L11 Flashcards

Overdracht

1
Q

Shanti heeft al een tijdje een kampeerwagen in bezit. Hij is te goeder trouw. Na een bepaalde periode wordt hij, als aan bepaalde vereisten is voldaan, rechthebbende op de kampeerwagen.
Dit is een voorbeeld van:
1. Afgeleid recht
2. Originaire verkrijging
3. Derivatieve verkrijging
4. Geen antwoord is juist

A
  1. Derivatieve verkrijging
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Lore koopt van Jur een fiets. De fiets wordt aan haar overgedragen.
Dit is een voorbeeld van:
1. Niet-afgeleid recht
2. Originaire verkrijging
3. Derivatieve verkrijging
4. Geen antwoord is juist

A
  1. Derivatieve verkrijging
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Joop heeft al een tijdje een kampeerwagen in bezit. Hij is te goeder trouw. Na een bepaalde periode wordt hij, als aan bepaalde vereisten is voldaan, rechthebbende op de kampeerwagen. Hier is sprake van … verkrijging. Hij ontleent zijn recht … aan een rechtsvoorganger. Zijn recht is… afgeleid van een rechtsvoorganger.
4. derivatieve, -, -
4. derivatieve, niet, -
3. originaire, niet, niet
4. originaire, niet, -

A
  1. originaire, niet, niet
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Annie koopt van Karel een fiets. De fiets wordt aan haar overgedragen.
Welke stelling is onjuist?
1. Dit is een derivatieve verkrijging.
2. Annie verkrijgt een recht op de fiets dat zij ontleent aan Karel, haar rechtsvoorganger.
3. Tot aan de verkoop was Karen de rechthebbende van de fiets.
4. Alle stellingen zijn juist
5. Alle stellingen zijn juist

A
  1. Alle stellingen zijn juist
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Xaviera, een bejaarde dame, is met studente Martha, een kleindochter van een oude kennis van haar, overeengekomen dat deze gedurende een jaar een kamer in haar huis mag bewonen en dat zij tegen vergoeding de warme maaltijden en de was van en voor Martha zal verzorgen. Martha besluit al na twee maanden met haar studie te stoppen. Kan Martha nu het recht dat zij op Xaviera heeft, aan een ander overdragen?
1. Ja, want het is een beperkt recht
2. Ja, want het is een vorderingsrecht
3. Ja, want vermogensrechten zijn overdraagbaar tenzij de wet anders bepaalt
4. Nee, want het recht op bewoning is niet overdraagbaar
5. Geen antwoord is juist

A
  1. Geen antwoord is juist
    ==> De persoon van Martha heeft een belangrijke rol gespeeld voor Xaviera bij het sluiten van de betreffende overeenkomst met Martha. Zou Martha haar recht op Xaviera wel aan een ander kunnen overdragen, dan zou Xaviera met iemand opgescheept zitten die haar wellicht niet ligt.
    Kortom: de aard van het recht verzet zich tegen overdracht van Martha’s recht.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Lutjens is eigenaar van een huis. Op 7 mei 2023 verkoopt hij zijn huis aan Brinkman. Op 10 mei 2023 wordt hij failliet verklaard. De tot levering bestemde akte wordt op 15 mei 2023 ingeschreven in de openbare registers.
Is Brinkman op 15 mei 2023 eigenaar van het huis geworden?
1. Ja, want er is een geldige overeenkomst.
2. Ja, want op 10 mei was Lutjens nog beschikkingsbevoegd
3. Nee, want Lutjens was tijdens de inschrijving beschikkingsonbevoegd
4. Ja, want de overdracht mag doorgaan trots het faillissement.

A
  1. Nee, want Lutjens was tijdens de inschrijving beschikkingsonbevoegd
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Cornelis heeft een elektrische boor in bruikleen (artikel 7A: 1777 e.v.) van Dorus. Op grond van de bruikleenovereenkomst is Cornelis houder van de boor. Terwijl Cornelis aan het werk is met de boor, komt zijn buurman Evert langs, die zeer gecharmeerd blijkt te zijn van de boor. Daar Evert aan Cornelis al vaker goede diensten heeft bewezen, besluit Cornelis de boor aan Evert te schenken. Cornelis overhandigt aan het eind van de dag, wanneer hij klaar is met de werkzaamheden, de boor aan Evert, die niet weet dat Cornelis die boor enkel in bruikleen heeft.
Is Evert eigenaar van de boor geworden?
1. Nee, want hij heeft de boor verkregen van een beschikkingsonbevoegde
2. Nee, want er was geen geldige overeenkomst
3. Nee, omdat hij zijn onderzoeksplicht verzaakte mbt de rechthebbende van de boor
4. Ja, want er was sprake van een overeenkomst en van een geldige levering.

A
  1. Nee, want hij heeft de boor verkregen van een beschikkingsonbevoegde
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Cornelis heeft een elektrische boor in bruikleen (artikel 7A: 1777 e.v.) van Dorus. Op grond van de bruikleenovereenkomst is Cornelis houder van de boor. Terwijl Cornelis aan het werk is met de boor, komt zijn buurman Evert langs, die zeer gecharmeerd blijkt te zijn van de boor. Daar Evert aan Cornelis al vaker goede diensten heeft bewezen, besluit Cornelis de boor aan Evert te schenken. Cornelis overhandigt aan het eind van de dag, wanneer hij klaar is met de werkzaamheden, de boor aan Evert, die niet weet dat Cornelis die boor enkel in bruikleen heeft. Twee maanden
nadat Evert de boor geschonken kreeg van Cornelis, verkoopt en levert hij deze uit
geldnood aan Frits.
Is Frits eigenaar van de boor geworden?
1. Nee, omdat hij zijn onderzoeksplicht verzaakte mbt de rechthebbende van de boor
2. Nee, want hij heeft de boor verkregen van een beschikkingsonbevoegde
3. Ja, want het is niet aan hem te wijten dat Evert beschikkingsonbevoegd was
4. Ja, want het meest recente absolute recht prevaleert boven andere absolute rechten.

A
  1. Nee, want hij heeft de boor verkregen van een beschikkingsonbevoegde
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Ozkan steelt een tablet die eigendom is van Lieve. Ozkan is bezitter niet te goeder trouw. Ozkan verkoopt en levert de betreffende tablet aan Koos.
Is Koos nu eigenaar van de tablet?
1. Ja, want de koopovereenkomst Ozkan-Koos is geldig.
2. Ja, want Koos kon niet weten dat Ozkan niet de rechthebbende is.
3. Ja, want Koos kon niet weten dat Ozkan niet de beschikkingsbevoegde is.
4. Nee

A
  1. Nee
    ==> Koos heeft de tablet verkregen van een beschikkingsonbevoegde.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Stel, A verkoopt zijn auto aan B en beide partijen zijn het daarover eens (wilsovereenstemming in de obligatoire fase).
Later wil A de auto toch niet leveren en weigert hij de overschrijving bij de RDW te doen (geen wilsovereenstemming in de goederenrechtelijke fase).
Wat is het gevolg:
1. B is eigenaar geworden maar moet de overdracht vorderen bij de rechter.
2. De eigendom blijft bij A; en B kan alleen via de rechter afdwingen dat A alsnog meewerkt.
3. De overeenkomst vervalt van rechtswege wegens het ontbreken van wilsovereenstemming
4. Geen antwoord is juist.

A
  1. De eigendom blijft bij A; en B kan alleen via de rechter afdwingen dat A alsnog meewerkt.
    ==> Die wilsovereenstemming tussen partijen moet in elk geval (ook) aanwezig zijn in de goederenrechtelijke fase.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Koba sluit op 1 maart 2023 een schenkingsovereenkomst met Sjarel, inhoudende dat Koba haar vakantiehuisje schenkt aan Sjarel. Op 18 maart 2023 wordt de tot levering bestemde akte opgemaakt bij de notaris en door deze en door Sjarel en Koba ondertekend. Op 20 maart 2023 biedt de notaris de akte aan de bewaarder der registers aan, die nog diezelfde dag wordt ingeschreven in de registers.
Welke stelling is juist?
1. Op 1 maart 2023 is Sjarel eigenaar geworden van het vakantiehuisje.
2. Op 18 maart 2023 is Sjarel eigenaar geworden van het vakantiehuisje.
3. Op 20 maart 2023 is Sjarel eigenaar geworden van het vakantiehuisje.
4. Sjarel is nog niet eigenaar geworden van het vakantiehuisje

A
  1. Op 20 maart 2023 is Sjarel eigenaar geworden van het vakantiehuisje.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Roberts verkoopt zijn huis aan Jaspers op 25 april 2023. Op 1 mei 2023 wordt de tot levering bestemde akte opgemaakt en ondertekend bij de notaris. Op 2 mei 2023
wordt de akte ter inschrijving in de openbare registers aangeboden en diezelfde dag nog ingeschreven. Maar later blijkt dat Jaspers op grond van een ongeldige titel heeft verkregen.
Welke stelling is juist?
1. Na de inschrijving kan geen beroep meer worden gedaan op een ongeldige titel; eigendom is overgegaan.
2. Ondanks de inschrijving is de eigendom niet overgegaan op Jaspers.
3. De wet geeft geen oordeel over deze situatie; de rechter zal moeten beslissen.
4. Geen stelling is juist.

A

==> Mbt 2: omdat aan een geldigheidsvereiste voor de overdracht niet is voldaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Rika heeft haar zomerhuisje op Terschelling testamentair vermaakt aan haar enige zoon Pieter. Bij haar overlijden verkrijgt Pieter door vererving het zomerhuisje. Inschrijving in de openbare registers vindt echter niet plaats.
Welke stelling is juist?
1. Ondanks dat wordt Pieter toch eigenaar van het zomerhuisje.
2. Pieter zal pas de rechthebbende zijn op het zomerhuisje nadat inschrijving plaats heeft gevonden.
3. Zolang geen inschrijving heeft plaatsgevonden, is Rika formeel eigenaar van het zomerhuisje.
4. Meerdere antwoorden zijn juist.

A
  1. Ondanks dat wordt Pieter toch eigenaar van het zomerhuisje.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Jan verkoopt zijn vakantiehuisje aan Klaas, onder de ontbindende voorwaarde dat Jan voor 1 april 2021 geen ander voor hem geschikt vakantiehuisje vindt. Levering vindt plaats. Jan vindt voor 1 april 2021 geen ander voor hem geschikt vakantiehuisje, zodat de ontbindende voorwaarde in vervulling is gegaan. Krachtens art. 3:17 lid 1 sub c is de vervulling van een voorwaarde een voor inschrijving in de registers vatbaar feit. De inwerktreding van de ontbindende voorwaarde wordt in ons geval niet ingeschreven.
Op 10 augustus verkoopt Klaas het vakantiehuisje aan Marina. De levering vindt plaats op 29 augustus 2021. Jan ontdekt dat Klaas het vakantiehuisje heeft verkocht en geleverd aan Marina.
Welke stelling is onjuist?
1. Jan is in principe nog steeds de eigenaar, omdat de ontbindende voorwaarde goederenrechtelijke werking heeft (artikel 3:84 lid 4 BW) en Ashwin niets meer kon overdragen.
2. Marina kan mogelijk bescherming genieten onder artikel 3:24 BW, maar alleen als zij te goeder trouw was en niet hoefde te weten dat Ashwin geen eigenaar meer was.
3. Omdat de vervulling van de ontbindende voorwaarde niet is ingeschreven in de openbare registers, blijft Ashwin eigenaar en kon hij het vakantiehuisje rechtsgeldig aan Marina overdragen.” (Artikel 3:17 lid 1 sub c BW)
4. Meerdere stellingen zijn onjuist.
5. Geen stelling is onjuist

A
  1. Omdat de vervulling van de ontbindende voorwaarde niet is ingeschreven in de openbare registers, blijft Ashwin eigenaar en kon hij het vakantiehuisje rechtsgeldig aan Marina overdragen.” (Artikel 3:17 lid 1 sub c BW)
    ==>
    De stelling is onjuist, omdat de inschrijving van de ontbindende voorwaarde niet noodzakelijk is voor het intreden van de goederenrechtelijke werking. Jan werd automatisch eigenaar, en Ashwin kon het huis niet meer geldig overdragen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Jaap Joosten is eigenaar van een weiland en is al geruime tijd door ziekte aan zijn bed gekluisterd. Hierdoor moet hij zijn zaken door zijn broer Joep laten behartigen. Joep maakt misbruik van de situatie en verkoopt het weiland. Bij de verkoopt doet hij zich voor als zijn broer en verkoopt het weiland aan Geelen. Joep en Geelen gaan samen naar de notaris. Geelen verklaart dat hij het weiland koopt en Joep verklaart dat hij het weiland verkoopt. De gegevens worden in de tot levering bestemde akte vermeld, deze wordt ingeschreven in het openbare register. Twee maanden later verkoopt Geelen het weiland aan van Doorn. Deze heeft de openbare registers geraadpleegd en kon daaruit concluderen dat Geelen eigenaar was van het weiland. Enige tijd later krijgt Jaap lucht van hetgeen wat er is gebeurd.
Wie is eigenaar van het weiland?
1. Jaap
2. Geelen
3. Van Doorn

A
  1. Van Doorn
    ==>
    Van Doorn is de eigenaar van het weiland, omdat hij te goeder trouw heeft gehandeld en beschermd wordt door artikel 3:25 BW (vertrouwen op registers)
    ==> ChatGPT: ook Van Doorn is de eigenaar van het weiland, omdat hij te goeder trouw heeft gehandeld en beschermd wordt door artikel 3:88 BW (bescherming bij overdracht van een niet-rechthebbende).
    * Jaap Joosten kan het weiland niet revindiceren (terugvorderen), omdat Van Doorn beschermd wordt.
    * Jaap kan wél schadevergoeding eisen van Joep Joosten en/of Geelen, omdat de eerste overdracht onrechtmatig was.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Smeets verkoopt op 19 juni 2021 zijn vakantiehuisje aan Houben, onder de ontbindende voorwaarde dat Smeets voor 15 augustus 2021 geen nieuw vakantiehuisje vindt dat hem bevalt en dat hij kan kopen. Levering vindt plaats op 19 juli 2021. Deze voorwaarde wordt in de registers geschreven.
Op 12 augustus 2021 koopt Smeets een ander vakantiehuisje. Het niet in vervulling gaan van de ontbindende voorwaarde houdt in dat de verbintenis in werking blijft en dat Houben, vanaf de datum van levering, eigenaar is van het vakantiehuisje.
Stel: Smeets laat in de registers wel schrijven dat de voorwaarde wel in vervulling is gegaan. Houben weet dat Smeets deze inschrijving heeft laten verrichten, maar Smeets heeft hem verzekerd dat dit voor hem geen nadelige gevolgen heeft.
In november 2021 toont Fleuren grote interesse in het vakantiehuisje van Houben die het van Smeets kocht en geleverd heeft gekregen. Fleuren doet een goed bod bij Smeets en deze verkoopt en levert het vakantiehuisje aan Fleuren. Fleuren heeft in de openbare registers gezien dat Smeets de eigenaar is. In januari 2022 wil Fleuren het huisje inrichten en wordt geconfronteerd met Houben die aangeeft eigenaar te zijn.
Wie is nu de eigenaar?
1. Fleuren, op basis van art. 3:24 BW.
2. Fleuren, op basis van art. 3:25 BW.
3. Fleuren, op basis van art. 3:26 BW.
4. Smeets
5. Houben

A
  1. Fleuren, op basis van art. 3:26 BW.
    ==>
    * Fleuren kan zich met succes beroepen op art. 3:26 BW en met recht stellen dat hij eigenaar is van het vakantiehuisje.
    * Door de onjuistheid van de inschrijving van de vervulling van de ontbindende voorwaarde in de openbare registers en Houben heeft nagelaten om dit te rectificeren of te veranderen, kan hij dit niet tegenwerpen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Annie heeft op 1 maart 2021 €10.000 geleend aan Mia. Overeengekomen dat Mia de schuld in tien maandelijkse termijnen van €1000 zal terugbetalen zonder rente en wel vanaf 1 juni 2021. Eind november komt Annie zelf in geldnood. Zij dient direct de beschikking te hebben over €3500. Zij krijgt weliswaar nog €4000 van Mia, maar dit bedrag hoeft conform afspraak slechts in maandelijkse termijnen te worden afgelost. Toon is bereid Annie uit de brand te helpen door haar €3500 te verstrekken, echter onder de voorwaarde dat Annie de vordering die zij nog op Mia heeft uit de verbruikleenovereenkomst (€4000), aan hem overdraagt. Toon krijgt dan het bedrag dat hij aan Annie gaf in vier maandelijkse termijnen terug en zelfs nog €500 meer.
Er is hier sprake van:
1. Vorderingsrecht aan toonder
2. Vorderingsrecht aan order
3. Vorderingsrecht op naam

A
  1. Vorderingsrecht op naam
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Bernard steelt op 1 maart 2018 een kostbare met diamanten bezette armband uit het huis van Carla. Vervolgens verkoopt (en levert) Bernard deze armband op 1 maart 2019 aan Evelien, die te goeder trouw is. Enkele weken nadien biecht Bernard de diefstal aan Evelien op.
Is Evelien op 1 maart 2019 eigenaar geworden van de armband op grond van art. 3:84 BW?
1. Ja
2. Nee

A
  1. Nee
    ==> Nee, want
    titel: ja
    beschikkingsbevoegdheid: nee
Bernard heeft de armband gestolen
    levering: ja
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Bernard steelt op 1 maart 2018 een kostbare met diamanten bezette armband uit het huis van Carla. Vervolgens verkoopt (en levert) Bernard deze armband op 1 maart 2019 aan Evelien, die te goeder trouw is. Enkele weken nadien biecht Bernard de diefstal aan Evelien op.
Is Evelien op 1 maart 2019 eigenaar geworden van de armband?
1. Ja
2. Nee

A
  1. Ja
    ==>
    Niet op basis van art. 3:84 BW want Bernard is niet beschikkingsbevoegd.
    Ja, Evelien is ex art. 3:86 BW eigenaar geworden van de armband
    titel: ja
    beschikkingsbevoegdheid: nee. In plaats daarvan
    te goeder trouw: ja
    verkrijging om baat: ja
    levering: ja
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Bernard steelt op 1 maart 2018 een kostbare met diamanten bezette armband uit het huis van Carla. Vervolgens verkoopt (en levert) Bernard deze armband op 1 maart 2019 aan Evelien, die te goeder trouw is. Enkele weken nadien biecht Bernard de diefstal aan Evelien op.
Kan Carla de armband van Evelien revindiceren? Zo ja, tot welke datum?
a. Nee, Evelien is op 1 maart 2019 eigenaar van de armband geworden.
b. Ja, tot 2 maart 2021
c. Ja, tot 2 maart 2022
d. Ja, tot 2 maart 2038

A

b. Ja, tot 2 maart 2021
==> Evelien is ex art. 3:86 BW eigenaar geworden van de armband.
Niettemin kan de eigenaar van een roerende zaak, die het bezit daarvan door diefstal heeft verloren, deze gedurende drie jaren, te rekenen van de dag van de diefstal af, als zijn eigendom opeisen (Art. 3:86 lid 3 BW).
Revindicatiemogelijkheid Carla: Carla kan de armband gedurende drie jaren te rekenen van de dag van de diefstal af, als haar eigendom opeisen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Bernard steelt op 1 maart 2018 een kostbare met diamanten bezette armband uit het huis van Carla. Vervolgens schenkt (en levert) Bernard deze armband op 1 maart 2019 aan Evelien, die te goeder trouw is.
Is Evelien op 1 maart 2019 eigenaar geworden van de armband op grond van art. 3:84 BW?
1. Ja
2. Nee

A
  1. Nee
    ==> Titel: ja
    Beschikkingsbevoegdheid: nee. Bernard heeft de armband gestolen.
    Levering: ja
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Bernard steelt op 1 maart 2018 een kostbare met diamanten bezette armband uit het huis van Carla. Vervolgens schenkt (en levert) Bernard deze armband op 1 maart 2019 aan Evelien, die te goeder trouw is.
Is Evelien op 1 maart 2019 eigenaar geworden van de armband?
1. Ja
2. Nee

A
  1. Nee
    ==> Niet op basis van art. 3:84 BW want Bernard is niet beschikkingsbevoegd (gestolen).
    ==> Niet op basis van art. 3:86 BW want Bernard is beschikkingsonbevoegd en de armband is om niet ontvangen.
    ==>
    Nee, Evelien is ex art. 3:86 BW geen eigenaar geworden van de armband
    titel ja
    beschikkingsbevoegdheid nee
    In plaats daarvan
    te goeder trouw ja
    verkrijging om baat nee
Evelien heeft de armband geschonken 
gekregen
    levering ja
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Bernard steelt op 1 maart 2018 een kostbare met diamanten bezette armband uit het huis van Carla. Vervolgens schenkt (en levert) Bernard deze armband op 1 maart 2019 aan Evelien, die te goeder trouw is.
Kan Carla de armband van Evelien revindiceren? Zo ja, tot welke datum?
a. Nee, Evelien is op 1 maart 2019 eigenaar van de armband geworden.
b. Ja, tot 2 maart 2021
c. Ja, tot 2 maart 2022
d. Ja, tot 2 maart 2038

A

c. Ja, tot 2 maart 2022
==>
Kan Evelien op grond van verjaring ex art. 3:99 BW eigenaar worden van de armband? Ja!
Vereisten art. 3:99 BW:
het betreft o.a. roerende zaken ja
Evelien moet bezitter zijn 
(in dit geval gedurende 3 jaren) ja
Evelien moet te goeder trouw zijn ja

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Bernard steelt op 1 maart 2018 een kostbare met diamanten bezette armband uit het huis van Carla. Vervolgens verkoopt (en levert) Bernard deze armband op 1 maart 2019 aan Evelien, die niet te goeder trouw is.
Is Evelien op 1 maart 2019 eigenaar geworden van de armband?
1. Ja
2. Nee

A

==> Niet op basis van art. 3:84 BW want Bernard is beschiklkingsonbevoegd (gestolen).
Antwoord art. 3:84 BW, nee, want

titel ja
beschikkingsbevoegdheid nee
Bernard heeft de armband gestolen
levering ja
==> Niet op basis van art. 3:86 BW want Evelien is niet te goeder trouw.
Nee, Evelien is ex art. 3:86 BW geen eigenaar geworden van de armband
titel ja
beschikkingsbevoegdheid nee
In plaats daarvan
te goeder trouw nee
verkrijging om baat ja
levering ja

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

Bernard steelt op 1 maart 2018 een kostbare met diamanten bezette armband uit het huis van Carla. Vervolgens verkoopt (en levert) Bernard deze armband op 1 maart 2019 aan Evelien, die niet te goeder trouw is.
Kan Carla de armband van Evelien revindiceren? Zo ja, tot welke datum?
a. Nee, Evelien is op 1 maart 2019 eigenaar van de armband geworden.
b. Ja, tot 2 maart 2021
c. Ja, tot 2 maart 2022
d. Ja, tot 2 maart 2038

A

d. Ja, tot 2 maart 2038
==>
Kan Evelien op grond van verjaring ex art. 3:99 BW eigenaar worden van de armband ? Nee want:
Vereisten art. 3:99 BW:
het betreft o.a. roerende zaken ja
Evelien moet bezitter zijn 
(in dit geval gedurende 3 jaren) ja
Evelien moet te goeder trouw zijn nee
==> TBD: check datum in LE14. Volgens ChatGPT begint de verjaringstermijn te tellen bij het begin van het bezit, niet bij de diefstal.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
26
Q

Welke stelling is onjuist?
1. Verkrijging onder algemene titel betekent dat iemand een hele verzameling goederen of schulden in één keer overneemt van een ander. Bij verkrijging onder bijzondere titel gaat het om de overdracht van een specifiek goed.
2. Voorbeelden van verkrijging onder algemene titel zijn erfopvolging en fusie of splitsing van bedrijven. Voorbeelden van verkrijging onder bijzondere titel zijn de koop van een huis, de koop van een auto, de schenking van een fiets, en verjaring.
3. Verkrijger en vervreemder kunnen in een overeenkomst bepalen of er sprake is van verkrijging onder algemene of bijzondere titel.
4. Alle stellingen zijn juist
5. Alle stellingen zijn onjuist

A
  1. Verkrijger en vervreemder kunnen in een overeenkomst bepalen of er sprake is van verkrijging onder algemene of bijzondere titel.
    ==> Onjuist. Verkrijging onder algemene titel kan alleen in een limitatieve lijst van 5 gevallen (Art. 80 lid 2 BW).
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
27
Q

Overdracht is een … wijze van verkrijging.
Verjaring is een… wijze van verkrijging.
1. derivatieve, derivatieve
2. derivatieve, orinigaire
3. orinigaire, orinigaire
3. orinigaire, derivatieve

A
  1. derivatieve, orinigaire
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
28
Q

Welke stelling is onjuist?
1. Verkrijging onder algemene titel kan op twee manieren: de originaire wijze en de derivatieve wijze.
2. Joop heeft al een tijdje een kampeerwagen in bezit. Hij is te goeder trouw. Na een bepaalde periode wordt hij, als aan bepaalde vereisten is voldaan, rechthebbende op de kampeerwagen. Hij ontleent zijn recht niet aan een rechtsvoorganger. Bij hem ontstaat een nieuw recht, dat niet is afgeleid van een rechtsvoorganger. Dit is een voorbeeld van een originaire verkrijging.
3. Annie koopt van Karel een fiets. De fiets wordt aan haar overgedragen. Annie verkrijgt een recht op de fiets dat zij ontleent aan Karel, haar rechtsvoorganger (deze was eerst rechthebbende van de fiets). Dit is een voorbeeld van een derivatieve verkrijging.
4. Alle stellingen zijn juist
5. Alle stellingen zijn onjuist

A
  1. Verkrijging onder algemene titel kan op twee manieren: de originaire wijze en de derivatieve wijze.
    ==> Moet zijn: 4. Verkrijging onder BIJZONDERE titel kan op twee manieren: de originaire wijze en de derivatieve wijze.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
29
Q

… zijn in het algemeen overdraagbaar. De wet kan echter de overdraagbaarheid van een bepaald … recht uitsluiten.
… zijn overdraagbaar, tenzij de formele wet of de aard van het recht zich tegen de overdracht verzet, en tenzij een gemaakte afspraak tussen schuldeiser en schuldenaar overdracht uitsluit.
… zijn overdraagbaar als de wet dit bepaalt.
Mogelijke antwoorden:
1. Vermogensrechten, vermogens, Zaken, Beperkte rechten
2. Goederenrechtelijke rechten, beperkte, Vermogensrechten, Zakelijke rechten
3. Goederenrechtelijke rechten, zakelijke, Vermogensrechten, Zakelijke rechten
4. Eigendom en alle beperkte rechten, goederenrechtelijke, Vorderingsrechten, Overige vermogensrechten

A
  1. Eigendom en alle beperkte rechten, Vorderingsrechten, Overige vermogensrechten
    ==> Mbt 1e zin: art. 3:83 lid 1 BW
    ==> Mbt 2e zin: art. 3:83 lid 2 BW
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
30
Q

Welke stelling is onjuist?
1. Het recht van vruchtgebruik is zonder beperkingen overdraagbaar.
2. Het recht van gebruik en bewoning is niet overdraagbaar.
3. Zonder een geldige titel, beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder, en levering conform leveringsvereisten, kan geen geldige verkrijging plaatsvinden.
4. Levering bestaat uit twee componenten: een goederenrechtelijke overeenkomst van overdracht; en een leveringshandeling.

A
  1. Zonder een geldige titel, beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder, en levering conform leveringsvereisten, kan geen geldige verkrijging plaatsvinden.
    ==> Dat zijn wel de vereisten voor een geldige overdracht, echter er zijn wel uitzonderingen op beschikkingsbevoegdheid.
    ==> Mbt 1: artikel 3:223 BW
    ==> Mbt 2: art. 3:226 lid 4 BW
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
31
Q

Een … is een … die aan de overdracht ten grondslag ligt.
1. overeenkomst van overdracht, rechtsgrond
2. overeenkomst van overdracht, rechtshandeling
3. titel, rechtsgrond
4. titel, rechtshandeling

A
  1. titel, rechtsgrond
32
Q

Welke stelling is onjuist?
1. Koopovereenkomst en ruilovereenkomst zijn voorbeelden van een titel voor een geldige overdracht.
2. Onrechtmatige daad en een legaat zijn voorbeelden van een titel voor een geldige overdracht.
3. Karel is met zijn vrienden aan het voetballen. De bal wordt door Karel door het raam van het huis van Joosten geschoten, hetgeen een titel creëert voor het betalen van een schadevergoeding aan Joosten.
4. Volgens de causale leer is voor de geldigheid van de overdracht een geldige titel vereist. Volgens de abstracte leer wordt de overdracht losgemaakt van de onderliggende rechtsgrond, met het gevolg dat het ontbreken van een geldige titel een geldige overdracht niet in de weg hoeft te staan. In Nederland wordt alleen de causale leer toegepast.
5. Alle stellingen zijn juist

A
  1. Volgens de causale leer is voor de geldigheid van de overdracht een geldige titel vereist. Volgens de abstracte leer wordt de overdracht losgemaakt van de onderliggende rechtsgrond, met het gevolg dat het ontbreken van een geldige titel een geldige overdracht niet in de weg hoeft te staan. In Nederland wordt alleen de causale leer toegepast.
    ==> In Nederland wordt im beginsel de causale leer toegepast. De abstracte leer geldt in bepaalde gevallen, zoals schuldoverneming en levering van geld.
    ==> Mbt 3: De titel is de onrechtmatige daad.
33
Q

Beschikkingsbevoegdheid is … om een bepaald … te … of … .
1. het recht, goederenrecht, verkrijgen, vervreemden
2. het recht, vermogensrecht, verkrijgen, vervreemden
3. de capaciteit, goed, vervreemden, te belasten
4. de bevoegdheid, goed, vervreemden, te bezwaren

A
  1. de bevoegdheid, goed, vervreemden, te bezwaren
34
Q

Bezwaren betekent het belasten van een goed met een … (vul in).
1. beperkt goederenrechtelijk recht
2. absoluut goederenrechtelijk recht
3. relatief goederenrechtelijk recht
4. meerdere antwoorden zijn juist

A
  1. beperkt goederenrechtelijk recht
    ==> Mbt 3: een goederenrechtelijk recht kan niet is altijd absoluut, niet relatief.
35
Q

Hoe wordt een rechthebbende van een goed ook wel genoemd?:
Bij zaken: … .
Bij vorderingsrechten: … van de vordering.
Bij beperkte rechten: … .

  1. eigenaar, crediteur, beperkt gerechtigde
  2. bezitter, debiteur, eigenaar
  3. eigenaar, vorderant, eigenaar
  4. eigenaar, gerechtigde, eigenaar
A
  1. eigenaar, crediteur, beperkt gerechtigde
36
Q

Welke stelling is onjuist?
1. De beschikkingsbevoegde is de rechthebbende van een goed oftewel hij tot wiens vermogen het goed behoort. De rechthebbende is altijd beschikkingsbevoegd.
2. De houder en de bezitter van een goed, die geen eigenaar zijn, zijn niet beschikkingsbevoegd.
3. Behalve bij in de wet bepaalde uitzonderingen, leidt levering door een beschikkingsonbevoegde niet tot een geldige overdracht.
4. Levering is de handeling (of het complex van handelingen), die, verricht zijn door een beschikkingsbevoegde krachtens een geldige titel, en de overdracht bewerkstelligt (dat het goed overgaat in het vermogen van de verkrijger).

A
  1. De beschikkingsbevoegde is de rechthebbende van een goed oftewel hij tot wiens vermogen het goed behoort. De rechthebbende is altijd beschikkingsbevoegd.
    ==> Er zijn wel uitzonderingen, o.a. bij een faillissement wordt de schuldenaar (rechthebbende) vanaf de dag dat het faillissement is uitgesproken beschikkingsonbevoegd
37
Q

In de … fase ontstaan verplichtingen (bijv. een verkoopafspraak), en geldt het … .
In de … fase vindt eigendomsoverdracht plaats.
1. contractuele, vermogensrecht, leverings
2. obligatoire, verbintenissenrecht, goederenrechtelijke
3. goederenrechtelijke, verbintenissenrecht, obligatoire
4. contractuele, vermogensrecht, goederenrechtelijke

A
  1. obligatoire, verbintenissenrecht, goederenrechtelijke
38
Q

Welke stelling is onjuist?
1. Bij een koopovereenkomst is de goederenrechtelijke fase de fase waarin het goed wordt overgedragen.
2. Een goederenrechtelijke overeenkomst van overdracht is een meerzijdige rechtshandeling waarbij vervreemder en verkrijger verklaren thans het goed uit het vermogen van de vervreemder in dat van de verkrijger te doen willen overgaan.
3. Wilsovereenstemming is nodig zowel in de obligatoire fase als ook in de goederenrechtelijke fase. Bij de goederenrechtelijke overeenkomst is de wilsovereenstemming gericht op
vermogensverschuiving en niet zoals bij obligatoire overeenkomst op het scheppen van een verbintenis tot overdracht.
4. Alle stellingen zijn juist.
5. Alle stellingen zijn onjuist.

A
  1. Alle stellingen zijn juist.
    ==> Mbt 2: dit begrip staat niet in de wet
39
Q

Jan denkt dat dit de volledige lijst is van leveringsformaliteiten van onroerende zaken registergoederen:
1. Notariële akte
2. Inschrijving in openbare registers
3. Wijze van levering van onroerende zaken is gelijk aan de levering van alle andere registergoederen
4. Goederenrechtelijke overeenkomst
Heeft Jan gelijk?
1. Ja
2. Nee, de lijst is onvolledig
3. Nee, deze lijst is onjuist

A
  1. Ja
    ==>
  2. Notariële akte (art. 3. 89 lid 1 BW).
  3. Inschrijving in openbare registers (art. 3. 89 lid 1 BW).
  4. Wijze van levering van onroerende zaken is gelijk aan de levering van alle andere registergoederen (art. 3. 89 lid 4 BW)
40
Q

Wat staat niet in de notariële akte?
1. Goederenrechtelijke overeenkomst
2. Opschortende of ontbindende voorwaarden
3. Titel van overdracht
4. Omschrijving van de onroerende zaak
5. Bijkomstige bedingen zoals concurrentiebedingen, kwalitatieve verplichtingen enz).
6. Meerdere antwoorden zijn juist
7. Alles staat in de akte

A
  1. Alles staat in de akte
41
Q

Welke stelling is onjuist?
1. Zowel de vervreemder als de verkrijger is bevoegd een akte ter inschrijving van een onroerende zaak registergoed aan te bieden aan het register.
2. De overdracht van onroerende zaken (registergoederen) wordt gedaan op het moment van opstellen en ondertekenen van de notariële akte.
3. Openbare registers voor registergoederen hebben als doel om de rechtszekerheid ten aanzien van deze goederen te bevorderen.
4. Alle stellingen zijn juist
5. Alle stellingen zijn onjuist

A
  1. De overdracht van onroerende zaken (registergoederen) wordt gedaan op het moment van opstellen en ondertekenen van de notariële akte.
    ==> Wel juist: op het moment van de inschrijving van deze akte in de openbare registers
    ==> Mbt 1: art. 3:89 lid 1, laatste zin
42
Q

Welke stelling geldt voor positieve stelsels van openbaarheid van registers?
A: De rechtstoestand van een onroerende zaak is zoals de registers vermelden.
B De werkelijke toestand van een registergoed kan afwijken van hetgeen dat in openbare registers is vermeld.
C: Een derde die de openbare registers raadpleegt, mag erop vertrouwen dat het gepubliceerde juist is.
D: Derden mogen niet op de juistheid van hetgeen dat in registers is vermeld vertrouwen.
E: Mocht het gepubliceerde niet juist zijn, ten opzichte van de derde? Dan geldt het voor de derde toch als juist.
F: Geldt in Duitsland
G: Geldt in België
H: Geldt in Frankrijk
I: Geldt in Nederland
Mogelijke antwoorden:
1. A, C, E, G, I
2. B, D, G, H
3. B, D, F, I
4. A, C, E, F

A
  1. A, C, E, F
43
Q

Welke stelling is onjuist?
1. Soms is er voor rechtsverkrijging van onroerende zaken registergoederen geen inschrijving nodig in het register.
2. Derden worden tegen onjuistheid van registers beschermd bij onvolledigheid van registers, bij ingeschreven onjuiste feiten en bescherming na rechtsuitwijzing.
3. Derden worden tegen onjuistheid van registers beschermd bij onvolledigheid van registers alleen bij verkrijging van een recht op een registergoed onder bijzondere titel.
4. Alle stellingen zijn juist.
5. Alle stellingen zijn onjuist.

A
  1. Alle stellingen zijn juist.
    ==> Mbt 1: Inschrijving in de openbare registers is namelijk alleen een constitutief (geldigheids)vereiste bij de overdracht. Andere wijzen van eigendoms-, c.q. rechtsverkrijging van een onroerende zaak kunnen wel worden overgeschreven (art. 3:17 BW), maar ook zonder inschrijving zijn deze geldig zoals vererving of verjaring.
    ==> Mbt 2: artt. 3:24-3:27 BW
    ==> Mbt 3: art. 3:24 BW
44
Q

Jan verkoopt zijn vakantiehuisje aan Klaas, onder de ontbindende voorwaarde dat Jan voor 1 april 2021 geen ander voor hem geschikt vakantiehuisje vindt. Levering vindt plaats. Jan vindt voor 1 april 2021 geen ander voor hem geschikt vakantiehuisje, zodat de ontbindende voorwaarde in vervulling is gegaan. Krachtens art. 3:17 lid 1 sub c is de vervulling van een voorwaarde een voor inschrijving in de registers vatbaar feit. De inwerktreding van de ontbindende voorwaarde wordt in ons geval niet ingeschreven.
Op 10 augustus verkoopt Klaas het vakantiehuisje aan Marina. De levering vindt plaats op 29 augustus 2021. Jan ontdekt dat Klaas het vakantiehuisje heeft verkocht en geleverd aan Marina.
Jan stelt zich nu op het standpunt dat Marina geen eigenaar is geworden van het vakantiehuisje, daar op het moment van de levering Klaas geen eigenaar meer is door de vervulling van de ontbindende voorwaarde. De vervulling van de ontbindende voorwaarde doet de verbintenis vervallen (art. 6:22 BW) en heeft ingevolge art. 3:84 lid 4 BW goederenrechtelijke werking.
Beschermt art. 3:24 BW Marina?
1. Ja
2. Nee

A
  1. Ja
    ==> Marina kan zich terecht op het standpunt beroepen dat de vervulling van de ontbindende voorwaarde haar niet kan worden tegengeworpen daar deze vervulling niet in de openbare registers is gepubliceerd; maar alleen als zij te goeder trouw was en niet hoefde te weten dat Klaas geen eigenaar meer was.
45
Q

Jaap Joosten is eigenaar van een weiland en is al geruime tijd door ziekte aan zijn bed gekluisterd. Hierdoor moet hij zijn zaken door zijn broer Joep laten behartigen. Joep maakt misbruik van de situatie en verkoopt het weiland. Bij de verkoopt doet hij zich voor als zijn broer en verkoopt het weiland aan Geelen. Joep en Geelen gaan samen naar de notaris. Geelen verklaart dat hij het weiland koopt en Joep verklaart dat hij het weiland verkoopt. De gegevens worden in de tot levering bestemde akte vermeld, deze wordt ingeschreven in het openbare register. Twee maanden later verkoopt Geelen het weiland aan van Doorn. Deze heeft de openbare registers geraadpleegd en kon daaruit concluderen dat Geelen eigenaar was van het weiland. Enige tijd later krijgt Jaap lucht van hetgeen wat er is gebeurd.
Wie is nu eigenaar van het weiland?
1. Jaap
2. Joep
3. Geelen
4. Van Doorn

A
  1. Van Doorn
    ==>
    * Jaap werkt zich op als eigenaar van het weiland.
    * Van Doorn kan zich nu terecht op het standpunt stellen dat de onjuistheid van het in de tot levering bestemde akte opgenomen feit, dat Jaap het weiland heeft verkocht aan Geelen, hem niet kan worden tegenworpen.
    * Van Doorn is eigenaar van het weiland.
    ==> Van Doorn is de eigenaar van het weiland, omdat hij te goeder trouw heeft gehandeld en beschermd wordt door artikel 3:25 BW (vertrouwen op registers) en artikel 3:88 BW (bescherming bij overdracht van een niet-rechthebbende).
46
Q

Welk artikel beschermt de verkrijger tegen fouten van de ambtenaar die in de authentieke akte zijn opgenomen?
1. Art. 3:24 BW
2. Art. 3:25 BW
3. Art. 3:26 BW
4. Art. 3:27 BW

A
  1. Art. 3:25 BW
47
Q

Art. 3:25 en 3:26 BW verschillen ten opzichte van tegen welke personen het artikel bescherming biedt.
Artikel … BW geeft relatieve bescherming, terwijl artikel … BW brede bescherming biedt.
Als de verkrijger zelf geen onderzoek verricht, kan er geen geslaagd beroep worden gedaan op artikel BW.
1. 3:25, 3:26, 3:25
2. 3:25, 3:26, 3:26
3. 3:26, 3:25, 3:25
4. 3:26, 3:25, 3:26

A
  1. 3:26, 3:25, 3:26
48
Q

Welke stelling is onjuist?
A: Bescherming bij onvolledigheid van registers, in het geval van de inschrijving van een voorwaarde die niet in vervulling ging, valt onder artikel 3:26 BW.
A: Bescherming bij onvolledigheid van registers, in het geval van onterecht opnemen van een ander stuk grond in de akte, valt onder artikel 3:26 BW.
Mogelijke antwoorden:
1. Alleen A is juist
2. Alleen B is juist
3. A en B zijn juist
4. A noch B zijn juist

A
  1. A en B zijn juist
49
Q

Smeets verkoopt op 19 juni 2021 zijn vakantiehuisje aan Houben, onder de ontbindende voorwaarde dat Smeets voor 15 augustus 2021 geen nieuw vakantiehuisje vindt dat hem bevalt en dat hij kan kopen. Levering vindt plaats op 19 juli 2021. Deze voorwaarde wordt in de registers geschreven.
Op 12 augustus 2021 koopt Smeets een ander vakantiehuisje. Het niet in vervulling gaan van de ontbindende voorwaarde houdt in dat de verbintenis in werking blijft en dat Houben, vanaf de datum van levering, eigenaar is van het vakantiehuisje.
Stel: Smeets laat in de registers wel schrijven dat de voorwaarde wel in vervulling is gegaan. Houben weet dat Smeets deze inschrijving heeft laten verrichten, maar Smeets heeft hem verzekerd dat dit voor hem geen nadelige gevolgen heeft.
In november 2021 toont Fleuren grote interesse in het vakantiehuisje van Houben die het van Smeets kocht en geleverd heeft gekregen. Fleuren doet een goed bod bij Smeets en deze verkoopt en levert het vakantiehuisje aan Fleuren. Fleuren heeft in de openbare registers gezien dat Smeets de eigenaar is. In januari 2022 wil Fleuren het huisje inrichten en wordt geconfronteerd met Houben die aangeeft eigenaar te zijn.
Wie is eigenaar van het huis?
1. Smeets
2. Houben
3. Fleuren

A
  1. Fleuren
    ==>
    * Fleuren kan zich met succes beroepen op art. 3:26 BW en met recht stellen dat hij eigenaar is van het vakantiehuisje.
    * Door de onjuistheid van de inschrijving van de vervulling van de ontbindende voorwaarde in de openbare registers en Houben heeft nagelaten om dit te rectificeren of te veranderen, kan hij dit niet tegenwerpen.
50
Q

Vorderingsrechten zijn onder te verdelen in… .
Welk antwoord is onjuist?
1. Vorderingsrechten aan toonder
2. Vorderingsrechten aan order
3. Vorderingsrechten op naam
4. Vorderingsrechten om niet

A
  1. Vorderingsrechten om niet
    ==> bestaat niet
51
Q

Bij … geldt: Hij die het papier kan tonen – hij die het papier onder zich houdt – is rechthebbende
Bij… geldt: Uit het papier blijkt wie de rechthebbende is van de daarin belichaamde vordering
Mogelijke antwoorden:
1. vordering aan toonder, vordering op naam
2. vordering aan order, vordering aan toonder
3. vordering op naam, vordering op naam
4. vordering aan toonder, vordering aan order

A
  1. vordering aan toonder, vordering aan order
    ==> Bij vordering op naam is er geen papier.
52
Q

Welke stelling is onjuist?
1. De wijze van overdracht van vorderingen aan toonder: door bezitsverschaffing van het papier, hetgeen in het algemeen geschiedt door feitelijke overgave.
2. Alle vorderingen die geen vordering aan toonder of vordering aan order zijn, zijn vorderingen op naam, hetgeen ook cessies heet.
3. Een endossement is nodig bij de overdracht van een vordering aan order.
4. Alle stellingen zijn juist
5. Alle stellingen zijn onjuist

A
  1. Alle stellingen zijn juist
    ==> Mbt 2: artikel 3:94 BW
    ==> Mbt 3: art. 3:93 slotzin BW
53
Q

Welke stelling is onjuist?
1. Bij een vordering op order is er een stuk papier waarop de naam van de rechthebbende is vermeld, met daarachter de woorden ‘of zijn order’.
2. Een Plaatskaart voor de schouwburg en een reparatiebon zijn voorbeelden van vorderingen aan toonder.
3. Een bankcheque aan order waarop bijv. staat: ‘Betaal (voor mij) tegen deze cheque aan Peters of zijn order €1000’ is een vordering aan order.
4. Alle stellingen zijn juist
5. Alle stellingen zijn onjuist

A
  1. Bij een vordering op order is er een stuk papier waarop de naam van de rechthebbende is vermeld, met daarachter de woorden ‘of zijn order’.
    ==> Moet zijn: vordering aan order; niet OP order.
    ==> Mbt 1: artikel 3:93 BW
54
Q

Annie heeft op 1 maart 2021 €10.000 geleend aan Mia. Overeengekomen dat Mia de schuld in tien maandelijkse termijnen van €1000 zal terugbetalen zonder rente en wel vanaf 1 juni 2021. Eind november komt Annie zelf in geldnood. Zij dient direct de beschikking te hebben over €3500. Zij krijgt weliswaar nog €4000 van Mia, maar dit bedrag hoeft conform afspraak slechts in maandelijkse termijnen te worden afgelost. Toon is bereid Annie uit de brand te helpen door haar €3500 te verstrekken, echter onder de voorwaarde dat Annie de vordering die zij nog op Mia heeft uit de verbruikleenovereenkomst (€4000), aan hem overdraagt.
Hier is sprake van:
1. Vorderingsrechten aan toonder
2. Vorderingsrechten aan order
3. Vorderingsrechten op naam

A
  1. Vorderingsrechten op naam
55
Q

De overdracht van een schuldvordering op naam heet … .
Degene die de vordering overdraagt is de … .
Degene aan wie de vordering wordt overgedragen en die dus na de overdracht rechthebbende wordt op de vordering, heet … .
De … is de debiteur van de vordering.
Dus: De … had een vordering tov de …, en de … heeft dit recht overgedragen aan de … . Nu heeft de … een vordering op de … .
Mogelijke antwoorden:
1. positieve overdracht, cessionaris, cedent, debitor cessus, cessionaris, debitor cessus, cessionaris, cedent, cedent, debitor cessus
2. verkrijging, cessus, cessionaris, debiteur cessant, cessus, debiteur cessant, cedent, cessionaris, cessionaris, debiteur cessant
3. cessie, cedent, cessionaris, debitor cessus, cedent, debitor cessus, cedent, cessionaris, cessionaris, debitor cessus
4. Geen antwoord is juist

A
  1. cessie, cedent, cessionaris, debitor cessus, cedent, debitor cessus, cedent, cessionaris, cessionaris, debitor cessus
56
Q

Welke stelling is juist?
1. Voor de levering van vorderingen op naam worden twee eisen gesteld: een akte van cessie, die zowel onderhands als authentiek kan zijn, en mededeling daarvan aan de debiteur (vormvrij).
2. Bij een authentieke akte van cessie verklaart de notaris dat op die dag in dat jaar voor hem de Cedent en de Cessionaris verschenen (+wilsverklaring).
3. In zowel de onderhandse als authentieke akte staat vermeld: (1) de goederenrechtelijke overeenkomst, (2) wilsovereenstemming; (3) omschrijving van de over te dragen vordering; (4) de titel.
4. Alle stellingen zijn juist
5. Alle stellingen zijn onjuist.

A
  1. Bij een authentieke akte van cessie verklaart de notaris dat op die dag in dat jaar voor hem de Cedent en de Cessionaris verschenen (+wilsverklaring).
    ==> Mbt 1: Onjuist want dit is slechts 1 van de 2 opties (art. 3:94 lid 1 BW). De andere optie is: 2. Er wordt een authentieke of geregistreerde onderhandse akte van cessie opgemaakt, zonder mededeling daarvan aan de debiteur (art. 3:94 lid 3 BW).
    ==> Mbt 3: de titel hoeft niet vermeld te worden
57
Q

Welke stelling mbt vorderingen op naam is onjuist?
1. De akte van sessie en mededeling zijn beide geldigheidsvereisten voor overdracht. Het maakt niet uit in welke volgorde deze vereisten worden voldaan.
2. Als het vaststaat dat er een onregelmatige daad is gepleegd, maar dat de persoon van de dader nog niet bekend is, kan overdracht van een vordering op naam zonder mededeling geschieden.
3. Wanneer een vordering op naam wordt geleverd zonder mededeling aan de debitor cessus, is de overdracht geldig, doch is de vordering pas geldig tegenover de debitor cessus zodra hij daarover bericht heeft ontvangen.
4. Alle stellingen zijn juist
5. Alle stellingen zijn onjuist

A
  1. Alle stellingen zijn juist
    ==> Mbt 1: op grond van art. 3:94 lid 1 BW
    ==> Mbt 2: art. 3:94 lid 2 BW (debitor cessus onbekend bij vordering op naam)
    ==> Mbt 3: art. 3:94 lid 3 BW
58
Q

Welke stelling is onjuist?
1. Alle vorderingen op naam zijn overdraagbaar, tenzij de overdraagbaarheid door een beding tussen crediteur en debiteur is uitgesloten.
2. De Levering van roerende zaken niet-registergoederen vereist voor de overdracht van roerende zaken niet-registergoederen, die in de macht van de vervreemder zijn, geschiedt door aan de verkrijger het bezit der zaak te verschaffen.
3. Levering c.p. van roerende zaken niet-registergoederen is alleen mogelijk wanneer vervreemder bezitter is, en niet wanneer vervreemder houder is.
4. Alle stellingen zijn juist
5. Alle stellingen zijn onjuist

A
  1. Alle vorderingen op naam zijn overdraagbaar, tenzij de overdraagbaarheid door een beding tussen crediteur en debiteur is uitgesloten.
    ==> Deze uitzondering betreft art. 3:83 lid 2 BW. Er is nog een tweede uitzondering: Art. 3:83 lid 1 BW bepaalt onder andere dat vorderingen overdraagbaar zijn, tenzij de wet (bijv. recht van bewoning, zie art. 3:226 lid 2 BW) of de aard van het recht zich tegen overdracht verzet (bijv. een vordering die iemand op een chirurg heeft om zich te laten opereren).
    ==> Mbt 2: art. 3:90 lid 1 BW
59
Q

Scenario A:
A verkoopt zijn fiets aan B terwijl de fiets bij de fietsenmaker C is ter reparatie
Scenario B: A leent zijn fiets aan B, en verkoopt het vervolgens aan B terwijl B reeds houder is van de fiets.
Scenario C: A verkoopt zijn fiets aan B maar behoudt de fiets nog een week omdat hij op vakantie gaat
Scenario A betreft levering …. .
Scenario B betreft levering …. .
Scenario C betreft levering … .
Mogelijke antwoorden:
1. traditio brevi manu, levering c.p., traditio longa manu
2. levering c.p., traditio brevi manu, feitelijke overgave
3. levering c.p., traditio longa manu, traditio longa manu
4. traditio longa manu, traditio brevi manu, levering c.p.

A
  1. traditio longa manu, traditio brevi manu, levering c.p.
60
Q

Levering van … zaken niet-registergoederen gebeurt door feitelijke overgave, traditio brevi manu, traditio longa manu, of levering c.p. De optie … is echter alleen mogelijk wanneer de vervreemder … is, en niet … .
1. onroerende, levering c.p., bezitter, houder
2. roerende, levering c.p., bezitter, houder
3. roerende, traditio longa manu, houder, bezitter
4. roerende, traditio longa manu, bezitter, houder

A
  1. roerende, levering c.p., bezitter, houder
61
Q

Als mijn auto gestolen is, keert de verzekekraar uit, en ik in ruil ervoor de auto moet overdragen aan de verzekeraar (ook al heb ik het niet in bezit).
Dit is gebasseerd op:
1. Art. 3:83 BW
2. Art. 3: 93 BW
3. Art. 3:95 BW
4. Art. 3:97 BW

A
  1. Art. 3:95 BW
    ==> Mbt 1: gaat over vorderingen
    ==> Mbt 2: gaat over vordering op naam
    ==> Mbt 3: gaat over roerende zaken niet-registergoederen die zich niet in de macht van de vervreemder bevinden
    ==> Mbt 4: gaat over levering van toekomstige goederen
62
Q
  1. Een huis dat nog gebouwd moet worden is een objectief toekomstig goed. Een huis dat al gebouwd is, maar waarvan de vervreemder nog geen rechthebbende is, is een subjectief toekomstig goed.
  2. Pieter verklaart plechtig tegenover zijn vader dat hij, in verband met de uitkering van een flinke som geld, ter gelegenheid van de verdeling van de erfenis niets meer zal verlangen. Zo’n overeenkomst zou nietig zijn, omdat zij bij wet is verboden (art. 4:4, lid 2 BW), echter op basis van art. 3:97 BW (het leveren van toekomstige goederen) is het wel toegestaan.
  3. Levering van een toekomstige vordering op naam is mogelijk indien tenminste op het moment van de levering reeds vaststaat wie de debiteur is.
  4. Alle stellingen zijn juist
  5. Alle stellingen zijn onjuist
A
  1. Pieter verklaart plechtig tegenover zijn vader dat hij, in verband met de uitkering van een flinke som geld, ter gelegenheid van de verdeling van de erfenis niets meer zal verlangen. Zo’n overeenkomst zou nietig zijn, omdat zij bij wet is verboden (art. 4:4, lid 2 BW), echter op basis van art. 3:97 BW (het leveren van toekomstige goederen) is het wel toegestaan.
    ==> Niet toegestaan. Een toekomstig goed kan niet geleverd worden als het verboden (bij wet) is dit toekomstige goed tot onderwerp van een overeenkomst te maken, in strijd is met de openbare orde of goede zeden.
63
Q

… met voorbaat heeft niet tot gevolg dat op dat moment reeds … plaatsvindt. Pas als ook aan het vereiste van … is voldaan, is de … voltooid.
1. overdracht, levering, een akte van cessie, overdracht
2. Levering, overdracht, een akte van cessie, overdracht3. overdracht, levering, beschikkingsbevoegdheid, overdracht
4. Levering, overdracht, beschikkingsbevoegdheid, overdracht

A
  1. Levering, overdracht, beschikkingsbevoegdheid, overdracht
64
Q

Albers verkoopt zijn vakantiehuisje aan Bos onder de ontbindende voorwaarde dat Albers binnen een half jaar geen nieuw vakantiehuisje vindt dat hem bevalt. Er wordt een tot levering bestemde akte in deze opgemaakt, gevolgd door inschrijving daarvan in de registers.
Albers vindt binnen een half jaar geen nieuw vakantiehuisje, zodat de ontbindende voorwaarde in vervulling is gegaan; de vervulling van deze voorwaarde wordt niet in de openbare registers ingeschreven. Bos verkoopt na een jaar het vakantiehuisje aan Cuppen. Er wordt een tot levering bestemde akte opgemaakt, gevolgd door inschrijving in de openbare registers. Kort na de levering van het vakantiehuisje door Bos aan Cuppen, wordt Cuppen geconfronteerd met Albers, die beweert eigenaar te zijn van het vakantiehuisje; Albers doet daartoe een beroep op de vervulling van de ontbindende voorwaarde in de overeenkomst Albers-Bos.
Wie is nu eigenaar?
1. Albers
2. Cuppen

A
  1. Cuppen
    ==> Cuppen is eigenaar van het huisje. Cuppen kan zich immers beroepen op het feit dat de vervulling van de ontbindende voorwaarde in de overeenkomst Albers-Bos niet in de registers is ingeschreven en hem derhalve niet kan worden tegengeworpen; met andere woorden: Cuppen kan een beroep doen op artikel 3:24.
65
Q

Albers verkoopt zijn vakantiehuisje aan Bos onder de ontbindende voorwaarde dat Albers binnen een half jaar geen nieuw vakantiehuisje vindt dat hem bevalt. Er wordt een tot levering bestemde akte in deze opgemaakt, gevolgd door inschrijving daarvan in de registers.
Albers vindt nu echter wel een nieuw vakantiehuisje dat hem bevalt, maar laat desondanks in de openbare registers inschrijven dat de ontbindende voorwaarde in de overeenkomst Albers-Bos in vervulling is gegaan; Bos is hiervan op de hoogte. Albers verkoopt en levert daaropvolgend het vakantiehuisje aan Dirk, die de openbare registers heeft geraadpleegd en daaruit heeft kunnen concluderen dat de ontbindende voorwaarde in de overeenkomst Albers-Bos in vervulling is gegaan.
Wie is nu eigenaar van het vakantiehuisje?
1. Bos
2. Dirk

A
  1. Dirk
    ==>
    Dirk is eigenaar van het vakantiehuisje. De onjuistheid van de inschrijving van de vervulling der ontbindende voorwaarde met betrekking tot de overeenkomst Albers-Bos in de openbare registers kan door Bos niet aan Dirk worden tegengeworpen, daar Bos redelijkerwijs zorg had kunnen dragen voor overeenstemming van de openbare registers met de werkelijkheid; met andere woorden: Dirk kan een beroep doen op artikel 3:26 BW.
66
Q

Welke stelling is onjuist?
1. Het onderscheid originair - derivatief is (ook) van toepassing op de verkrijging onder algemene titel.
2. De overdracht, een wijze van verkrijging, is in Boek 3 geregeld want overdracht is een wijze van verkrijging die van toepassing is op alle vermogensbestanddelen, zowel zaken als rechten, dus op alle goederen.
3. Niels heeft een vordering uit geldleen op Bram ten bedrage van €1.000,=. Niels wenst deze vordering aan Lieke te cederen, zonder dat daarvan mededeling wordt gedaan aan Bram. Dit heet een stille cessie. Voor een stille cessie is een authentieke dan wel een onderhands geregistreerde akte vereist.
4. Toekomstige registergoederen kunnen niet bij voorbaat worden geleverd om verwarring in de registers te voorkomen.

A
  1. Het onderscheid originair - derivatief is (ook) van toepassing op de verkrijging onder algemene titel.
    ==> Een verkrijging onder algemene titel is altijd derivatief, zodat het onderscheid hier niet van belang is. In het geval van een verkrijging onder algemene titel zet de verkrijger immers de vermogensrechtelijke positie van zijn rechtsvoorganger voort, in die zin dat hij deze opvolgt in diens gehele vermogen of een evenredig deel daarvan. Bij een verkrijging onder algemene titel is het recht van de verkrijger dus altijd afgeleid van diens rechtsvoorganger, zodat altijd sprake is van een derivatieve wijze van rechtsverkrijging.
    ==> Mbt 3: zie artikel 3:94 lid 3 BW
67
Q

Niels heeft een vordering uit geldleen op Bram ten bedrage van €1.000,=. Niels wenst deze vordering aan Lieke te cederen, zonder dat daarvan mededeling wordt gedaan aan Bram.
Stel dat Niels zijn vordering op Bram op een geldige wijze zoals is vermeld in artikel 3:94 lid 3 heeft overgedragen aan Lieke. Bram betaalt echter de (opeisbare) vordering aan Niels. Lieke spreekt vervolgens Bram aan tot betaling van €1000,00 aan haar, omdat zij naar haar zeggen rechthebbende is van de vordering. Bram weigert dit bedrag aan haar te betalen en stelt dat hij de € 1.000,00 bevoegd aan Niels heeft betaald.
Welke stelling is onjuist?
1. Lieke is rechthebbende van de vordering.
2. Bram heeft bevrijdend aan Niels betaald.
3. Als Lieke aan Bram een mededeling van de cessie had gedaan, zou er sprake zijn van een openbare cessie. Een betaling van Bram aan Niels is in dat geval niet bevrijdend.
4. Alle stellingen zijn juist
5. Alle stellingen zijn onjuist

A

==> Mbt 1: Aan alle vereisten voor een geldige overdracht is immers voldaan. Niels heeft de geldvordering die hij heeft op Bram rechtsgeldig geleverd (zie art 3:94 lid 3). We kunnen er vanuit gaan, uit de casus blijkt immers niet het tegendeel, dat Niels beschikkingsbevoegd is en er een geldige titel is.
==> Mbt 2: In casu is sprake van een stille cessie. Het kenmerkende van een stille cessie is juist dat Lieke weliswaar rechthebbende van de vordering is, maar dat schuldenaar Bram daar niet van op de hoogte is. Aan hem is immers geen mededeling gedaan van de cessie. Bram zal zijn schuld dus aan Niels voldoen. Normaliter zou U moeten concluderen dat schuldenaar Bram door zijn betaling aan Niels (niet de rechthebbende van de vordering) niet van zijn schuld is bevrijd (zie art. 6:32). Hier komt de wet schuldenaar Bram echter te hulp door in artikel 3:94 lid 3 te bepalen dat de cessie van de vordering (aan Lieke) niet tegen Bram werkt. Anders gezegd Bram heeft bevrijdend aan Niels betaald.
==> Mbt 3: Betaalt Bram in zo’n geval onverhoopt toch aan Niels, dan heeft hij niet bevrijdend betaald en Lieke zal Bram kunnen verzoeken de € 1.000,00 alsnog aan haar te betalen. Zie artikel 6:32.
NB: Bram zal dan zelf bij Niels ‘zijn’ ten onrechte aan hem betaalde € 1.000,00 moeten terugvorderen Hij zal zijn vordering moeten baseren op artikel 6:203 BW(onverschuldigde betaling) .

68
Q

is met de auto rakelings langs Eric, die op zijn fiets zat, gereden. De bestuurder van de auto is gewoon doorgereden. Eric komt ten val en lijdt schade. Zijn fiets is totaal vernield en zijn arm gebroken. De kosten: € 1000. Op 22 september 2021 verkoopt Eric de vordering die hij heeft op de doorgereden bestuurder, aan verzekeringsmaatschappij Averechts, die aan hem de schade heeft vergoed. Op 24 september 2021 wordt tussen Eric en Averechts de akte van cessie opgemaakt.
Op 17 november 2021 wordt de persoon van de bestuurder bekend, namelijk Dolmans. Op 18 november 2021 deelt Eric aan Dolmans mede dat ter zake van de vordering die hij op Dolmans heeft, een akte van cessie is opgemaakt.
Op welk moment is Averechts rechthebbende geworden van de vordering op Dolmans?
Antwoorden:
1. 22 september 2021
2. 24 september 2021
3. 17 november 2021
4. 18 november 2021

A
  1. 24 september 2021
    ==> Hier is van belang artikel 3:94, tweede lid. Averechts is op 24 september 2021 rechthebbende geworden van de vordering op Dolmans. In het geval dat op het moment van de opmaking der akte van cessie de persoon van de debitor cessus nog onbekend is, werkt – nadat de persoon van de debitor cessus wel bekend is – mededeling aan deze met bekwame spoed terug, na het bekend worden van zijn persoon, tot op de dag van het opmaken der akte van cessie. De mededeling gedaan op 18 november 2021 werkt in casu terug tot op de dag van het opmaken der akte van cessie, 24 september 2021.
69
Q

Welke stelling is onjuist?
A. De stelling “Voor de levering van een toekomstige vordering op naam is vereist dat op het moment van de levering reeds vaststaat wie de debiteur is” is in strijd met artikel 3:94, tweede lid, BW.
B. De 36-jarige Lilian Putter bestelt in september 2021 bij automobielbedrijf Kleinsma BV een zogenoemde ´Baby-Benz´. Begin november 2021 ontvangt zij een brief van Kleinsma BV waarin deze haar mededeelt dat de levering van de auto door onvoorziene omstandigheden helaas pas in februari 2022 mogelijk zal zijn. Lilian overweegt in eerste instantie om haar bestelling dan maar te annuleren, maar ziet hiervan af als blijkt dat een collega van haar, Doortje Duikelaar, de auto dolgraag wil hebben. Het gaat om levering van toekomstige goederen. Dit recht kan op basis van artikel 3:97 lid 1 BW bij voorbaat worden geleverd.

Mogelijke antwoorden:
1. Alleen stelling A is onjuist
2. Alleen stelling B is onjuist
3. Beide stellingen zijn juist
4. Beide stellingen zijn onjuist

A

==> Mbt A: Nee, het bepaalde in artikel 3:94, tweede lid ziet op het geval dat een vordering die zich reeds in het vermogen van de vervreemder bevindt, geleverd wordt met als bijzonderheid dat de debiteur nog niet bekend is; het gaat in artikel 3:94, tweede lid dus niet om een toekomstige, maar om een reeds bestaande vordering
==> Mbt B: Het recht op levering van de ´Baby-Benz´door Kleinsma BV is te bestempelen als een vorderingsrecht (zijnde een vordering op naam). Het recht op levering van de auto door Kleinsma BV maakt – in tegenstelling tot de auto zelf – in november 2021 al wel deel uit van het vermogen van Lilian. Het gaat hier dus om een bestaand goed.

70
Q

Stel dat automobielbedrijf Kleinsma BV bij de importeur nog een aantal exemplaren van een ander type Mercedes – uit de C-klasse – heeft gekocht, namelijk de Mercedes C180 Elegance. Deze auto´s zullen begin december 2016 door middel van feitelijke overgave door de importeur aan Kleinsma BV worden geleverd. Lilian besluit zo’n Mercedes te kopen.
Welke stelling is onjuist?
1. De vraag of de Mercedes C180 Elegance reeds in november 2016 aan Lilian Putter kan worden geleverd, is dezelfde als de vraag of toekomstige roerende zaken rechtsgeldig kunnen worden geleverd.
2. Toekomstige goederen kunnen bij voorbaat worden geleverd, tenzij het verboden is deze tot onderwerp van de overeenkomst te maken of het registergoederen zijn.
3. Kleinsma BV kan dus in november 2016 de Mercedes C180 Elegance rechtsgeldig leveren aan Lilian Putter d.m.v. een levering traditio brevi manu bij voorbaat.
4. De Mercedes C180 Elegance kan in november 2016 nog niet rechtsgeldig worden overgedragen aan Lilian Putter.

A
  1. Kleinsma BV kan dus in november 2016 de Mercedes C180 Elegance rechtsgeldig leveren aan Lilian Putter d.m.v. een levering traditio brevi manu bij voorbaat.
    ==> moet zijn:
    Kleinsma BV kan dus in november 2016 de Mercedes C180 Elegance rechtsgeldig leveren aan Lilian Putter (d.m.v. een levering c.p. bij voorbaat, zie art. 3:115, sub a).
    ==> Mbt 4: Tussen Lilian Putter en Kleinsma BV is een geldige koopovereenkomst gesloten en ook aan het vereiste van een geldige leveringshandeling is voldaan.
    Aan het derde vereiste kan niet worden voldaan. Begin november is Kleinsma nog niet beschikkingsbevoegd. Hij moet namelijk eerst zelf nog rechthebbende van de Mercedes C180 Elegance worden. Pas op het moment (begin december) dat de auto door de importeur aan Kleinsma BV wordt geleverd gaat het goed in het vermogen van Kleinsma BV over en is hij beschikkingsbevoegd. Dat is ook het moment waarop de overdracht is voltooid en Lilian Putter dus eigenaar wordt van de auto.
71
Q

Beoordeel de juistheid van de twee volgende stellingen.
Stelling 1
Verjaring is een wijze van derivatieve rechtsverkrijging.
Stelling 2
Het leerstuk verjaring is geregeld in Boek 5 BW.
a. 1 en 2 zijn juist.
b. Alleen 1 is juist.
c. Alleen 2 is juist.
d. 1 en 2 zijn onjuist.

A

d. 1 en 2 zijn onjuist.
==> Verjaring is geen wijze van derivatieve rechtsverkrijging maar een wijze van originaire rechtsverkrijging.
Kenmerkend voor een wijze van derivatieve rechtsverkrijging is dat de verkrijger het goed verkrijgt als opvolger van de eerdere rechthebbende en dat zijn recht dus is afgeleid van zijn rechtsvoorganger. In het geval van verjaring verkrijgt men het goed niet als opvolger van een eerdere rechthebbende. Het recht ontstaat nieuw bij de verkrijger en is dus niet afgeleid van een rechtsvoorganger. Het rechtssubject wordt door enkel tijdsverloop dus rechthebbende van het goed, zonder dat een eventueel eerdere rechthebbende hieraan zijn medewerking heeft verleend.
Verjaring is daarmee een wijze van originaire rechtsverkrijging.
In Boek 5 BW worden die rechten geregeld die alleen op zaken kunnen rusten. Verjaring is echter een wijze van verkrijging die van toepassing is op alle goederen, dus zowel op zaken als op vermogensrechten. Vandaar dat verjaring is geregeld in Boek 3 BW.

72
Q

In het kader van één van de vereisten voor een geldige overdracht van goederen, hanteren we de zogeheten causale leer.
Dit betreft het vereiste dat…:
1. de vervreemder beschikkingsbevoegd moet zijn.
2. een geldige goederenrechtelijke overeenkomst is vereist.
3. een geldige leveringshandeling is vereist.
4. een geldige titel is vereist.

A
  1. een geldige titel is vereist.
    ==>
    De wet eist, zie artikel 3:84, eerste lid BW dat een geldige titel is vereist voor de overdracht van een goed. Hieruit kunnen we afleiden dat zonder een geldige titel de overdracht ook niet geldig is geschied. Op dit vereiste bestaan geen uitzonderingen. De titel is dus de causa; de rechtsgrond die aan de overdracht ten grondslag ligt.
73
Q

Thomas Verstappen verkoopt op 14 januari 2021 zijn huis aan Victor Brandsma. Ter uitvoering van deze overeenkomst wordt op 1 februari 2021 een notariële akte van levering opgemaakt (en ondertekend), die de volgende dag wordt ingeschreven in de openbare registers.
Op 4 april 2021 ontdekt Victor dat Thomas bedrog heeft gepleegd bij het aangaan van de overeenkomst, hetgeen hem doet besluiten in rechte vernietiging van de koopovereenkomst te vorderen. Op 2 februari 2022 wordt door de rechter vonnis gewezen, waarin de overeenkomst inderdaad wordt vernietigd.
Hieronder treft u een aantal beweringen aan over de rechtsgevolgen van dit vonnis voor de eigendom van het huis. Geef aan welke van deze beweringen juist is.
De vernietiging van de koopovereenkomst heeft tot gevolg dat…:
1. Thomas geacht wordt al die tijd eigenaar van het huis te zijn geweest.
2. Thomas met ingang van 2 februari 2022 van rechtswege weer eigenaar van het huis wordt.
3. Thomas na inschrijving van het vonnis in de openbare registers weer eigenaar van het huis wordt.
4. Victor, op grond van de rechterlijke uitspraak, het huis aan Thomas zal moeten terug leveren.

A
  1. Thomas geacht wordt al die tijd eigenaar van het huis te zijn geweest.
    ==> In Nederland hanteren we de causale leer, hetgeen betekent dat voor een geldige overdracht een geldige titel (rechtsgrond) is vereist. Dit beginsel is in artikel 3:84, eerste lid, BW expliciet tot uitdrukking gebracht. In de causale leer heeft het ontbreken van een geldige titel tot gevolg dat de overdracht niet geldig is geschied en dus wordt geacht nooit te hebben plaatsgevonden.
    In onze casus bestond de titel van de overdracht uit de koopovereenkomst tussen Thomas en Victor. De vernietiging heeft tot gevolg dat de overeenkomst geacht wordt nooit te hebben bestaan (de vernietiging werkt namelijk terug tot het tijdstip dat de rechtshandeling is verricht, zie art. 3:53, eerste lid, BW).
    Dit leidt tot de conclusie dat bij de overdracht van het huis een geldige titel heeft ontbroken, zodat aan een van de vereisten voor een geldige overdracht niet is voldaan. Er heeft dus geen overdracht plaatsgevonden, zodat Thomas al die tijd eigenaar van het huis is gebleven. Het feit dat Victor sinds de levering van het huis in de openbare registers vermeld staat als de eigenaar van het huis, doet hier niets aan af. In Nederland kennen we een (gemitigeerd) negatief stelsel van openbaarheid, waarbij hetgeen in de openbare registers omtrent de rechtstoestand van een registergoed is gepubliceerd, niet doorslaggevend is voor de werkelijke rechtstoestand van dat registergoed.
74
Q

Villa Hofzicht staat ten name van Antoinette de Bourrouill in de openbare registers ingeschreven. Verder zijn er geen rechtsfeiten met betrekking tot de villa ingeschreven.
Uit de openbare registers valt nu met zekerheid af te leiden dat:
(a) Antoinette eigenaar van Hofzicht is.
(b) Antoinette Hofzicht niet aan een derde heeft verkocht.
(c) Antoinette Hofzicht niet aan een derde heeft geleverd.
(d) er geen beperkte rechten op Hofzicht rusten.

A

(c) Antoinette Hofzicht niet aan een derde heeft geleverd.
==> Voor de levering van Hofzicht (een onroerende zaak) aan een derde is inschrijving van de notariële leveringsakte in de openbare registers een constitutief geldigheidsvereiste (art. 3:89, eerste lid BW).
Uit het feit dat er geen notariële leveringsakte in de registers is ingeschreven, kan dus met zekerheid worden afgeleid dat Antoinette Hofzicht niet aan een derde heeft geleverd.
alternatief (a) is onjuist om de volgende reden
Het feit dat Antoinette als eigenaar van Hofzicht in de openbare registers staat ingeschreven, is geen garantie dat zij ook daadwerkelijk eigenaar van Hofzicht is. Daarvoor zijn 2 redenen te geven:
* het kan zijn dat Hofzicht rechtsgeldig aan Antoinette geleverd is (waarvoor inschrijving in de registers een constitutie vereiste is), maar dat er bij de overdracht een geldige titel heeft ontbroken of dat de vervreemder beschikkingsonbevoegd was. In dat geval heeft er dus geen geldige overdracht van het huis aan Antoinette plaatsgevonden.
* het kan zijn dat inmiddels een ander de eigendom van Hofzicht heeft verkregen op een wijze waarvoor geen inschrijving in de registers vereist is. Daarbij kan men denken aan vererving of verjaring. Deze feiten kunnen weliswaar worden ingeschreven in de registers, maar dat is geen vereiste bij deze wijzen van eigendomsverkrijging.
alternatief (b) is onjuist
Als Antoinette Hofzicht aan een derde heeft verkocht, dan is deze koopovereenkomst vatbaar voor inschrijving in de openbare registers (art.7:3, eerste lid BW). Inschrijving van de koopovereenkomst is echter niet vereist, zodat bij gebreke van een dergelijke inschrijving niet met zekerheid uit de registers kan worden afgeleid dat Antoinette het huis niet heeft verkocht.
Alternatief (d) is onjuist
Uit het feit dat er volgens de openbare registers geen beperkte rechten op Hofzicht rusten, kan enkel met zekerheid worden afgeleid, dat er geen beperkte rechten op Hofzicht zijn gevestigd. Voor de vestiging van een dergelijke beperkt recht is inschrijving in de registers van de notariële vestigingsakte immers een constitutief vereiste (art. 3:98 jo art. 3:89, vierde lid jo eerste lid BW). Maar daarmee kan nog niet met zekerheid gezegd dat er geen beperkte rechten op Hofzicht rusten.
Het kan immers zijn dat een derde door verjaring een beperkt recht (bijv. een recht van erfdienstbaarheid) op Hofzicht heeft verkregen. Voor het verkrijgen van een beperkt recht door verjaring is inschrijving in de openbare registers immers geen constitutief vereiste (hoewel inschrijving wel mogelijk is).

75
Q

Aan welk van de onderstaande vereisten dient te zijn voldaan voor een geslaagd beroep op de bescherming van artikel 3:24 BW door de verkrijger van een registergoed?
Opties vraag 5:
(a) Dat de verkrijger het registergoed om baat heeft verkregen.
(b) Dat de verkrijger te goeder trouw is in de zin van artikel 3:11 BW.
(c) Dat er onjuiste feiten met betrekking tot het registergoed in de openbare registers zijn
ingeschreven.
(d) Aan geen van de sub (a), (b) en (c) genoemde vereisten hoeft te zijn voldaan.

A

(d) Aan geen van de sub (a), (b) en (c) genoemde vereisten hoeft te zijn voldaan.
==> Alternatief (a) is onjuist.
Voor bescherming door artikel 3:24 BW is niet vereist dat de verkrijger het registergoed om baat heeft verkregen (zie de tekst van het artikel).
Alternatief (b) is onjuist.
In het kader van artikel 3:24 BW is voor de goede trouw van de verkrijger voldoende dat hij aantoont dat hij de niet-ingeschreven feiten niet (uit andere hoofde) kende. Dit wijkt dus af van het normale criterium voor de goede trouw, zoals geformuleerd in artikel 3:11 BW (kennen of behoren te kennen).
Alternatief (c) is onjuist.
Artikel 3:24 BW biedt geen bescherming tegen onjuist ingeschreven feiten, maar tegen niet-ingeschreven feiten (die wel voor inschrijving vatbaar waren).
Noa bene: de artikelen 3:25 en 3:26 BW bieden bescherming tegen onjuist ingeschreven feiten.
Alternatief (d) is juist.
Voor een geslaagd beroep op de bescherming van artikel 3:24 BW hoeft aan geen van de sub (a), (b) en (c) genoemde vereisten te zijn voldaan.