Argumentatie Flashcards
the statement + to disagree with smth (bijv)
de stelling + Ik ben het niet eens met de stelling dat jonge mensen luier zijn dat vroeger
the opinion (2 manieren) + to have a different opinion than you (bijv)
de mening/de opinie. Bijv. Ik heb een heel andere mening dan jij. Wat is jouw opinie over…?
the argument + bijv
het argument. Bijv. Wat zijn je argumenten voor deze stelling?
to prove smth
bewijzen
to discuss about something
bespreken OP
To be right about something
OVER iets gelijk hebben
On the one hand (2 manieren)
aan de ene kant / enerzijds
On the other hand (2 manieren)
aan de andere kant / anderzijds
the comparison / In comparison with
de vergelijking / In vergelijking met…
the similarity - the difference
de gelijkenis - het verschil
dependent upon - independent
afhankelijk VAN - onafhankelijk
to ask yourself if…
zich afvragen of…
It looks like… + bijv
Schijnen. Bijv. Het schijnt dat zij opnieuw zwanger is.
the introduction
de inleiding
the conclusion (2 manieren) - to conclude (2 manieren)
het besluit/de conclusie - besluiten/concluderen UIT een argumenten
To doubt about something
OVER iets twijfel
To tell something / to talk about something + bijv
iets VERTELLEN + Je vertelt de onzin / OVER iets VERTELLEN + Je vertelt over een boek.
to be sure about something + bijv
VAN iets zeker zijn.
Bijv.
Ik ben er zeker van dat hij het niet zo bedoelt.