Beeldspraak Flashcards

1
Q

1: vergelijking

A
  • 2 onderwerpen+beeld
    -> verbonden door signaalwoord: als, zoals
    = gemeenschappelijke kenmerken en beeld benadrukken
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

2: metafoor

A
  • onderwerp niet vermeld
  • enkel beeld word aangegeven
  • kenmerken-> onderwerp raden
  • interpretatie!
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

3: personificatie

A
  • onderwerp: levenloos
  • menselijke activiteit
  • beeld of gevoel oproepen bij de lezer
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

4: synesthesie

A
  • mengen van zintuigen:
  • gehoor
  • zicht
  • gevoel
  • reuk
  • smaak
    -> nadruk, taalvariatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

5: metonymie

A
  • onderwerp niet vernoemd
  • beeld: direct verband met onderwerp
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly