L8 Flashcards
Wilsontbreken
Anna viert haar verjaardag en is stomdronken geworden. In die dronken bui biedt Anna haar bungalow die drie ton waard is, voor €75.000 aan Koos te koop. Koos aanvaardt het aanbod van Anna.
Wat kan Anna het beste claimen als ze achteraf af wil van deze overeenkomst?
1. Een geestelijke stoornis belette de redelijke waardering van de belangen van Anna bij deze koopovereenkomst.
2. De verklaring is onder invloed van de geestelijke stoornis gedaan.
3. Annas wilsverklaring was voor haar nadelig terwijl er sprake was van geestelijke stoornis (dronkenschap), waardoor men ervan moet uitgaan dat deze wilsverklaring onder invloed van de geestelijke stoornis is gedaan.
4. Anna kan niet meer af van deze overeenkomst.
- Een geestelijke stoornis belette de redelijke waardering van de belangen van Anna bij deze koopovereenkomst.
==>
Optie 3 staat tegenbewijs toe; opties 1 en 2 niet. Dus optie 3 is niet de beste. Optie 1 is van toepassing omdat in casu wordt gesproken over de waardering van het object.
==> Bij Anna is er sprake van een geestelijke stoornis, zij is dronken. Haar dronkenschap belet haar een redelijke prijs te vragen voor haar bungalow, de koopovereenkomst die zij afsluit met Koos is voor Anna nadelig. Zij krijgt voor haar bungalow een veel lagere koopprijs dan de bungalow in feite waard is. De door Anna afgelegde verklaring is onder invloed gedaan van haar dronkenschap gedaan. Gaan we ervan uit dat de wederpartij Koos er niet in slaagt te bewijzen dat de verklaring van Anna, niet onder invloed van haar dronkenschap is gedaan, dan kunnen we ervan uitgaan dat de verklaring van Anna wel onder invloed is gedaan en dat de wil van Anna tot verkoop van haar bungalow voor een prijs van €75.000 ontbreekt.
Coen heeft grote moeilijkheden thuis, waardoor hij ook zijn werk op kantoor van Daan niet meer aankan. Coen heeft om de dag een gesprek met een psychiater en dagelijks komt er een maatschappelijk werkster bij Coen thuis. In een overspannen bui zegt Coen zijn baan bij werkgever Daan op.
Wat kan Coen het beste claimen om zijn opzegging niet door te laten gaan?
1. Een geestelijke stoornis belette de redelijke waardering van de belangen van Coen bij deze koopovereenkomst.
2. De verklaring is onder invloed van de geestelijke stoornis gedaan.
3. Coens wilsverklaring was voor hem nadelig terwijl er sprake was van geestelijke stoornis, waardoor men ervan moet uitgaan dat deze wilsverklaring onder invloed van de geestelijke stoornis is gedaan.
4. Coen kan niet meer af van deze opzegging.
- Coens wilsverklaring was voor hem nadelig terwijl er sprake was van geestelijke stoornis, waardoor men ervan moet uitgaan dat deze wilsverklaring onder invloed van de geestelijke stoornis is gedaan.
==> Coen heeft onder invloed van moeilijke omstandigheden waarin hij verkeert zijn baan opgezegd, waarbij gezegd kan worden dat dit ontslag voor hem nadelig is. De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt onder invloed van zijn geestelijke stoornis gedaan. Wordt het tegendeel niet geleverd, dan wordt de wil van Coen tot het opzeggen van de arbeidsovereenkomst geacht te hebben ontbroken. Bovendien kan er worden gezegd dat Coen niet in staat is ten gevolge van zijn overspannenheid te komen tot een redelijke waardering van de belangen die betrokken zijn bij zijn opzegging.
Edmond wil zijn camper verkopen aan Fia voor een prijs van € 24.000. Hij geeft zijn secretaresse in deze zin een tekst op, gericht aan Fia, maar de secretaresse typt in de
e-mail in plaats van € 24.000 een koopprijs van € 24.00.
Kan Fia zich beroepen op de geldigheid van deze wilsverklaring (24.00 Euro)?
1. Ja
2. Nee
- Ja
==> Volgens art. 3:37 lid 4 BW, komt de fout ter rekening van diegene die de wijze van doorbrengen van het bericht heeft bepaald.
Edmond wil zijn camper verkopen aan Fia voor een prijs van € 24.000. Fia vraagt dat Edmond zijn aanbod aan Fia d’r secretaresse doorgeeft. Edmond belt met de Fia d’r secretaresse, en geeft in deze zin een tekst op, gericht aan Fia, maar de secretaresse typt in de
e-mail in plaats van € 24.000 een koopprijs van € 24.00.
Kan Fia zich beroepen op de geldigheid van deze wilsverklaring (24.00 Euro)?
1. Ja
2. Nee
- Nee
==> Volgens art. 3:37 lid 4 BW, komt de fout ter rekening van diegene die de wijze van doorbrengen van het bericht heeft bepaald.
Max wil zijn baan bij werkgever Nero opzeggen per 1 juli 2023. Max stuurt Nero daartoe een schrijven waarin hij zijn baan opzegt per 1 juni 2023. Max heeft zich verschreven en in plaats van juli, juni in zijn brief gezet.
Welke stelling is juist?
1. De opzegging door Max van zijn baan per 1 juni 2023 is van rechtswege geldig aangezien er niet bewezen kan worden dat er een fout is gemaakt.
2. De opzegging door Max van zijn baan per 1 juni 2023 is van rechtswege geldig. De fout komt ter rekening van Max, die de wijze van wilsverklaring bepaalde.
3. De opzegging door Max van zijn baan is geldig per 1 juli 2023, hetgeen overeenkomst met Max z’n wil.
4. De opzegging door Max van zijn baan per 1 juni 2023 is van rechtswege nietig, ofwel er is in het geheel geen sprake van een opzegging.
- De opzegging door Max van zijn baan per 1 juni 2023 is van rechtswege nietig, ofwel er is in het geheel geen sprake van een opzegging.
==> De opzegging door Max van zijn baan per 1 juni 2023 is van rechtswege nietig, ofwel er is in het geheel geen sprake van een opzegging per 1 juni 2023.
==> In artikel 3:33 wordt immers bepaald dat een rechtshandeling een op een rechtsgevolg gerichte wil vereist, die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Wanneer de op een rechtsgevolg gerichte wil anders is dan uit de verklaring zou blijken, dus in het geval van discrepantie tussen verklaring en wil, kan geen rechtshandeling ontstaan.
Fedor biedt in een dronken bui zijn bungalow van drie ton aan voor €75.000 aan Zus te koop. Zus merkt niet dat Fedor dronken is en aanvaardt Fedors aanbod.
Welke stelling is juist?
1. Fedor was dronken, en daarom is zijn aanbod niet geldig, en is geen overeenkomst tot stand gekomen.
2. Fedor deed een aanbod. Zus wist niet dat hij dronken was, en mocht erop vertrouwen dat het aanbod wel overeenstemde met Fedor z’n wil. Het aanbod is geldig, en er is een geldige overeenkomst.
3. Omdat Fedor z’n aanbod nadelig voor hem was, wordt vermoed dat het onder invloed van een geestelijke stoornis is gedaan, tenzij het nadeel op het tijdstip van de rechtshandeling redelijkerwijs niet was te voorzien.
4. Zus kan geen beroep doen op art. 3:35 BW. Art. 3:34 lid 2 BW blijft gelden. De wilsverklaring van Fedor, en de overeenkomst, zijn nietig.
5. Alle stellingen zijn onjuist.
- Alle stellingen zijn onjuist.
==> Wel juist: - Zus kan geen beroep doen op art. 3:35 BW. Art. 3:34 lid 2 BW blijft gelden en Fedor kan de overeenkomst vernietigen.
==> In het geval dat Zus er – alle omstandigheden in aanmerking genomen – op mocht vertrouwen dat Fedor werkelijk zijn bungalow voor €75.000 aan haar wilde verkopen, zou Fedor geen beroep kunnen doen op het feit dat wil en verklaring niet in overeenstemming waren. De koopovereenkomst zou geldig zijn.
Maar: iemand die een bungalow voor zo’n laag bedrag te koop aanbiedt, moet men ervan uitgaan dat de verklaring niet overeenstemt met de wil van de verklaarder. Zus kan geen beroep doen op art. 3:35 BW, art. 3:34 lid 2 BW blijft gelden en Fedor kan de overeenkomst vernietigen.
Welke stelling is onjuist?
1. Een vernietigbare rechtshandeling kan op slechts twee manieren worden vernietigd: buitengerechtelijke verklaring, of rechterlijke uitspraak.
2. Een buitengerechtelijke verklaring van vernietiging is vormvrij.
3. Een rechtshandeling omtrent registergoederen kan alleen buitengerechtelijk worden vernietigd als alle partijen akkoord gaan.
4. Alle stellingen zijn juist.
5. Alle stellingen zijn onjuist.
- Alle stellingen zijn juist.
Welke stelling is onjuist?
1. Mogelijke gevallen wanneer er geen overeenstemming tussen wil en verklaring is, zijn: geestelijke gestoordheid van de verklaarder; verklaarder verspreekt of verschrijft zich; de verklaring wordt verkeerd opgevat omdat in de verklaringen woord(en) dubbelzinnig worden gebruikt.
2. De vernietiging van een rechtshandeling werkt terug tot het tijdstip waarop de rechtshandeling is verricht.
3. De verjaringstermijn van het vernietigen van een rechtshandeling is 20 jaar (art. 3:306 BW).
4. Als de verklaring door een door de afzender aangewezen persoon wordt overgebracht, en bij het overbrengen een fout wordt gemaakt, kan de afzender zich niet beroepen op wilsontbreken.
5. Alle stellingen zijn juist
6. Alle stellingen zijn on juist
- De verjaringstermijn van het vernietigen van een rechtshandeling is 20 jaar (art. 3:306 BW).
==>
Art. 3:52 BW definieert een verjaringstermijn die afwijkt van de algemene verjaringstermijn voor rechtsvorderingen zoals in artikel 3:306 BW opgenomen.
Het begrip… in art. 3:34 lid 1 BW houdt in dat tegenbewijs… toegelaten.
Het begrip… in art. 3:34 lid 1 BW houdt in dat tegenbewijs… toegelaten .
Mogelijke antwoorden:
1. wordt geacht, is, wordt vermoed, is
2. wordt geacht, niet is, wordt vermoed, niet is
3. wordt geacht, is, wordt vermoed, niet is
4. wordt geacht, niet is, wordt vermoed, is
- wordt geacht, niet is, wordt vermoed, is
Beoordeel deze stellingen:
A: Een geestelijk gestoorde die beroep wil doen op wilsontbreken, moet aantonen dat er sprake is van causaal verband tussen die geestelijke stoornis en het ontbreken van de wil tot het verrichten van de rechtshandeling
B: Het gevolg voor een rechtshandeling als er sprake is van een discrepantie tussen wil en verklaring is in beginsel dat de rechtshandeling nietig is.
Mogelijke antwoorden:
1. Alleen A is juist
2. Alleen B is juist
3. A en B zijn juist
4. A en B zijn onjuist
- A en B zijn juist
==> Mbt A: juist, zie art. 3:34 lid 1 BW.
==> Mbt B: Art. 3:33 BW bepaalt dat een rechtshandeling een op rechtsgevolg gerichte wil vereist, die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Wanneer de op een rechtsgevolg gerichte wil anders is dan de verklaring is er sprake van discrepantie tussen wil en verklaring en kan er geen rechtshandeling ontstaan
Beoordeel deze gevallen:
A: Anna viert haar verjaardag en is stomdronken geworden. In die dronken bui biedt Anna haar bungalow die drie ton waard is, voor €75.000 aan Koos te koop. Koos aanvaardt het aanbod van Anna. Hier is sprake van wil en verklaring die niet in overeenstemming zijn bij een geestelijk gestoorde.
B: Coen heeft grote moeilijkheden thuis, waardoor hij ook zijn werk op kantoor van Daan niet meer aankan. Coen heeft om de dag een gesprek met een psychiater en dagelijks komt er een maatschappelijk werkster bij Coen thuis. In een overspannen bui zegt Coen zijn baan bij werkgever Daan op. Hier is sprake van wil en verklaring die niet in overeenstemming zijn bij een geestelijk gestoorde.
Mogelijke antwoorden:
1. Alleen A is juist
2. Alleen B is juist
3. A en B zijn juist
4. A en B zijn onjuist
==>
A: Bij Anna is er sprake van een geestelijke stoornis, zij is dronken. Haar dronkenschap belet haar een redelijke prijs te vragen voor haar bungalow, de koopovereenkomst die zij afsluit met Koos is voor Anna nadelig. Zij krijgt voor haar bungalow een veel lagere koopprijs dan de bungalow in feite waard is. De door Anna afgelegde verklaring is onder invloed gedaan van haar dronkenschap gedaan. Gaan we ervan uit dat de wederpartij Koos er niet in slaagt te bewijzen dat de verklaring van Anna, niet onder invloed van haar dronkenschap is gedaan, dan kunnen we ervan uitgaan dat de verklaring van Anna wel onder invloed is gedaan en dat de wil van Anna tot verkoop van haar bungalow voor een prijs van €75.000 ontbreekt.
Mbt B: Coen heeft onder invloed van moeilijke omstandigheden waarin hij verkeert zijn baan opgezegd, waarbij gezegd kan worden dat dit ontslag voor hem nadelig is. De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt onder invloed van zijn geestelijke stoornis gedaan. Wordt geen tegenbewijs geleverd, dan wordt de wil van Coen tot het opzeggen van de arbeidsovereenkomst geacht te hebben ontbroken. Bovendien kan er worden gezegd dat Coen niet in staat is ten gevolge van zijn overspannenheid te komen tot een redelijke waardering van de belangen die betrokken zijn bij zijn opzegging.
Karla wil haar vakantiehuisje voor €1000 per maand aan Lies verhuren. Karla stuurt een brief naar Lies waarin zij bij het vermelden van de huurprijs in plaats van €1000 per maand €100 per maand schrijft. Lies aanvaardt Karla haar aanbod.
De huurovereenkomst Karla- Lies…:
1. is geldig
2. is nietig
3. is vernietigbaar
- is nietig
==> Karla’s verklaring stemt niet overeen met haar wil (Art. 3:33 BW ).
Esme is eigenaar van een luxe woonboot. In haar jeugd is Esme een keer tegen de rand van het zwembad aangezwommen en heeft daardoor een hersenbeschadiging opgelopen die ook op latere leeftijd nog tot gevolg heeft dat zij regelmatig blackouts heeft. Tijdens een blackout biedt zij haar woonboot voor €100 per maand aan Fiona aan. Fiona aanvaardt het aanbod. Normaal vraagt Esme €1500 per maand.
De huurovereenkomst…:
1. is geldig
2. is nietig
3. is vernietigbaar
- is vernietigbaar
==>
(art. 3:34 lid 2 BW)
Esme heeft dit aanbod onder invloed van een blackout gedaan. Haar verklaring stemt niet overeen met haar wil en de huurovereenkomst is daardoor vernietigbaar.
Gonny is door Harry in zijn testament tot enig erfgenaam benoemd. Als Harry sterft erft Gonny het vermogen van Harry. Door het overlijden van Harry is Gonny depressief en ondergaat een psychiatrische behandeling en daardoor niet in staat haar wil te bepalen en verwerpt in die toestand de erfenis. De verwerping is….
1. is geldig
2. is nietig
3. is vernietigbaar
- is nietig
==> Het is een eenzijdige niet tot een of meer bepaalde personen gerichte rechtshandeling. De wil van Gonny om de erfenis van Harry te verwerpen ontbreekt op grond van een geestelijke stoornis.
Art. 3:34 lid 2, laatste zin BW
Welke stelling is onjuist?
1. De redenen voor problemen met wilsverklaring die leiden tot wilsontbreken kunnen worden verdeeld in categorieën. Wat hoort er niet bij?
1. Handelingsonbekwaam
2. Geestelijke stoornis
3. Discrepantie tussen wil en verklaring
4. Dwaling
5. Alles hoort er bij.
- Dwaling
==> Dat gaat over wilsgebreken.
Beoordeel deze stellingen:
A: De redenen voor problemen met wilsverklaring die leiden tot wilsontbreken kunnen worden verdeeld in categorieën. handelingsonbekwaam, geestelijke stoornis en discrepantie tussen wil en verklaring. In deze gevallen geldt bij een meerzijdige en eenzijdige gerichte rechtshandeling dat de rechtshandeling vernietigbaar is, en bij een eenzijdige niet-gerichte rechtshandeling dat de rechtshandeling nietig is.
B: Het vertrouwensbeginsel (art. 3:35 BW) is niet van toepassing in het geval van een handelingsonbekwame.
Mogelijke antwoorden:
1. Alleen A is juist
2. Alleen B is juist
3. A en B zijn juist
4. A en B zijn onjuist
- Alleen B is juist
==> A:
Dat klopt wel voor Handelingsonbekwaam & Geestelijke stoornis; niet voor Discrepantie (dan is het altijd nietig).
==> B:
Fedor biedt in een dronken bui zijn bungalow van drie ton aan voor €75.000 aan Zus te koop. Zus merkt niet dat Fedor dronken is en aanvaardt Fedors aanbod.
De overeenkomst…:
1. is geldig
2. is nietig
3. is vernietigbaar
- is vernietigbaar
==>
In het geval dat Zus er – alle omstandigheden in aanmerking genomen – op mocht vertrouwen dat Fedor werkelijk zijn bungalow voor €75.000 aan haar wilde verkopen, zou Fedor geen beroep kunnen doen op het feit dat wil en verklaring niet in overeenstemming waren. De koopovereenkomst zou geldig zijn.
Maar: iemand die een bungalow voor zo’n laag bedrag te koop aanbiedt, moet men ervan uitgaan dat de verklaring niet overeenstemt met de wil van de verklaarder. Zus kan geen beroep doen op art. 3:35 BW, art. 3:34 lid 2 BW blijft gelden en Fedor kan de overeenkomst vernietigen.
Alex wil zijn kampeerwagen van een jaar oud verkopen aan Bernt voor €25.000 en schrijft een brief aan Bernt. Per ongeluk schrijft Alex in zijn brief €15.000. Bernt aanvaardt Alex’s aanbod.
De overeenkomst…:
1. is geldig
2. is nietig
3. is vernietigbaar
- is geldig
==>
Had Bernt moeten begrijpen dat de kampeerwagen meer waard was dan de prijs waarvoor Alex hem deze had aangeboden? Had Bernt bijv. verstand van prijzen van kampeerwagens of had Alex mondeling verteld dat €25.000 de prijs was, dan zou Bernt geen beroep kunnen doen op het feit dat hij er terecht op mocht vertrouwen dat de verklaring van Alex overeenstemde met zijn wil. De koopovereenkomst zou nietig zijn. Maar: indien er geen bijzondere omstandigheden zijn aan te wijzen, is best te verdedigen dat Bernt had mogen aannemen dat een tweedehands kampeerwagen van een jaar oud €15.000 waard is, zodat Bernt wel een beroep kan doen op art. 3:35 BW en Alex geen beroep kan doen op het feit dat zijn verklaring niet in overeenstemming is met zijn wil.
Erik laat zijn secretaresse een email sturen naar Floris, waar hij zijn wil kenbaar maakt om zijn luxe woonboot voor €1000 per maand aan Floris te verhuren. De secretaresse maakt een typfoutje en schrijft dat de huurprijs €100 per maand is. Floris ontvangt de email en aanvaardt het aanbod.
De overeenkomst…:
1. is geldig
2. is nietig
3. is vernietigbaar
- is nietig
==>
Als Floris erop mocht vertrouwen dat dit ook de wil van Erik was, dan was er een geldige huurovereenkomst tot stand gekomen.
Maar: iemand kan er nooit met recht op vertrouwen dat een luxe woonboot voor €100 per maand wordt verhuurd. Floris kan geen beroep doen op art. 3:35 BW en de huurovereenkomst is nietig.
Wanneer een geestelijk stoorde een meerzijdige of eenzijdige gerichte rechtshandeling verricht, en er is sprake van gerechtvaardigd vertrouwen, is de overeenkomst…:
1. geldig
2. nietig
3. vernietigbaar
- geldig
==> 3:34 lid 2
Wanneer een geestelijk stoorde een meerzijdige of eenzijdige gerichte rechtshandeling verricht, en er is geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen, is de overeenkomst…:
1. geldig
2. nietig
3. vernietigbaar
- vernietigbaar
==> 3:34 lid 2
Wanneer een geestelijk stoorde een eenzijdige niet-gerichte rechtshandeling verricht, en er is sprake van gerechtvaardigd vertrouwen, is de overeenkomst…:
1. geldig
2. nietig
3. vernietigbaar
- nietig
==> 3:34 lid 2
==> gerechtvaardigd vertrouwen is hier nvt
Wanneer een handelingsonbekwame een eenzijdige niet-gerichte rechtshandeling verricht, en er is sprake van gerechtvaardigd vertrouwen, is de overeenkomst…:
1. geldig
2. nietig
3. vernietigbaar
- nietig
==> 3:32 lid 2
==> gerechtvaardigd vertrouwen is hier nvt
Wanneer een handelingsonbekwame een meerzijdige of eenzijdige gerichte rechtshandeling rechtshandeling verricht, en er is sprake van gerechtvaardigd vertrouwen, is de overeenkomst…:
1. geldig
2. nietig
3. vernietigbaar
- vernietigbaar
==> 3:32 lid 2
==> gerechtvaardigd vertrouwen is hier nvt
Wanneer er een discrepantie tussen wil en verklaring is bij een meerzijdige of eenzijdige gerichte rechtshandeling, en er is sprake van gerechtvaardigd vertrouwen, is de overeenkomst…:
1. geldig
2. nietig
3. vernietigbaar
- geldig
==> Dit geldt voor alle types rechtshandelingen
==> Art. 3:33 BW
Wanneer er een discrepantie tussen wil en verklaring is bij een eenzijdige niet-gerichte rechtshandeling, en er is sprake van gerechtvaardigd vertrouwen, is de overeenkomst…:
1. geldig
2. nietig
3. vernietigbaar
- geldig
==> Dit geldt voor alle types rechtshandelingen
==> Art. 3:33 BW
Wanneer er een discrepantie tussen wil en verklaring is bij een eenzijdige niet-gerichte rechtshandeling, en er is geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen, is de overeenkomst…:
1. geldig
2. nietig
3. vernietigbaar
- nietig
==> Dit geldt voor alle types rechtshandelingen
==> Art. 3:33 BW
Wanneer er een discrepantie tussen wil en verklaring is bij een meerzijdige of eenzijdige gerichte rechtshandeling, en er is geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen, is de overeenkomst…:
1. geldig
2. nietig
3. vernietigbaar
- nietig
==> Dit geldt voor alle types rechtshandelingen
==> Art. 3:33 BW
Stel, persoon A verklaart aan persoon B dat hij bevoegd is om een bepaald goed te verkopen. Persoon C hoort deze verklaring en koopt het goed van persoon A, in de veronderstelling dat A inderdaad bevoegd is. Later blijkt dat A niet bevoegd was.
Kan persoon A zich tegenover persoon C beroepen op zijn onbevoegdheid?
1. Ja, op basis van art. 3:33 BW
2. Ja, op basis van art. 3:34 lid 2 BW
3. Ja, op basis van art. 3:32 lid 2 BW
4. Nee
- Nee
==> In dit geval kan persoon A zich niet tegenover persoon C beroepen op zijn onbevoegdheid, omdat persoon C gerechtvaardigd op de verklaring van A heeft vertrouwd (Artikel 3:36 BW, derdenbescherming).
Wat was de kern van het geschil in het arrest Bunde/Erckens?
A. De gemeente Bunde wilde de koopovereenkomst ontbinden vanwege een verborgen gebrek in het verkochte bedrijf.
B. Erckens stelde dat hij had gedwaald over de prijs van zijn bedrijf bij de verkoop aan de gemeente Bunde.
C. Erckens en de gemeente Bunde hadden een verschillend begrip van het begrip “belastingschade” in de koopovereenkomst.
D. De gemeente Bunde wilde de onteigeningsprocedure heropenen na de verkoop.
Juiste antwoord: C
Uitleg: Het geschil draaide om het begrip “belastingschade”. Erckens meende dat dit ook inkomstenbelasting over de bedrijfsschadevergoeding omvatte, terwijl de gemeente dacht dat het alleen ging om extra belasting vanwege de eerdere bedrijfsbeëindiging.
Welke rol speelt de vertrouwensleer in het arrest Bunde/Erckens?
A. De partij die de overeenkomst heeft opgesteld, mag haar eigen interpretatie als bindend beschouwen.
B. Een partij mag gerechtvaardigd vertrouwen op de uitleg die zij redelijkerwijs aan een contractsbepaling heeft gegeven.
C. Als een term meerdere betekenissen heeft, wordt automatisch de meest gunstige uitleg voor de zwakkere partij toegepast.
D. Bij een contractueel misverstand wordt de overeenkomst altijd vernietigd vanwege oneigenlijke dwaling.
Juiste antwoord: B
Uitleg: Volgens de vertrouwensleer (art. 3:35 BW) kan een overeenkomst toch standhouden bij een misverstand als een partij redelijkerwijs mocht vertrouwen op de uitleg die zij eraan gaf. Dit wordt beoordeeld aan de hand van omstandigheden zoals deskundige bijstand en de gangbare betekenis van de term.
Welke van de volgende criteria werd NIET expliciet genoemd door de Hoge Raad bij het beoordelen van de uitleg van een contractsbepaling, in het arrest Bunde/Erckens?
A. Of de uitdrukking een vaststaande technische betekenis heeft.
B. Of een van de partijen werd bijgestaan door een deskundige.
C. Of beide partijen de overeenkomst met vrije wil zijn aangegaan.
D. Of de betekenis die een partij geeft tot een onredelijk resultaat leidt.
Juiste antwoord: C
De Hoge Raad formuleerde vier criteria voor de uitleg van de overeenkomst, maar vrije wil (C) werd niet als apart criterium genoemd. De vier criteria betroffen de voor de hand liggende betekenis, technische betekenis, deskundige bijstand en of een uitleg tot een onredelijk resultaat zou leiden.
Merinke Schouten houdt na het behalen van haar mr. titel een spetterend feest, waar de alcohol rijkelijk vloeit. Ook Merinke ondervindt de gevolgen van de alcohol en is halverwege de avond al behoorlijk dronken.
Op Merinke’s feest is ook Natasja Thijssen, een tweedejaarsrechtenstudente, die vaker met Merinke vanaf de studentenflat is meegereden naar het collegecomplex in Merinke’s Golf cabrio. Natasja heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat ze zeer gecharmeerd is van Merinke’s cabrio.
Aan het einde van de feestavond biedt Merinke haar cabrio aan Natasja te koop aan voor het bedrag van € 1000, een spotprijsje daar de cabrio veel meer waard is. Natasja aanvaardt het aanbod van Merinke. De dag na het feest, wanneer Merinke haar roes heeft uitgeslapen, krijgt ze spijt van de verkoop van haar cabrio voor zo’n lage prijs aan Natasja.
Kan Merinke de koopovereenkomst met Natasja op een of andere manier nog ongedaan maken?
1. Ja, ze kan de overeenkomst vernietigen
2. Nee, de overeenkomst blijft geldig
3. Nee, de overeenkomst heeft nooit bestaan
- Ja, ze kan de overeenkomst vernietigen
==> Merinke kan zich beroepen op het uiteenlopen van haar wil en haar verklaring als gevolg van haar geestelijke stoornis. In casu is zowel sprake van de situatie dat Merinke’s dronkenschap een redelijke waardering van de bij de koopovereenkomst betrokken belangen belette als van de situatie dat zij haar aanbod aan Natasja om de cabrio voor € 1000 te kopen, heeft gedaan onder invloed van haar dronkenschap. Kortom, Merinke kan de koopovereenkomst vernietigen op grond van artikel 3:34.
Merinke Schouten houdt na het behalen van haar mr. titel een spetterend feest, waar de alcohol rijkelijk vloeit. Ook Merinke ondervindt de gevolgen van de alcohol en is halverwege de avond al behoorlijk dronken.
Op Merinke’s feest is ook Natasja Thijssen, een tweedejaarsrechtenstudente, die vaker met Merinke vanaf de studentenflat is meegereden naar het collegecomplex in Merinke’s Golf cabrio. Natasja heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat ze zeer gecharmeerd is van Merinke’s cabrio.
Aan het einde van de feestavond biedt Merinke haar cabrio aan Natasja te koop aan voor het bedrag van € 1000, een spotprijsje daar de cabrio veel meer waard is. Natasja aanvaardt het aanbod van Merinke. De dag na het feest, wanneer Merinke haar roes heeft uitgeslapen, krijgt ze spijt van de verkoop van haar cabrio voor zo’n lage prijs aan Natasja.
Gesteld dat Merinke de koopovereenkomst met Natasja vernietigt. Wat is hiervan het rechtsgevolg?
1. Merinke moet de cabrio aan Natasja te leveren, en kan vervolgens bij de rechter een vernietigingsclaim indienen om de cabrio terug te krijgen.
2. Merinke moet de cabrio aan Natasja tegen betaling te leveren, en kan vervolgens bij de rechter een vernietigingsclaim indienen om de cabrio terug te krijgen.
3. Merinke is niet gehouden de cabrio aan Natasja te leveren, en Natasja is niet gehouden de koopprijs van € 1000 aan Merinke te betalen.
4. Geen antwoord is juist
- Merinke is niet gehouden de cabrio aan Natasja te leveren, en Natasja is niet gehouden de koopprijs van € 1000 aan Merinke te betalen.
==> Van belang is artikel 3:53, eerste lid, BW. In dit artikellid wordt bepaald dat de vernietiging van een rechtshandeling terugwerkt tot het moment waarop de rechtshandeling is verricht. Anders gezegd: dat de vernietigde rechtshandeling geacht wordt vanaf het moment waarop ze is verricht nietig te zijn geweest, ofwel geacht wordt nooit te hebben bestaan.
Dit betekent in onze casus dat de koopovereenkomst tussen Merinke en Natasja geacht wordt nooit te hebben bestaan (nu er geacht wordt geen koopovereenkomst te hebben bestaan tussen Merinke en Natasja, is Merinke niet gehouden de cabrio aan Natasja te leveren en is Natasja niet gehouden de koopprijs van € 1000 aan Merinke te betalen)
Carry heeft ten gevolge van een val van een trap een hersenbeschadiging opgelopen. Carry heeft bepaalde momenten dat de zuurstoftoevoer naar de hersenen hapert, op welke momenten hij niet meer geheel in staat is om zijn wil te bepalen. De hele buurt waar Carry woont, kent zijn toestand.
Op een dergelijk moment biedt Carry zijn buurman Dirk zijn auto, die € 75.000 waard is, voor € 8000 te koop aan. Dirk aanvaardt Carry’s aanbod.
Een dag nadat Carry zijn auto aan Dirk te koop heeft aangeboden, realiseert hij zich wat hij gedaan heeft en wil hij zijn aanbod ongedaan maken.
1. De overeenkomst blijft geldig
2. De overeenkomst is nietig
3. De overeenkomst is vernietigbaar
- De overeenkomst is vernietigbaar
==>
Carry heeft een verklaring geuit ten opzichte van Dirk. Die verklaring stemt wegens een (tijdelijke) geestelijke stoornis niet overeen met de wil van Carry. Door die verklaring – inhoudende dat Carry zijn auto voor € 8000 te koop aan Dirk aanbiedt – en de aanvaarding daarvan door Dirk, is er een meerzijdige rechtshandeling tot stand gekomen (een koopovereenkomst), die echter op initiatief van Carry, wiens wil niet overeenstemde met zijn verklaring, vernietigd kan worden (art. 3:34, tweede lid). Gezien het gegeven dat de hele buurt waar Carry woont, weet heeft van Carry’s toestand, kan Dirk geen beroep doen op het feit dat hij erop mocht vertrouwen dat Carry’s verklaring overeenstemde met diens wil en dat Carry deswege de koopovereenkomst Carry-Dirk niet kan (doen) vernietigen (Dirk kan dus niet met succes een beroep doen op art. 3:35). Kortom, Carry kan met succes de koopovereenkomst Carry-Dirk (doen) vernietigen.
Nadat Daan alle nog leegstaande verdiepingen van het huis van Carin heeft bezichtigd, komt Carin met Daan overeen dat laatstgenoemde de eerste verdieping van Carins huis vanaf 1 januari 2022 gaat huren voor een huurprijs van € 650 per maand.
Het huis van Carin heeft drie verdiepingen: een verdieping gelijkvloers, een verdieping waarvoor men één trap moet opgaan en een verdieping waarvoor men twee trappen moet opgaan. Daan verkeert in de veronderstelling dat hij de verdieping heeft gehuurd waarvoor men één trap op moet gaan (in het trappenhuis staat bij die verdieping ook een 1 geschilderd) terwijl Carin aan Daan wilde verhuren de verdieping gelijkvloers.
Is er nu een huurovereenkomst tussen Carin en Daan tot stand gekomen met betrekking tot de verdieping gelijkvloers of met betrekking tot de verdieping daarboven of is er helemaal geen huurovereenkomst tot stand gekomen?
1. De overeenkomst is en blijft geldig
2. De overeenkomst is nietig
3. De overeenkomst is vernietigbaar
- De overeenkomst is en blijft geldig
==> In casu kunnen we zeggen dat er een huurovereenkomst tussen Carin en Daan tot stand is gekomen met betrekking tot de verdieping van Carins huis waarvoor men één trap moet opgaan.
Klaarblijkelijk is er aan de zijde van Carin sprake geweest van een discrepantie tussen wil en verklaring (misverstand door dubbelzinnig woordgebruik; artikel 3:33 BW). Echter in de gegeven omstandigheden mocht Daan er gezien het gegeven dat op de verdieping waarvoor men één trap moet opgaan in het trappenhuis een 1 op de muur is geschilderd, van uitgaan dat met de eerste verdieping werd bedoeld de verdieping waarvoor men één trap moet opgaan en niet de verdieping gelijkvloers zoals Carin bedoelde en Carin mocht er niet op vertrouwen dat haar visie de juiste was.
Daan kan zich dus met succes beroepen op het in artikel 3:35 BW gestelde vertrouwensbeginsel.
Wanneer heeft een geestelijke stoornis tot gevolg dat een met de verklaring overeenstemmende wil geacht wordt te ontbreken?
(a) Enkel indien de geestelijke stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette.
(b) Enkel indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.
(c) Ofwel indien de geestelijke stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette ofwel wanneer de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.
Juiste antwoord: c
==> In artikel 3:34, eerste lid, BW is bepaald dat wanneer iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets verklaart, een met de verklaring overeenstemmende wil geacht wordt te ontbreken:
1. indien de stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette
en/of
2. indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.
NB: meestal zal van beide gevallen gelijktijdig sprake zijn.)
De 20- jarige Geerten lijdt aan regelmatige aanvallen van verwardheid, tijdens welke aanvallen hij niet goed in staat is zijn belangen te behartigen. Tijdens een van deze aanvallen, koopt hij een motor tegen een marktconforme prijs, hoewel hij geen motor rijbewijs heeft.
Kan Geerten de koopovereenkomst vernietigen?
(a) Nee, aangezien de koop hem geen financieel nadeel oplevert.
(b) Nee, aangezien Geerten niet onder curatele is gesteld.
(c) Ja, mits hij kan aantonen dat hij de koop heeft gesloten onder invloed van een geestelijke stoornis.
(d) Ja, tenzij bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen bestond dat er aan de zijde van Geerten sprake was van een verklaring overeenstemmende met zijn innerlijke wil.
Juiste antwoord: d
==> Een overeenkomst die onder invloed van een geestelijke stoornis is tot stand gekomen is in principe vernietigbaar. Zie art. 3:33 jo art. 3:34 lid 2 BW. Op deze regel is een uitzondering mogelijk. De wederpartij kan zich beroepen op het in art. 3:35 neergelegde vertrouwensbeginsel. Mocht de wederpartij, alle omstandigheden in aanmerking nemende, erop vertrouwen dat Geertens verklaring in overeenstemming was met diens innerlijke wil dan is er tussen partijen een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand gekomen.
Alternatief (c) is niet juist. Dit alternatief gaat ten onrechte van de veronderstelling uit, dat het aantonen van een geestelijke stoornis altijd voldoende is voor het met succes kunnen vernietigen van een overeenkomst. Zoals echter hiervoor is vermeld, heeft de wederpartij echter de mogelijkheid om zich te beroepen op art. 3:35 BW.
Alternatief (a) is onjuist. In artikel 3:34 BW, eerste lid, is geen nadeelsvereiste opgenomen. (NB: het in het tweede lid opgenomen nadeelsvereiste betreft een weerlegbaar bewijsvermoeden). Alternatief (b) is tenslotte onjuist, omdat er in deze casus geen sprake is van een ondercuratelestelling.