L6 werkboek: Functioneel daderschap en daderschap van rechtspersonen Flashcards
Wat is de kern van het Ijzerdraadarrest?
HR 23-02-1954, NJ 1954, 378 IJzerdraad
Casus
Een eigenaar van een klein exportbedrijf � een eenmanszaak � werd vervolgd ter zake van een overtreding van het Deviezenbesluit 1945, omdat de aanvraag voor een exportvergunning voor ijzerdraad naar Finland valse gegevens bevatte.
De kern van de tenlastelegging aan de verdachte hield in dat hij ten behoeve van zijn exportbedrijf telkens ter verkrijging van een vergunning op een daartoe bestemd formulier via X (exportmanager tevens chef-inkoper bij dat bedrijf) valse gegevens had ingevuld en dat formulier met een stempel van het bedrijf en de handtekening van de exportmanager aan de centrale Dienst van In- en uitvoer had doen toekomen en vervolgens met de verkregen vergunning ruim 90 ton ijzerdraad naar Finland had uitgevoerd.
Het centrale verweer van de verdachte was dat hij niet zelf had ingevuld, doen toekomen en uitgevoerd.
Essentie
In dit arrest formuleerde de Hoge Raad de IJzerdraad-criteria: beschikkingsmacht over en aanvaarding van het verboden fysieke gedrag van een ander.
Functioneel daderschap in de zin van het IJzerdraad-arrest betreft het toerekenen van handelingen van derden aan de verantwoordelijke, aan de functionaris die de gebeurtenis in zijn macht heeft. Nauw met elkaar verbonden zijn hierbij steeds de interpretatie van de delictsgedraging (wat betekent bijvoorbeeld invullen of uitvoeren?) en de specifieke vraag naar daderschap in een bepaald geval. Voor het eigen daderschap van de functioneel dader staat het fysieke, waarneembare niet voorop, andere criteria (beschikkingsmacht en een vorm van aanvaarding) staan centraal.
Nota bene
Zoals is gebleken stelt de Hoge Raad dat de IJzerdraad-criteria, die weliswaar zijn ontwikkeld �met het oog op de strafrechtelijke aansprakelijkheid van een natuurlijk persoon voor een gedraging van een andere natuurlijke persoon�, in voorkomende gevallen tevens kunnen fungeren �als maatstaven voor de toerekening van een gedraging van een natuurlijk persoon aan een rechtspersoon�. Bij toepassing van de IJzerdraad-criteria gaat het dus kennelijk eveneens om de vraag of de rechtspersoon aansprakelijk is voor gedragingen, verricht door een ander.
Wat is de kern van Slavenburg II arrest?
HR 16-12-1986, NJ 1987, 321 Slavenburg II
Casus
Het betrof in dit arrest een groot aantal gevallen van valsheid in geschrifte, gepleegd door een rechtspersoon, waarbij de verdachte feitelijk leiding zou hebben gegeven aan de verboden gedragingen.
De HR bepaald dat er sprake is van feitelijk leidinggeven indien: de betreffende functionaris, hoewel daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden maatregelen ter voorkoming van deze gedragingen achterwege laat en bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze verboden gedragingen zich zullen voordoen.
In deze situatie wordt de functionaris geacht opzettelijk de verboden gedragingen te bevorderen. Deze kunnen zich al voordoen als ze aan de verdachte bekend zijn.
Essentie
De cruciale rechtsoverwegingen: 5.1.1. en 5.1.2.
R.o. 5.1.1 Van feitelijk leidinggeven aan verboden gedragingen kan onder omstandigheden sprake zijn indien de betreffende functionaris �- hoewel daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden - maatregelen ter voorkoming van deze gedragingen achterwege laat en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedragingen zich zullen voordoen�. In deze situatie wordt de functionaris geacht opzettelijk de verboden gedragingen te bevorderen.
R.o. 5.1.2 ‘De bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans als onder 5.1.1. bedoeld kan zich te dezen voordoen, indien hetgeen de verdachte bekend was omtrent het begaan van strafbare feiten door de bank rechtstreeks verband hield met de in de kennisgeving van verdere vervolging omschreven verboden gedragingen.’
Noot
t Hart situeert de onderhavige beschikking in de context van de tot dan toe gewezen arresten en beschikkingen inzake het (functioneel) daderschap van rechtspersonen. Met name in opmerking 4 gaat de annotator in concreto in op de gewezen beschikking.
Tot slot vermeldt de annotator in opmerking 5 de diverse meningen van prominente straf juristen, zoals de mening van Prof. Mr. J. Remmelink, (A-G HR) Hij beschouwt de strafbaarstelling van het feitelijk leidinggeven als een pure aansprakelijkheidsstelling los van daderschap en deelneming. De mening van mr. R.A. Torringa is anders en luidt dat het opdracht - of feitelijk leidinggeven als een voorwaarde voor de vervolgbaarheid moet worden gezien. In de opvatting van mr. Th.W. van Veen is feitelijk leidinggeven een pseudodaderschap, een eigensoortige deelnemingsvorm, waarbij de deelneminghandeling uit het opdracht - of feitelijk leidinggeven bestaat.
t Hart memoreert ook; zijn opvatting: feitelijk leidinggeven moet worden beschouwd als een deelnemingsvorm sui generis. Centraal staat het gedrag van de feitelijk leidinggever zelf, dat in samenhang met een strafbare gedraging van de rechtspersoon een strafbaar feit oplevert, en waarin het gaat om een eigen specifiek verwijt dat niet hoeft samen te vallen met het verwijt dat de rechtspersoon treft.
Met andere woorden: alleen schuld volstaat niet, de nalatigheid moet gepaard gaan met ten minste voorwaardelijk opzet ten aanzien van de verboden gedragingen. Zie hiervoor het arrest Hof ‘s-Gravenhage 02-12-1987, Vrijspraak Piet Slavenburg.
Wat is de kern van het vliebasis Volkel arrest?
HR 25-01-1994, NJ 1994, 598 Vliegbasis Volkel
Casus
Er was een hoeveelheid kerosine uit een brandstofopslagtank in de grond terechtgekomen. De Staat (in het bijzonder het ministerie van Defensie) die verantwoordelijk is voor wat er gebeurt op de vliegbasis werd vervolgd wegens overtreding van de Wet Bodembescherming.
Aan de orde is de vraag of een publiekrechtelijk rechtspersoon, hier de Staat, vervolgd kan worden ter zake een strafbaar feit gepleegd bij de uitvoering van een hem toebedeelde overheidstaak, in casu de defensietaak.
Met betrekking tot de vervolgbaarheid van een decentraal openbaar lichaam kunnen 3 criteria worden gegeven:
- het moet gaan om een openbaar lichaam in de zin van hoofdstuk 7 Gw (subjectcriterium - o.a. te vinden RU Groningen-arrest);
- er moet sprake zijn van een overheidstaak (taakcriterium - o.a. in Tilburgse Verkeersdrempelarrest);
- het moet handelen om een overheidstaak die uitsluitend door de overheid kan worden uitgevoerd (exclusiviteitelement van het taakcriterium - Tweede Pikmeer-arrest).
Indien deze vragen allen bevestigend kunnen worden beantwoord, dan is het overheidsorgaan niet vervolgbaar.
Essentie
Voor wat betreft de centrale overheid is in het Volkel-arrest bepaald dat deze niet vervolgd kan worden. De feitelijke opdrachtgevers of leidinggevers zijn op hun beurt niet vervolgbaar omdat deze nauw verbonden zijn met de vervolgbaarheid van de rechtspersoon, de Staat. Dit laatste is door de Hoge Raad bepaald in het Eerste Pikmeer-arrest. De reden dat de Staat niet vervolgd kan worden is omdat handelingen van de Staat geacht moeten worden te strekken tot behartiging van het algemeen belang. Ministers e staatssecretarissen zijn politieke verantwoording schuldig aan het parlement. Tevens kunnen zij ter zake van ambtsmisdrijven strafrechtelijk worden vervolgd.
Wat is de kern van Pikmeer I arrest?
HR 23-04-1996, NJ 1996, 513 Pikmeer I
Casus
In de gemeente Boarnsterhim had een privaatrechtelijke rechtspersoon in opdracht van het hoofd van een afdeling binnen de gemeente vervuild slib gehaald uit een in de buurt gelegen vaart. Vervolgens werd deze vervuilde slib gestort in het Pikmeer. De gemeente had hiervoor geen vergunning verleend.
Essentie
De HR oordeelde dat vervolging van publiekrechtelijke rechtspersonen uitgesloten is indien dergelijke rechtspersonen een strafbaar feit plegen in het kader van de uitvoering van een aan hen opgedragen overheidstaak.
Wat is de kern van het Pikmeer II arrest?
HR 06-01-1998, NJ 1998, 367 Pikmeer II
Casus
In dit arrest is de strafrechtelijke immuniteit beperkt.
De HR oordeelde dat vervolging van alleen is uitgesloten als �de desbetreffende gedragingen naar haar aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak, zodat uitgesloten is dat derden in zoverre op gelijke voet als het openbaar lichaam aan het maatschappelijk verkeer deelnemen�.
Essentie
Dit betekent dat de publiekrechtelijke rechtspersonen alleen dan niet kunnen worden vervolgd als het gaat om de uitvoering van een specifieke overheidstaak.
Wat is de kern van het Kabeljauw arrest?
HR 01-07-1981, NJ 1982, 80 Kabeljauw
Casus
Aan een vennootschap onder firma werd verweten dat zij met een bepaald vaartuig ‘de visserij op kabeljauw heeft uitgeoefend’. Dat zou in strijd zijn geweest met de ‘Beschikking Vangstbeperking andere vissoorten dan tong en schol 1978’.
Rechtsvraag
Kan de vennootschap (althans een niet-natuurlijke persoon) een strafbaar feit plegen?
Essentie
De Hoge Raad overwoog over het daderschap van de rechtspersoon:
‘Naar de strekking van voormelde beschikking geschiedt de verboden uitoefening van de visserij niet alleen door de personen die aan boord van het betrokken vissersvaartuig de voor bedoelde uitoefening noodzakelijke handelingen verrichten, maar ook door degene die in zijn hoedanigheid van reder en/of eigenaar van het betrokken vissersvaartuig bewerkstelligt dat met dat vaartuig de visserij in strijd met dat verbod wordt uitgeoefend. Van zodanig bewerkstelligen is sprake indien de vorenbedoelde aan boord van het vissersvaartuig verrichte handelingen zijn aan te merken als gedragingen van de verdachte. Dit zou het geval zijn indien de verdachte erover vermocht te beschikken of die handelingen al dan niet zouden plaatsvinden en deze behoorden tot de zodanige welker plaatsvinden blijkens de feitelijke gang van zaken door de verdachte werd aanvaard of placht te worden aanvaard.’
Wat is de kern van het Drijfmest arrest?
HR 21 oktober 2003, AB 2004, 310 (Drijfmest). Verdachte is rechtspersoon die een stuk grond beheert in opdracht van BV. Op de grond wordt drijfmest aangetroffen. Drijfmestcriteria geven aan wanneer een verboden gedraging een rechtspersoon kan worden aangerekend. Het dient te gaan om een gedraging in de sfeer van rechtspersoon: 1. normale werkzaamheid, 2. dienstig en 3. beschikken/aanvaarden
Wat is de kern van het Papa Blanca arrest?
HR 16 juni 1981, NJ 1981, 586 (Papa Blanca) blijkt dat ook personen die formeel niet in dienst zijn van de rechtspersoon, maar feitelijk wel een invloedrijke rol spelen in het beleid, als feitelijk leidinggever in
Wat is de kern van het V&D ameublementen arrest?
HR 1948 (V en D ameublementen) Chef verkocht eigenmachtig een ameublement tegen een hogere dan de vastgestelde prijs. Hiermee werd een Prijsopdrijvingswet geschonde. V & D had baat van deze daad en daarom werd de rechtspersoon strafbaar geacht. Dit baattrekkingscriterium is daarna niet meer zelfstandig toegepast, wel wordt het critrium als indicator gebruikt
Wat is de kern van het Bijenkorfarrest?
Hoe heet de constructie waarbij de gedraging van een natuurlijk persoon strafrechtelijk wordt toegerekend aan een ander natuurlijk persoon?
Functioneel daderschap
- term komt uit de rechtspraak
- ligt niet vast in de wet
- lijkt op doen plegen maar het is irrelevant of de onmiddellijke dader strafbaar is
Waar heeft de wetgever de strafbaarheid van rechtspersonen geregeld?
ar 51 Sr
Strafbaarheid van rechtspersonen kan alleen via toerekening (een rechtspersoon zelf kan als entiteit immers niks, het zijn altijd personen)
Kunnen ook anderen dan de feitelijke pleger normadressant zijn voor delicten uit het WvSr?
Ja,
HR zelfs art 289, moord, kan functioneel worden uitgelegd
Twee vragen te beantwoorden:
1) Richt de betreffende delictomschrijving zich tot anderen dan de feitelijke pleger? Zo ja:
2) Is die andere natuurlijke persoon of rechtspersoon in het concrete geval ook als dader aan te wijzen?
Omschrijf de criteria van functioneel daderschap?
Aan de hand van de IJzerdraadcriteria kan worden getoetst of er sprake is van functioneel daderschap:
- Beschikken: sprake moet zijn van een functionele relatie tussen de functionele dader en de feitelijke pleger. De functionele dader moet in staat zijn invloed uit te oefenen op het gedrag van de feitelijke pleger
- Aanvaarden: het blijkbaar billijken ( een zekere bewustheid dat dergelijke strafbare gedragingen zich voor kunnen doen)
- Indien sprake is van een doleus(opzet is een bestanddeel) delict: bij de functionele dader moet (voorwaardelijk) opzet bestaan op de gedraging
Waar is strafbaarheid tegen rechtspersonen geregeld?
art 51 Sr
- maatregelen kunnen zowel tegen de rechtspersoon
- maatregelen tegen de (leidinggevende) natuurlijke personen van de rechtspersoon
- de feitelijke pleger
- combinatie