Class 12 Flashcards
Limpiar
Poetsen, Schoonmaken
Casarse
Huwen. Wij huwen volgende maand
Cabeza
Hoofd
Estomago
Maag
Piernas
Banen
Pecho
Borst
Espalda
Rug
Hombros
Schouders
Brazos
Armen
Manos
Handen
Barriga
Buik
Regla del prefijo
Oración afirmativa en presente
Ik vul het formulier in
Oración en pasado simple
Ik vulde het formulier in
Pero en infinitivo, participio pasado y subordinadas NO se separa
Ik moet het formulier invullen. (Tengo que rellenar el formulario.)
Ik heb het formulier ingevuld. (He rellenado el formulario.)
Ik zeg dat ik het formulier invul. (Digo que relleno el formulario.)
Nombre
Voornam
Fecha de nacimiento
Geboortedatum
Casado
Getrouwd
Lugar de nacimiento
Geboorteplaats
Nacionalidad
Nationaliteit
Trabajo, profesion
Beroep
Firma
Handtekening
Estado civil
Burgerlijke staat
Comuna
Gemeente / woonplaats
Edad
Leeftijd
Sin pareja
alleenstaand
Soltero
Ongehuwd / Single
Pareja de hecho
Samenwonend
Divorciado
Gescheiden
Viuda
Weduwe
Viudo
Weduwnaar
Aburrido
Sleur
Hacer la compra
boodschappen doen. Ik ga boodschappen doen
Voy a la biblioteca para tomar prestado un libro
Ik ga naar de bibliotheek om een boek te lenen.
En holandés, cuando queremos expresar propósito o intención, usamos esta estructura:
“om” + verbo en infinitivo con “te”
(Equivale a “para + infinitivo” en español).