stijlfiguren Flashcards
1
Q
herhaling
A
woorden/ zinsdelen meermaals gebruiken om er een nadruk op te leggen
2
Q
tegenstelling/ anithese
A
2 begrippen met tegenovergestelde betekenis worden met elkaar verbonden
3
Q
opsomming
A
verschillende zaken worden na elkaar op een rijtje gezet
4
Q
enjambement
A
de gedachte loopt verder op een volgende versregel
5
Q
parallellisme
A
gelijk opgebouwde zinnen
6
Q
ritme/ metrum
A
klemtonen en de opeenvolging van lange en korte klanken