vertelperspectief Flashcards

1
Q

personele verteller

A

hij/ zij verhaal
= personage in het verhaal
- kent de afloop niet
- kent enkel zijn eigen gedachten en gevoelens
- weet enkel wat er op dit moment en hier gebeurt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

vertellende verteller

A

ik/ wij persoon
= een personage in het verhaal
-bekijkt het gebeuren vanop een afstand en vertelt wat er vroeger is gebeurd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

auctoriële verteller, alleswetende verteller

A

hij/ zij persoon
is geen personage in het verhaal
- kent de afloop
- kent de gedachten en de gevoelens van alle personages
- weet wat er altijd en overal gebeurt
hij-verhaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

belevende verteller

A

ik/ wij persoon
= personage in het verhaal
- kent de afloop niet
- weet enkel haar eigen gedachten en gevoelens
-weet enkel wat er op dit moment gebeurt = hier en nu
ik-verhaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly