Frans Unité 5 Flashcards
Het stadscentrum
Le centre-ville
De kathedraal
La cathédrale
Het park
Le parc
Het museum
Le musée
De VVV
L'office de tourisme
De gids
Le guide
Bezoeken
Visiter
Het kasteel
Le château
Het terras
La terrasse
De brug
Le pont
Gratis
Gratuit
Het is druk
Il y a beaucoup de monde
De tourist
Le touriste
De stadsplattegrond
Le plan de ville
Het landschap
Le paysage
Het platteland
La campagne
De bergen, het gebergte
La montagne
Het strand
La plage
De rivier
La rivière
Rustig
Tranquille
Het noorden
Le nord
Het zuiden
Le sud
Het westen
L'ouest
Het oosten
L'est
Een bezienswaardigheid
Une curiosité
De tip
Le conseil
Proberen
Essayer
Vliegen
Voler
Rondom
Autour de
De eeuw
Le siècle
De middeleeuwen
Le Moyen Âge
Uitstekend
Excellent
De schat
Le trésor
De hoogte
La hauteur
Sluiten
Fermer
De koning
Le roi
Dateren uit
Dater de
Het eiland
L'ile
De kust
La côte
Zich bevinden
Se trouver
De top
Le sommet
Het standbeeld
La statue
Laag
Bas, basse
Magisch
Magique
Nuttig
Utile
Stom
Stupide
De student
L'étudiant
Het is donker
Il fait nuit
Het licht
La lumière
De opdracht
Le devoir
In de openlucht
En plein air
Het aantal, getal
Le nombre
Opschrijven
Noter
De hoofdstad
La capitale
Ruiken
Sentir
Diep
Profond
De cultuur
La culture
Het is genoeg
Ça suffit
De bezoeker
Le visiteur
De liefhebber
L'amateur
Het schilderij
Le tableau
Het beeld
La sculpture
Indrukwekkend
Impressionnant
De grot
La grotte
Het zand
Le sable
Jammer genoeg
Malheureusement
Afrika
L'Afrique
Prachtig
Magnifique
Op die manier
Comme ça
Met hen
Avec eux
Het miljoen
Le million
Dat is de moeite waard
Ça vaut le coup
Herhalen
Répéter
Het onderwerp
Le sujet
Zij komen (komen)
Ils viennent (venir)
De temperatuur
La température
Het klimaat
Le climat
Bekend
Connu
De inwoner
L'habitant
De heuvel
La colline
Droog
Sec, sèche
Hard
Fort
Ik eindig (eindigen)
Je finish (finir)
De aandacht
L'attention
Enkele
Quelques
De mening
L'avis
(Twee maanden) geleden
Il y a (deux mois)
De ontmoeting
La rencontre
Het stripboek
La BD
De held
Le héros
Absoluut
Absolutement
Noodzakelijk
Nécessaire
Eng
Effrayant
Saai
Ennuyeux, ennuyeuse
Spectaculair
Spectaculaire
Vies
Sale
Als gevolg van
à cause de
Teleurgesteld
Déçu
De sfeer
L'ambiance
De fan
Le / la fan
Het bezoek
La visite
In de rij staan
Faire la queue
Het merendeel
La plupart
Nooit meer
Ne ..... plus jamais
De animatie, het vermaak
L'animation
ik zie
je vois
jij ziet
tu vois
hij ziet
il voit
zij ziet
elle voit
wij zien, men ziet
on voit
wij zien
nous voyons
jullie zien, u ziet
vous voyez
zij zien (m)
ils voient
zij zien (v)
elles voient
mannelijk enkelvoud
ce
vrouwelijk enkelvoud
cette
mannelijk enkelvoud met klinker of stomme h
cet
meervoud
ces
eerste
premier, première
tweede
deuxième / second
derde
troisième
vierde
quatrième
vijfde
cinquième
zesde
sixième
zevende
septième
achtste
huitième
negende
neuvième
tiende
dixième