stijlfiguren Flashcards

1
Q

herhaling

A

woorden/ zinsdelen meermaals gebruiken om er een nadruk op te leggen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

tegenstelling/ anithese

A

2 begrippen met tegenovergestelde betekenis worden met elkaar verbonden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

opsomming

A

verschillende zaken worden na elkaar op een rijtje gezet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

enjambement

A

de gedachte loopt verder op een volgende versregel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

parallellisme

A

gelijk opgebouwde zinnen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

ritme/ metrum

A

klemtonen en de opeenvolging van lange en korte klanken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly