Les Gestes … Flashcards
Sonner
Bellen
Frapper
Kloppen
Fouiller
Aftasten
Repousser
Wegduwen
Lâcher
Loslaten
Retenir
Inhouden
Se taire
Zwijgen
Pousser
Duwen
Détacher
Loslaten
Se bousculer
Elkaar duwen
Fait semblant
Gedaan alsof
Se pencher
Zich buigen
S’accrocher
Vastklampen
Nouer
Knopen
Essuyer
Afvegen, drogen
Poser/mettre
Zetten of leggen
quitter
verlaten
déplacer
verplaatsen
souffler
uitblazen
envelopper
wikkelen, inpakken
effacer
uitvegen, afvegen
fuir
vluchten
une fuite
vlucht
s’enfuir
vluchten
sauter
springen
attraper
grijpen
arracher
afnemen
enfermer
opsluiten
avoir (vervoegen) appuyé
drukte
un bond
sprong
dresser
africhten, oprichten
cracher
spuwen
des poses (f)
houdingen (Engels)
debouter
recht op zitten
raide
stijf
croiser
kruisen
bouger
bewegen
enverser
om te gooien
lenteur (f)
traagheid
claquent
dichtslaande
lancer/ jeter
gooien, slingeren
se contracter
samen trekken
descendre
naar beneden gaan
monter
naar boven gaan
découper
in stukken snijden
balayé
geveegde
écrasé(e)
verpletterd, doodgetrapt
courber
buigen
ramper
kruipen
se conduire, se compoter
zich gedragen
la conduite/ le comportement
gedrag
agire
handelen
actes (f)
handelingen,daden