tempo Flashcards
1
Q
vertelde tijd
A
het tijdsverloop waarbinnen het verhaal zich afspeelt
2
Q
verteltijd
A
de tijd die je nodig hebt om het verhaal te lezen of vertellen
3
Q
verteltijd = vertelde tijd
A
gelijktijdigheid/ dramatische tijd
-> dialoog
4
Q
verteltijd < vertelde tijd
A
epische tijd/ versnelling
-> gebeurtenissen
5
Q
verteltijd > vertelde tijd
A
lyrische tijd/ vertraging (retardering)
-> gevoelens