Tekst 1 Apuleius, Metamorphoses (sem 2) Flashcards
iam
(bijwoord): al reeds
facies
faciei (zelfst.nw, vr): gezicht, uiterlijk - engels: face
enormis
enorme (bijv.nw): enorm, groot - Engels: enormous
os
oris (zelfst.nw., onz): mond, gezicht - Engels: oral
prolixus
prolixa, prolixum (bijv.nw) : lang, uitgestrekt – Engels: prolix.
naris
naris (zelfst nw, vr) : neusgaten
hiare
hio, hiavi, hiatum (ww) : openstaan – Engels: hiatus, Nederlands:hiaat
labium
labii (zelfst nw, onz) : lippen – Engels: labial
pendulus
pendula, pendulum (bij nw): hangend – Engels:pendulum
sic
(bijwoord): zo, op deze manier
auris
auris (zelfst nw, vr): oren
inmodicus
inmodica, inmodicum (bijv nw) : buitensporig,enorm
horripilare
horripilo, horripilavi, horripilatum (ww) – overeind gaanstaan, rillen – Engels: horripilation (kippenvel)
auctus
auctus (zelfst nw, m) : groei, toename
nec
(voegwoord): noch, en niet – Frans: ni, Engels: nor
ullus
ulla, ullum (bijv nw) : enig, een of andere
miser
misera, miserum (bijv nw) : ongelukkig, ellendig –Engels: miserable
reformatio
reformationis (zelfst nw, vr) : hervorming,verandering – Engels: reformation, Nederlands: reformatie
videre
video, vidi, visum (ww) – zien – Engels: video, vision
solacium
solacii (zelfst nw, onz): troost, verlichting –Engels: solace
non
(bijwoord): niet – Frans: non, Engels: not
avis
avis (zelfst nw, vr): vogel – Frans: oiseau (via Oudfrans)
me
ego (pers vnw) ik, mij
sed
(voegwoord): maar - Frans: mais
asinus
asini (zelfst nw, m): ezel - Frans: âne
videre
video, vidi, visum (ww) – zien – Engels: video, vision