Argumentatie Flashcards

1
Q

the statement + to disagree with smth (bijv)

A

de stelling + Ik ben het niet eens met de stelling dat jonge mensen luier zijn dat vroeger

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

the opinion (2 manieren) + to have a different opinion than you (bijv)

A

de mening/de opinie. Bijv. Ik heb een heel andere mening dan jij. Wat is jouw opinie over…?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

the argument + bijv

A

het argument. Bijv. Wat zijn je argumenten voor deze stelling?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

to prove smth

A

bewijzen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

to discuss about something

A

bespreken OP

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

To be right about something

A

OVER iets gelijk hebben

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

On the one hand (2 manieren)

A

aan de ene kant / enerzijds

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

On the other hand (2 manieren)

A

aan de andere kant / anderzijds

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

the comparison / In comparison with

A

de vergelijking / In vergelijking met…

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

the similarity - the difference

A

de gelijkenis - het verschil

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

dependent upon - independent

A

afhankelijk VAN - onafhankelijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

to ask yourself if…

A

zich afvragen of…

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

It looks like… + bijv

A

Schijnen. Bijv. Het schijnt dat zij opnieuw zwanger is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

the introduction

A

de inleiding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

the conclusion (2 manieren) - to conclude (2 manieren)

A

het besluit/de conclusie - besluiten/concluderen UIT een argumenten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

To doubt about something

A

OVER iets twijfel

17
Q

To tell something / to talk about something + bijv

A

iets VERTELLEN + Je vertelt de onzin / OVER iets VERTELLEN + Je vertelt over een boek.

18
Q

to be sure about something + bijv

A

VAN iets zeker zijn.
Bijv.
Ik ben er zeker van dat hij het niet zo bedoelt.