bot Flashcards
compact bot
= zeer dicht opeengepakt botweefsel
-> meestal rond 1 grote central mergholte
spongieus bot
grote hoeveelheid dunne botbalkjes + daartussen kleine mergholten
holten in het bot
= opgevuld met rood of geel beenmerg
-> rood beenmerg = onuitputtelijk reservemateriaal bij bloedcelvorming
sterkte van botweefsel
= tgv samenstelling vd botmatrix
- in de matrix kan calcium en fosfaat neerslaan
= mineralisatie
botmatrix (opslag)
opslagplaats voor calcium, fosfor en andere mineralen
osteoblasten
= botopbouwende cellen
osteoclasten
= botafbrekende cellen
botmatrix (componenten)
- organische en anorganische componenten
botweefsel bestaat uit…
- bindweefselvezel = collageen type I 95%
- amorfe grondsubstantie 5%
osteoïd
= organisch component van botweefsel wordt afgezet door botcellen
mineralisatie of verkalking
= afzetting gebeurt onder de vorm van hydroxy-apatiet kristallen
onvoldoende calcium en fosfaat?
= botten zijn zacht + verliezen stevigheid
osteoblasten
= cellen die instaan voor de aanmaak van het organisch component van de botmatrix
-> produceren actief osteoïd
osteoblasten differentiatie
-> differentiëren uit osteoprogenitorcellen
-> cellen liggen in 1 cellaag + zetten osteoïd af langs dezelfde zijde = osteoblastenzoom
inactieve osteoblasten?
= rustende botrandcellen
osteocyten
= osteoblasten worden volledig ingesloten door extracellulaire matrix
-> osteocyten liggen in lacunes in de botmatrix
botweefsel (aanvoer en afvoer?)
- botmatrix is verkalkt, dus diffusie is niet mogelijk
- botweefsel = goed systeem voor uitwisseling van voedingsstoffen en afvalstoffen met osteocyten
osteocyten hebben fijne uitlopers
- via nexusverbindingen maken ze contact met uitlopers van naburige osteocyten
- nutriënten kunnen vervoerd worden doorheen de cellen
- uitlopers = canaliculi
functie van bloedvaten en mergholten
= aanvoer en afvoer van voedings en afvalstoffen
vloeistof van canaliculi
= efficiënt voortbewegen + verdeeld worden door pompbewegingen veroorzaakt door contracties van osteocyt-uitlopers
samenspel tussen osteoblasten en osteoclasten
samenspel zorgt ervoor dat de bloedplasmaconcentraties voor fysiologisch belangrijke ionen binnen bepaalde grenzen blijft
-> osteoclasten zullen botmatrix afbreken om ionen vrij te stellen
fusie van monocyten
(osteoclast, osteoblast)
- osteoclasten ontstaan in het beenmerg door fusie van monocyten
- grote veelkernige reuzencellen ontstaan
- vorming osteoclasten staat oiv osteoblasten en beenmergcellen
in de osteoclast is een ATP-afhankelijke protonenpomp
- protonenpomp vergt veel energie
- energie wordt aangeleverd door grote hoeveelheid mitochondriën in het cytoplasma van de osteoclast
ontstaan van lacune van Howship
= wanneer voldoende botmatrix is geresorbeerd, gaat een osteoclast in een holte liggen aan het oppervlak van het botstukje
periost
= vliesje aan de buitenkant van het bot
= osteogene laag waaruit osteoblasten kunnen differentiëren
- in periost meestal kleine populatie osteoclasten
- aanwezigheid periost = belangrijk bij herstel van botfracturen
- sterk gevasculariseerd
fibreuze laag
= aan de buitenzijde
= collageenvezels
= stevig aan de botmatrix verankerd door collageenvezels die vanuit periost loodrecht op de lengterichting verlopen
endost(eum)
- lijkt een beetje op epitheel
- thv mergholten, tegen het bot = laagje gepolariseerde ongedifferentieerde mesenchymcellen, osteoblasten en osteoclasten
spongieus en compact bot zijn opgebouwd uit
= lamellair bot
lamellair bot
- lamellen = platte platen die bestaan uit verkalkte botmatrix
- per lamel verlopen de collageenbundels evenwijdig aan elkaar
spongieus lamellair bot
= netwerk van botbalkjes waar de lamellen evenwijdig liggen met het oppervlak van de balkjes
compact lamellair bot
= opgebouwd uit cilindervormige structurele eenheden (= osteonen)
- centraal in elk osteon = kanaal van Havers
- rijkelijk voorzien van bloedvaten
kanalen van Havers
- verbonden met elkaar, de mergholte en het periost dmv kanalen van Volkmann
- bevat bloedvaten, lymfevaten en zenuwen
functie van kanalen van Havers
- vloeistof in de canaliculi voedingsstoffen naar osteocyten in de lacunes brengen
- osteonen die verder liggen dan 0.2 mm zijn niet efficiënt bereikbaar
osteon (opbouw)
- cementlaagje
- botmatrix (samenstelling zorgr ervoor dat alle osteonen aan elkaar zitten)
interstitiële lamellen
- bot wordt continu afgebroken en heropgebouwd
- tussen de restanten van vroegere osteonen zitten interstitiële lamellen
botvorming:
- plexiform bot wordt aangelegd = collageenvezels lopen in alle richtingen = plexus
- op meeste plaatsen wordt plexiform bot vervangen door stevig lamellair bot
- bot kan ingedeeld worden naar wijze van botvorming
- intramembraneuze botvorming
- endochondrale botvorming
intramembraneuze botvorming
- botweefsel kan ontstaan uit primitief bindweefsel = mesenchym
- 1e membraanachtige structuur
- mesenchymcellen differentiëren tot osteoblasten
= desmale botvorming
endochondrale botvorming
- tijdelijk skelet van hyalien kraakbeen dat vervangen wordt door uiteindelijk botweefsel
vorming van beenderen
- afzetten van osteoïd
- precipitatie van hydroxy-apatiet kristallen tegen collageen type I vezeks
- synthetiseren osteoblasten eiwitten en enzymen
- osteocyten
- spiculae = 1st gemineraliseerde botstaafjes
- trabeculae = dikkere botbalkjes
- 1ste plexiform bot en dan lamellair bot
dynamisch evenwicht bij botvorming?
evenwicht tussen osteogenese en botresorptie
-> processen worden gereguleerd door hormonen
diktegroei van lange pijpbeenderen
- thv diafyse = periost
- vanuit osteogene laaag differentiëren de fibroblasten tot osteoblasten = bot aanmaken
- extra bot wordt afgezet tussen reeds gevormd bot en periost
- diameter van mergholte vergroot = thv endost gaan osteoclasten de botmatrix afbreken
- bij overgang van diafyse naar epifyse blijft de specifieke vorm behouden
diktegroei in 1 zin
thv endost wordt de botmatrix afgezet
thv periost wordt de botmatrix geresobeerd
lengtegroei van lange pijpbeenderen
primair aan de groei
- epifysaire groeischijf tussen diafyse epifyse
- 1st stimulering vd deling vd chondrocyten in het hyalienkraakbeen oiv hormonen
- chondrocyten produceren kraakbeenmatrix
- hypertrofie = opzwellen van chrondrocyten
- chondrocyten produceren enzymen
- lacunes waarin chondrocyten zitten worden groter = smalle kraakbeentussenschotten
- kraakbeentussenschotten verkalken
- chondrocyten sterven af
- niet-verkalkte dwarse tussenschotten worden doorboord = septa blijven over
lengtegroei van lange pijpbeenderen
= eigenlijke botvorming
- osteoblasten worden aangevoerd vanuit bloedvaten in het beenmerg
- botmatrix synthetiseerd en zet zich af tegen de verkalkt kraakbeensepta
- enchondrale botvorming = continu proces waarbij botvormingszone achter zones met gedeelte chondrocyten jaagt
enchondrale botvorming (4 stappen/zones)
- proliferatiezone = kraakbeencellen die actieve delingen ondergaan
- hypertrofiezone = vergrootte chondrocyten + matrix is verdwenen
- verkalkingszone = kraakbeenmatrix verkalkt + chondrocyten sterven af
- botvormingzone = osteoblasten worden aangevoerd = bot wordt aangemaakt
botvorming tijdens ontwikkeling
(beginnende van hyalien kraakbeen met perichondrium)
- thv diafyse zal perichondrium zich ontwikkelen tot periost door ingroei van bloedvaten
- uit periost differentiëren osteoblasten
- osteoblasten zetten rondom diafyse 1e laag botmatrix af -> vanuit vlies wordt bot gevormd = intramembraneuze botvorming
- afgezette bot = botmanchet
- in diafyse = hypertrofie van chondrocyten
- kraakbeenmatrix verkalkt
- verkalkte kraakbeensepta -> via bloedvaten worden osteoblasten aangevoerd = enchondrale botvorming
- diafyse = primair botvormingscentrum
- vanuit midden = enchondrale botvorming in richting van elke epifyse
- osteoclasten beginnen met botafbraak in midden = mergholten in lengterichting
- in beide epifysen ontstaan verbeningskernen
- osteoblasten worden aangevoerd
- groei van bot = uitbreiden van centrum naar periferie
- geen botmanchet dus gewrichtskraakbeen en epifysaire groeischijf blijft bestaan
vorming van plat bot
- enkel platte beenderen worden gevormd door intramembraneuze botvorming
- mesenchymcellen differentiëren zich tot osteoblasten
- ossificatiecentra, spiculae en trabeculae worden gevormd
- vanuit omliggend BW worden voortdurend nieuwe cellen naar botvormingskernen gerekruteerd
- trabeculae verenigen zich in een netwerk = spongieus bot
- kern van spongieus bot wordt aan het oppervlak afgedekt met platen van compact bot
hermodellering van compact bot
- nieuwe osteonen moeten gevormd worden
- in periost vinden we osteoclasten -> bij activering resorberen ze het buitenoppervlak van het bot = ontstaan van groeven
- bloedvaten groeien in groeven
- door osteoblastenactiviteit = groeve wordt kanaal
- nieuwe botlagen worden afgezet door osteoblasten die zich in endost bevinden
- nieuwe lamellen worden toegevoegd + osteon met ingesloten bloedvat wordt gevormd
gewricht
= afgesloten van de buitenwereld door ongeordend dicht bindweefsel
= vormt een kapsel en zit langs alle kanten verankerd
opbouw van gewricht
- binnenin gewrichtskapsel = gewrichtsholte met synoviaal vocht
synoviaal vocht
- glycoproteïnen, hyaluronzuur en celarm
- gesynthetiseerd door fibroblastachtige cellen van de synoviale membraan = epitheelachtige structuur
gewrichtskraakbeen
= hyalien kraakbeen