contributions to
vt: droeg bij
vd: bijgedragen
Ik draag bij aan de veiligheid van mijn buurt.
Het scheiden van plastic afval draagt bij aan een schonere wereld.
evenement
het
occasion, event, occurrence
Ons bedrijf bestaat 50 jaar, daarom organiseren we een
evenement.
gemenschappelijk
common, mutual, together
Zullen we met de hele familie één gemeenschappelijk cadeau kopen voor opa en oma?
illegaal
ilegal
De gemeente heeft geen toestemming gegeven voor het feest, dus het is illegaal.
ingrijpen
to intefere
vt: greep in
vd: ingegrepen
Ik grijp niet graag in bij een burenruzie.
De discussie in de klas duurde te lang, dus moest de docent ingrijpen.
mondeling
oral, verbal
Is een mondelinge afspraak genoeg, of wil je hem ook op papier?
keuren
to test, examine, check
Het vlees wordt gekeurd
voordat het in de winkel verkocht wordt.
een ronde
a round
Heb jij gecontroleerd of alle kantoren zijn opgeruimd? Of zal ik even een ronde maken langs alle ruimtes?
*aanhouden
to keep sth on, imprison, to arrest
vt: hield aan
vd: aangehouden
Ik word door de politie aangehouden.
Wij houden de bestuurder aan.
*bagage
de
bagage
Waar is mijn bagage?
We hebben zoveel bagage, dat niet alles in de auto past.
*bestemming
de
destination
Over een half uur komen we aan op de bestemming van onze reis.
*camera
de
camera
Veel journalisten hebben een camera bij zich.
*controle
de
examination, management
Zij heeft de controle.
Waarom heb je mij gevolgd?
*zich gedragen
to behave oneself, keep to
vt: gedroeg zich
vd:zich gedragen
Ik gedraag me altijd netjes in het verkeer.
Gedraagt hij zich goed?
Als ik bij de koning op bezoek ga, moet ik me heel beleefd gedragen.
*geweld
het
violence
In sommige landen komt veel geweld voor.
Veel mensen zijn gevlucht voor de oorlog, omdat ze bang zijn voor het geweld.
*locatie
de
location, situation
Ons bedrijf heeft een kantoor op twee locaties: een in Rotterdam en een in Den Haag.
*spijt hebben van
be sorry about
regret
Ik heb spijt van mijn gedrag.
Naima heeft een kind gekregen en nu wil ze stoppen met werken. Wat vind jij hiervan?
Ik denk dat ze er spijt van krijgt.
Mijn ouders vinden het niet leuk dat ik met mijn studie gestopt ben.
Maar ik heb er helemaal geen spijt van.
Ik had geen spijt van mijn keuze.
Gisteren heb ik mijn moeder de waarheid verteld, maar ik heb er nu spijt van. Ze reageerde zo raar.
*reiziger
de
traveller
Op een vliegveld zie je reizigers uit allerlei landen.
*rugzak
de backpack
rugzakken
Als Aron naar zijn werk gaat, neemt hij altijd een rugzak mee.
*volgen
go after
Waarom heb je mij gevolgd?
Wil je naar Enschede? Dan moet je de A1 volgen tot aan Hengelo.
bevatten
to contain
Cola bevat veel suiker, water daarentegen niet.
doden
to kill, destroy, murder
gedood
Deze tandpasta doodt de bacteriën in je mond.
gebrek (aan)
het
lack, fault
Ik kan niet sporten door gebrek aan geld.
Een gebrek aan slaap kan zorgen voor somberheid en weinig energie.
grondig
throughly
eva gaat haar huis grondig verbouwen.
Elke maand controleert de boekhouder grondig de administratie van de ondernemer.
leiden tot
lead to, result in, end up in
(verl) leidde tot
(volt) heeft geleid tot
Deze vergadering leidt tot niets.
Het gebruik van medicijnen kan leiden tot ernstige bijwerkingen.
oppervlak
het
surface
Een groot deel van het oppervlak van de aarde is water.
reinigen
to clean up, refine
vt: reinigde
vd: gereingd
Ik reinig de badkamer regelmatig met schoonmaakmiddel.
smerig
dirty, filthy
Een wc die nooit wordt schoongemaakt, is smerig.
voldoende
satisfactory (grade), pass (mark)
Ik heb meer dan voldoende gegeten, mijn buik zit vol.
*allergie
de
allergie
Ik heb een allergie voor de zon; als ik lang in de zon zit, krijg ik rode vlekjes en jeuk.
Ik heb een allergie voor aardbeien. Als ik aardbeien eet, krijg ik overal jeuk.
*zich ergeren aan
take offence at
vt: ergerde
vd: geergerde
Ik erger me aan jouw gedrag.
Alex ergert zich aan het lawaai van de buren aan de overkant van de straat.
Ik erger me aan mensen die hun afspraken niet nakomen.
Wij ergeren ons aan de reclame op televisie, want dan duurt de film twee keer zo lang!
*hygiënisch
sanitary, hygienic
In het verzorgingshuis werken we hygiënisch om te voorkomen dat bejaarden ziek worden.
In het verpleeghuis waar ik stage loop, is het belangrijk om hygiënisch te werken.
De slager moet hygiënisch werken om te voorkomen dat vuil en bacteriën in het eten komen.
*infectie
de
infection, inflammation
Je kunt een infectie voorkomen door regelmatig je handen te wassen.
*kantine
de
canteen
Olga en Laila eten tijdens de lunchpauze een salade in de kantine.
*klink
de
door knob, door handle
De klink van de deur is kapot. Ik kan de deur niet openen!
*niezen
to sneeze
vt niesde
vd geniesd
Nies niet in je hand, maar in je elleboog.
Marisol moet soms niezen als ze naar de zon kijkt.
Sanne is allergisch voor katten. Zij niest als ze met de kat speelt.
*je neus snuiten
to blow your nose
Ik snuit mijn neus elke ochtend.
Je hebt een vieze neus. Ga je neus snuiten!
Als je heel hard je neus snuit, komt er soms bloed uit je neus.
Als Ricardo heel hard zijn neus snuit, wordt hij hartstikke duizelig.
*stof
het
1. fabric
2. dust
Er ligt veel stof in het magazijn, dus het is noodzakelijk om schoon te maken.
Ik vond op zolder een oude koffer van mijn oma. Er lag veel stof op.
*toetsenbord
het
keyboard
Mijn toetsenbord werkte niet goed, maar toen ik mijn laptop weer opnieuw opstartte, werkte het weer.
*(zich) verspreiden
to scatter, disperse, spread
vt: verspreidde
vd: verspreid
Het virus heeft zich onder het volk verspreid.
De rook verspreidt zich ontzettend snel.
De bezoekers van het evenement verspreiden zich over het terrein.
Als Jing kookt, verspreidt zich een heerlijke geur in de keuken.
*voorzichtig
careful, cautious, accurate
Je moet altijd voorzichtig zijn met heet water, om ongelukken te voorkomen.
Je moet het pakket voorzichtig opensnijden.
Doe je alsjeblieft voorzichtig als je de nieuw kast in elkaar zet? Ik vind het jammer als je hem beschadigt.
*werkplaats
de
shop, studio, work place
De werkplaats van de kunstenaar heeft veel grote ramen.
Mijn oom is timmerman en heeft een grote werkplaats met hout en allerlei gereedschap.
aaien
to caress, to stroke
vt: aaide
vd: geaaid
Zora aaide de hond.
Het meisje aait haar kat.
aanwijzingen geven
give instructions
Ik geef aanwijzingen aan de voorbijgangers.
De docent gaf aanwijzingen voor de toets.
De timmerman geeft aanwijzingen aan de jongen hoe hij de planken moet zagen.
afdrogen
to dry, dry off
vt: droogde af
vd: afgedroogd
Ik droog de glazen af.
Jij droogde de borden af.
bewonderen
to admire, adore, respect
vt: bewonderde
vd: bewonderd
Mijn ouders hebben onze baby bewonderd.
Ik heb gisteren het appartement van Nahom bewonderd. Wat ziet dat er mooi uit!
blazen
to whistle, to blow
vt: blies
vd: geblazen
Jullie bliezen op een muziekinstrument.
Marisol blaast naar de bloem.
in paniek zijn
be panicking
Ik ben in paniek tijdens het examen.
Alex en Marisol waren in paniek toen ze de brand in hun schuur zagen.
Alex is in paniek, want hij denkt dat er iemand in zijn huis loopt.
ontsnappen
to escape, release
vt: ontsnapte
vd: is ontsnapt
Ik ontsnap uit de gevangenis.
De dief is uit de gevangenis ontsnapt.
Vannacht zijn twee dieven uit de gevangenis ontsnapt.
overgeven
to vomit, throw up
vt: gaf over
vd: overgegeven
Ik moet overgeven.
Maaike is misselijk, ze heeft net overgegeven.
Emma moet overgeven want ze is ziek.
slippen
to slip
vt: slipte
vd: geslipt
De auto’s slipten in de sneeuw.
De auto reed te hard in de bocht, en slipte.
toeteren
to blow the horn, soud the horn
vt: toeterde
vd: getoeterd
Ik heb naar jou getoeterd.
De chauffeur toetert naar de vrouw op straat.
wegzetten
to store, save, pur away
vt: zette weg
vd: weggezet
Ik zet de borden weg.
Heb jij de boodschappen weggezet?
Ricardo zet aan het eind van de werkdag zijn gereedschap weg. Dan is de werkplaats weer opgeruimd.
zoenen
to make out, to kiss
vt: zoende
vd: gezoend
Wij hebben elkaar gezoend.
Toen Carlos zijn zus zag, zoende hij haar op beide wangen.
aarzelen
to hesitate
vt: aarzelde
vd: aargezeld
Samir aarzelt of hij een vervolgopleiding gaat doen of gaat werken.
handelen
to accomplish, proceed, deal with
vt: handelde
vd: gehandeld
De getuige wist hoe hij moest handelen, toen hij het slachtoffer in het water zag liggen.
in actie komen
take action, move
Ik kom direct in actie.
De beveiliger kwam meteen in actie, toen hij een verdacht persoon zag.
kalmeren
to calm down, settle down
vt: kalmeerde
vd: gekalmeerd
Ik kalmeerde mijn vriend, toen hij zenuwachtig was voor zijn sollicitatiegesprek.
voorbijganger
de
passer-by
*achterop
on the back
Ahmed gaat met de fiets en heeft zijn tas achterop.
Tim en Lisa hebben maar één fiets, daarom zit Tim achterop.
*ambulance
de
ambulance
De ambulance rijdt naar de plaats van het ongeluk.
Er is een ongeluk gebeurd. Een getuige heeft de ambulance gebeld.
*brommer
de
motorcycle
De bestuurder van de brommer verloor de controle over het stuur.
Een brommer is sneller dan een fiets en goedkoper dan een auto.
*deuk
de
dent へこみ
Er zit een deuk in de voorkant van de auto.
Het pakket is beschadigd, want er ziten twee deuken in.
*expres
on purpose, conscious
Ik ga vanavond expres vroeg naar bed, zodat ik morgen fit ben voor het examen.
Ik drink expres veel water met warm weer, want dat is gezond.
We vertrekken expres vroeg, want dan kunnen we de hele dag genieten aan het strand.
*onthouden
to remember
vt: onthield
vd: onthouden
Ik onthoud makkelijk namen.
Ik doe mijn best om de nieuwe woorden uit TaalCompleet te onthouden.
De getuige heeft alles goed onthouden.
Ik vind het makkelijk om mijn pincode te onthouden want de combinatie van cijfers is eenvoudig.
*snee
de
cut, wound
Het slachtoffer heeft een snee in haar been.
Alex heeft zichzelf per ongeluk gebeten en heeft nu een snee in zijn lip.
*uitkijken
to watch, take care, attend to look out, pay attention
vt: uitkeek
vt: uitgekeken
Ik kijk altijd goed uit.
De voetgangers keken goed uit toen ze de straat overstaken.
Je moet in het verkeer goed uitkijken.
Ik heb niet goed uitgekeken en ben over de tas op de vloer gestruikeld.
adviseren
to advice
vt: adviserde
vd: geadviserd
Ik adviseer je naar de dokter te gaan.
De schoonheidsspecialist adviseert mij over de beste verzorging voor mijn huid.
De politie adviseert om de deuren van je huis altijd op slot te doen, als je weggaat.
beet
de
bite
Jonge katten hebben nog maar kleine tanden, dus een beet doet niet veel pijn.
breuk
de
break, crack,crash
Door het verkeersongeluk had ik twee breuken in mijn linkerarm.
hevig
heavy, intense, strong
Nina hoestte zo hevig, dat er bloed uit haar keel kwam.
tenzij
unles
Ik fiets naar mijn werk, tenzij het heel slecht weer is.
van belang zijn
important, matter
Het is van belang dat ik mijn toets haal.
In een ziekenhuis is het van belang om alle materialen schoon te houden.
Het is van belang dat u meteen de brandweer belt, als u rook ziet.
vermoeden
to suspect, to suppose
vt: vermoedde
vd: vermoed
Ik vermoed dat jij mijn geld gestolen hebt.
Ali vermoedt dat zijn buren expres naar harde muziek luisteren wanneer hij piano oefent.
zorgwekkend
critical
De ernstige bijwerkingen van het medicijn zijn zorgwekkend.
*bedekken
to cover
vt: bedekte
vd: bedekt
Ik wil niet dat mijn huid rood wordt, dus ik bedek mijn armen tegen de zon.
*bewusteloos
sensless, unconscous
De bewusteloze vrouw kon niet reageren op vragen.
Felix herinnert zich niks van de reis naar het ziekenhuis, want hij was bewusteloos.
Het slachtoffer ligt bloot op de grond en is bewusteloos.
*bot
het
bone
Er zitten nog botjes in deze stukken kippenvlees.
De hond heeft het vlees opgegeten en er zijn alleen een paar botten over.
*giftig
poisonous
Met een giftig product doodt Samir de muizen.
Die plant moet je niet eten, die is giftig! Je wordt er ontzettend ziek van.
*insect
het
insect
De insecten eten het oude fruit op de kast.
Tussen de bloemen in de buurttuin vliegen veel insecten.
*inslikken
to swallow
vt: inslikte
vd: ingeslikt
Ik heb per ongeluk een botje van de kip ingeslikt.
Ricardo heeft schoonmaakmiddel ingeslikt, dus hij moet snel naar het ziekenhuis toe.
De baby mag geen kleine dingen in haar mond stoppen, want dan slikt ze ze misschien in.
*rondom
around
Er staan veel bomen rondom ons huis.
Er schijnt niet veel zon door onze ramen, omdat er hoge muren rondom ons huis staan.
*schade (aan)
de
damage, harm
Ik heb schade aan mijn auto.
De overstroming veroorzaakte veel schade aan huizen en auto’s.
De schade aan de deur van mijn auto werd gerepareerd door de monteur.
*scheuren
to rip, tear
vt: scheurde
vd: gescheurd
Ik ben voorzichtig met biljetten. Ik wil niet dat ze scheuren.
Als ik het grote papier in twee stukken scheur, kunnen we allebei op één stukje schrijven.
Het staat scheef.
Er zit een scheur in.
*steken
to stab
vt: stak
vd: gestoken
Een wesp heeft Jing in haar hand gestoken.
Het meisje moet huilen omdat een bij haar in haar arm heeft gestoken.
De vrouw kan niet ademen omdat ze bijna in haar broodje stikt.
*stikken
to choke
vt: stikte
vd: gestikt
De vrouw stikte in haar kauwgom.
*verpakking
de
cover, shell, wrapping, packaging
De verpakking van de yoghurt is nog dicht.
Het lukt niet om deze suikerverpakking open te maken zonder schaar.
*wond
de
wond
In dit kistje zitten pleisters, verband en andere dingen om een wond te verzorgen.
De verpleegkundige verzorgt elke dag veel wonden.
Hua is hard op zijn knie gevallen, maar de wond op zijn knie bloedt gelukkig niet.
lekkage
de
leak, leakage
Wij hebben een lekkage in de garage. Morgen bel ik de loodgieter.
pand
het
building, house, residence
Heb je dat nieuwe pand in het stadscentrum gezien? Wat heeft het veel ramen.
stuk
broken, crashed
Sinds gisteren zijn de lampen stuk. Dus Sanne moet nieuwe kopen.
zich vergissen
to make a mistake
vt: vergiste
vd: vergist
Ik vergis me soms.
De bestuurder heeft zich vergist in de weg. Daarom moet ze de hele weg terugrijden.
verplaatsen
to relocate, remove
vt: verplaatste
vd: verplaatst
Als ik de spullen van mijn collega’s verplaats, kunnen ze ze morgen niet makkelijk vinden.
zool
sole
de
O, onder mijn zool zit een beetje gras.
*aansluiten
to joint
vt: sloot aan
vd: aangesloten
Ik sluit de
leidingen aan.
Vanmorgen heeft een monteur onze nieuwe afwasmachine aangesloten.
Een monteur is onze nieuwe televisie aan het aansluiten.
*afbreken
to break down
vt: brakk af
vd: afgebroken
Ik breek een stuk van de wortel af.
Het is afgebroken.
Omdat ik zo’n honger had, heb ik een stukje van het brood afgebroken en opgegeten.
Er is een stuk van de brug afgebroken. Hij is nu niet veilig meer.
*afzuigkap
de
extractor 換気扇
De afzuigkap hangt scheef.
Nadat de kok gekookt heeft, gaat hij de oven en de afzuigkap schoonmaken.
*beschadigen
to damage
vt: beschadigde
vd: beschadigd
Per ongeluk hebben de kinderen de bril van hun oma beschadigd.
De storm heeft ons huis beschadigd; er is een grote boom op gevallen.
*branden
to burn, burning
vt: brandde
vd” gebrand
De lampen op zolder hebben de hele nacht gebrand. Wat stom!
De kamer is heel gezellig; er branden veel kaarsjes op tafel.
*driehoek
de
triangle
Ik heb een klok in de vorm van een driehoek.
Tijdens de rekenles tekent de docent een driehoek op het bord.
*downloaden
to download
vt: downloadde
vd: gedownload
heb je een leuk spel gedownload?
In de pauze downloadt de cursiste een nieuwe app op haar telefoon.
*handleiding
de
manual, instruction
Die handleiding is helemaal versleten.
De productiemedewerkers kijken in de handleiding om de storing in het apparaat op te lossen.
*klem zitten
stuck
vt: zat
vd: gezeten
Ik zit klem tussen
de liftdeuren.
Hoelang hebben je vingers klem gezeten?
Kijk eens. Dat meisje zit klem in de doos.
Kijk. Die hond zit klem. Hij heeft hulp nodig om eruit te komen.
*knipperen
to blink
vt: knipperde
vd: geknipperd
Ik heb erg met mijn ogen geknipperd toen de oogarts druppels in mijn ogen deed.
De stoplichten werken niet vanmorgen. Het oranje licht is de hele tijd aan het knipperen.
*scheef
sloping, slanting 傾いている
Het hangt scheef.
Het zit scheef.
Het staat scheef.
De afzuigkap hangt scheef.
Na de botsing staat het paaltje helemaal scheef.
*stappen (in)
to step (in)
vt: stapte
vd: zijn gestapt
Ik stap met mijn laarzen in de sneeuw.
Tijdens een boswandeling is Alex in paardenpoep gestapt.
Het kleine jongetje stapt enthousiast met zijn regenlaarzen in het water.
*versleten
to worn, worn with age
Het is versleten.
Die handleiding is helemaal versleten.
Na 10 jaar gaat Felix een nieuwe schooltas kopen. De oude is vaak gebruikt en nu helemaal versleten.
*vorm
de
form
Ik heb een klok in de vorm van een driehoek.
Het gezicht van Eva heeft een ronde vorm.
draaideur
de
revolving door (回転ドア)
Via de draaideur kom je bij de receptie van het ziekenhuis.
drempel
de
threshold, doorstep
敷居、戸口
Thomas tilt zijn vrouw over de drempel van hun nieuwe huis.
infuus
het
drip feed 点滴
kenteken
het
licence number, mark, identification mark, badge
Ik kan de combinatie van cijfers en letters van het kenteken van mijn auto niet onthouden.
kooi
de
cage
Dieren in een kooi worden soms depressief omdat ze niet voldoende kunnen bewegen.
(fietsen)rek
het
shelf
Waarom zet jij je fiets nooit in het rek?
riool
het
drainage tube, drain, rain pipe, 下水管
Het riool in onze straat wordt schoongemaakt.
schoorsteen
de
chimney, mantelpiece
Er komt rook uit de schoorsteen.
spuit
de
needle, injection, 蛇口
De verpleegkundige gebruikt een spuit om de patiënt een medicijn te geven.
struik
de
bush
Er staan bomen en struiken en onze tuin.
vlag
de
flag
De kleuren van de Nederlandse vlag zijn rood, wit en blauw.
zadel
het
saddle
Ik zet het zadel van mijn fiets lager want ik kan niet met mijn voeten op de grond.
aardbeving
de
earthquake
Na de aardbeving lagen al mijn spullen op de grond.
hittegolf
de
heat wave
Tijdens een hittegolf moet je voldoende drinken.
orkaan
de
hurricane
overstroming
de
flood
vulkaanuitbarsting
de
volcanic eruption
zich bewurst zijn aan
be aware of
Ik ben me bewust van mijn vervelende gedrag.
De docent is zich niet bewust van mijn aanwezigheid dus roep ik haar naam.
hoogtepunt
het
climax, highlight, peak
naderen
to approach
De storm nadert de kust.
Nahom naderde het huis van zijn grootouders en zag dat de deur open stond.
het leven kosten (aan)
to cost the lives of
De brand heeft hem het leven gekost.
Het auto-ongeluk kostte het leven aan een kind.
leed
het
suffering, sorrow, misery
De oude man vertelde me al zijn leed dus heb ik hem daarna getroost.
eeuw
de
century
Hoeveel eeuwen is jouw land al onafhankelijk?
Nahom is 60 jaar. Hij is geboren in de twintigste eeuw.
golf
de
wave
Hoeveel eeuwen is jouw land al onafhankelijk?
Door de sterke wind zijn de golven op de zee heel erg hoog.
kwetsbaar
fragile, vulnerable, weak
Mijn grootmoeder is oud en ziek. Ze is een heel kwetsbare vrouw geworden.
Wil je die vaas voorzichtig in de kast zetten? Hij is heel kwetsbaar.
verdrinken
drown
vt: dronk
vd: verdronken
De man verdrinkt bijna in het koude water.
Onze hond is vorig jaar in een rivier verdronken.
Laat je kinderen nooit alleen bij water. Zelfs in weinig water kunnen ze verdrinken.
beademen
to breath upon
vt: ademde
vd: geademd
Ik beadem het slachtoffer.
Ik vind het vervelend om een slachtoffer op zijn mond te beademen.
Emine wil de bewusteloze man beademen.
Aster heeft al drie keer een slachtoffer beademd.
Voor ik ga beademen, knijp ik de neus van het slachtoffer dicht.
bevestigen (aan)
to attach, fasten, tie up
vt: bevestigde
vd: bevestigd
Ik bevestig het schilderij aan de muur.
De opa bevestigt extra wieltjes aan de fiets van zijn kleinkind.
Sanne wil het schilderij aan de muur bevestigen.
Tim heeft de foto van zijn vriendin boven zijn bed bevestigd.
bij bewustzijn zijn
be conscious
Ik ben bij bewustzijn.
Het slachtoffer heeft zijn bewustzijn verloren en ligt bewusteloos op de grond.
Het slachtoffer heeft haar bewustzijn verloren.
borstkas
de
rib cage 胸郭
Nahom traint veel in de sportschool en heeft nu een brede borstkas.
Felix springt boven op de borstkas van zijn vader.
reanimeren
to recover, revive, awake
vt: reanimerde
vd: gereanimerd
Ik reanimeer de bewusteloze man.
Kom snel. Deze klant is bewusteloos. Wie kan hem reanimeren?
Samir heeft de bewusteloze vrouw gereanimeerd.
De patiënt wordt door de artsen gereanimeerd.
*bloot
nude, naked, bare
Ik heb hem nog nooit bloot gezien. Hij heeft altijd zijn kleren aan.
Lisa moest haar blote armen bedekken.
In Nederland zie je op sommige stranden blote mensen lopen.
*knijpen
to clench, squeeze
vt: kneep
vd: geknepen
Knijp je nues dicht, wat het stinkt hier
Kun je even in mijn arm knijpen ? Ik geloof dat ik droom.
Ahmet heeft me hard in mijn wang geknepen.
Mijn dochter is bang en heeft me al twee keer in mijn hand geknepen.
schok
de
schock, impact
De stekker is stuk. Stop hem niet in het stopcontact, want dan krijg je een schok
Naima kreeg een schok van het slechte nieuws.
Het is veilig de patiënt aan te raken, als de eerste schok gegeven is.
maatregelen (werkwoord)
Nemen
De gemeente gaat maatregelen nemen om het lawaai in de buurt te verminderen.
aantekening (werkwoord)
maken
Wie maakt er tijdens de vergadering aantekeningen van wat er gezegd wordt?
vragen (werkwoord)
stellen
Je mag altijd vragen stellen over het nieuwe contract.
in actie (werkwoord)
komen
Je moet wel in actie komen als je die nieuwe fiets in de aanbieding wilt kopen.
in brand (werkoord)
staan
De brandweer is gebeld, want de schuur staat in brand.
het nieuws (werkwoord)
kijken
Heb je gisterenavond nog naar het nieuws gekeken?
een praatje (werkwoord)
maken
Ik maak elke dag een praatje met mijn buurvrouw op de hoek.
in orde (werkwoord)
zijn
Voordat ik op vakantie ga, wil ik dat mijn documenten in orde zijn.
ervaring (werkwoord)
doen
In mijn jeugd heb ik veel ervaring opgedaan als serveerster in een restaurant.
toestemming (werkwoord)
vragen
Je moet aan je ouders toestemming vragen om mee te gaan naar de film vanavond.
bestemming=destination
de bus (werkwoord)
halen
Je moet rennen, want anders kun je de bus niet meer halen.
mijn dag niet (werkwoord)
Ik heb vandaag mijn dag niet, alles mislukt.
moeite met (werkwoord)
trouble
hebben
Hij heeft veel moeite met zijn rijexamen. Hij is al drie keer gezakt.
om de beurt
turn, my turn, your turn
Stilte. Jullie mogen om de beurt iets zeggen. Niet allemaal tegelijk.
advies (werkwoord)
geven
Kun je mij advies geven over een nieuwe computer?
advies (werkwoord)
geven
Kun je mij advies geven over een nieuwe computer?
op het laatste moment
last minute
Hij heeft op het laatste moment beslist dat hij de boot niet verkoopt.
kans op (werkwoord)
hebben
Als je snel bent, heb je nog kans op een goede jas.
kilometer (voorzettes)
per uur
Ze reden met 160 kilometer per uur door de bocht. Daardoor hadden ze bijna een ongeluk.
een (voorzettes) drie
op
Een op de drie bruidegoms wil na 12 jaar scheiden.
ervoor (werkwoord)
zorgen
Samir zorgt ervoor dat het eten om 18:00 uur klaar is.
to ensure
aandacht (werkword)
besteden (pay attention)
Je hebt de laatste tijd niet zoveel aandacht besteed aan je studie. Daardoor heb je nu het examen niet gehaald.
op een rij (werkwoord)
staan (line up)
Kunnen jullie allemaal op een rij gaan staan? Dan kan ik jullie beter tellen.