kraakbeen Flashcards
kraakbeen
wat, samenstelling
= schokdemper zodat botten niet beschadigd worden
= kraakbeencellen en extracellulaire kraakbeenmatrix
stevigheid van de matrix valt te wijten aan:
- in grondsubstantie zijn zeer grote aggregaten van proteoglycanen aanwezig = lineair hyaluronzuur waar proteoglycanen gebonden zijn via verbindingseiwitten
bindweefselvezels bestaan uit
= meeste collageen type II en elastische vloeistof
veerkracht van de kraakbeenmatrix
= 75% vd weefselvloeistof
= gebonden aan glycosaminoglycanen
= weefselvloeistof is belangrijk voor diffusie
kraakbeenmatrix eigenschappen
= niet verkalkt
= relatief stevig
-> lacunes = onvolledig bij chondroblasten
-> voedingsstoffen en afvalstoffn kunnen kraakbeencellen bereiken via diffusie door weefselvloeistof
chondroblasten
= kraakbeencellen
-> maken zeer actief extracellulaire matrix aan
-> zetten matrixcomponenten rondom zichzelf af
- uitgebreid GA en RER
- in gevormd kraakbeen = periferie van kraakbeenstuk = kunnen bijdragen aan diktegroei
chondrocyten
= chondroblasten wanneer ze zichzelf volledig hebben ingesloten met matrix
chondrocyten kunnen delen en herdelen
- dochtercellen kunnen we terugvinden in isogene groepjes omdat de gevormde cellen niet doorheen de matrix kunnen migreren
kraakbeen (aanvoer en afvoer)
= geen bloedvaten of lymfevaten
-> volledig afhankelijk vd omgeving voor aanvoer en afvoer
-> kapsel van dicht bindweefsel = perichondrium = bevat wel bloedvaten
diffusie?
voedingsstoffen diffunderen dan vanuit de bloedbaan doorheen bindweefsel en doorheen kraakbeenstukjes
perichondrium?
- belangrijk voor groei van het kraakbeenstuk
- stevige buitenste vezelrijke laag, tegen het gevormde kraakbeen aan gelegen chondrogene laag
gewrichtskraakbeen?
= hyalien kraakbeen dat gewrichtsoppervlakken aflijnt
kraakbeen kan degenereren?
door langdurige immobilisatie tgv botbreuken
chondrificatiecentrum
= kraakbeen ontstaat doordat mesenchymcellen ophopen op een specifieke plaats
-> mesenchymcellen differentiëren tot chondroblasten
-> kraakbeenmatrix rondom zichzelf aanleggen
-> chondroblasten wijken uiteen
-> chondrocyten in lacunes
kraakbeen kan op 2 verschillende manieren in grootte toenemen?
-interstitiële groei
- apositionele groei
interstitiële groei
= deling van chondrocyten in kraakbeenstuk -> afzetting van matrix
apositionele groei
= chondroblasten zetten kraakbeenmatrix af aan de buitenste rand van een kraakbeenstukje = we krijgen chondrocyten
verkalking van kraakbeenmatrix
volwassenen vs jonge adulten
volwassenen:
- verkalking = beschadiging van kraakbeen
- in verkalkt kraakbeen kan geen diffusie optreden
- kraakbeencellen sterven af
jonge adulten:
- regeneratie via interstitiële groei
- mogelijk bij jonge adulten vanuit perichondrium
- kraakbeen wordt vervangen door bindweefsel
indeling van kraakbeentypen
- hyalien kraakbeen
- elastisch kraakbeen
- vezelig kraakbeen
hyalien kraakbeen
- matrix = type II collageen ingebed in grondsubstantie
- meest voorkomende kraakbeentype in lichaam
- te vinden als tijdelijk skelet, kraakbeenringen en gewrichtskraakbeen
elastisch kraakbeen
- structuur die stevig is en bijzonder buigbaar
- in de kraakbeenmatrix = collageen type II fibrillen en zeer elastische bindweefselvezels
vezelig kraakbeen
- sterk, duurzaam en bestand tegen grote trekkrachten
- stevig collageen type I vezels
- type I collageenvezels = parallelle bundels = richting bepalen waarin chondrocyten zich oriënteren
- isogene groepjes vinden we in rijtjes parallel aan collageenbundels
- vezelig kraakbeen in tussenwervelschijven = annulus fibrosus rondom nucleus pulposus
- bij toenemende ouderdom = tussenwervelschijf bestaat uit kraakbeen