EXAMENKATERN: H2 Flashcards
arbeidsdienst
soort ongewapende dienstplicht in het land (in nederland vanaf 1940)
arbeidsinzet
de verplichting van mannen van 17 tot 40 jaar om in de duitsand te werken (in nederland vanaf 1942)
conferentie van münchen
bijeenkomst van de regeringsleiders hitler, mussolini, chamberlain en daladier (frankrijk), waarin de laatste twee toestemden in de duitse annexatie van sudetenland in tsjecho-slowakije (1938)
dawesplan
plan met amerikaanse leningen aan duitsland voor economisch herstel (vanaf 1924)
dolkstootlegende
onjuiste complottheorie dat duitsland de eerste wereldoorlog niet had verloren, maar ten onder was gegaan door het verraad van democratische leiders, socialistische arbeiders en soldaten
extremist
iemand die tot het uiterste gaat
machtigingswet
noodwet die de nazi’s de absolute macht gaven en democratie van de republiek van weimar beëindigde (23 maart 1933)
nazificatie
de opbouw van de nazidictatuur
paramilitair
op militair lijkende
republiek van weimar
duitse democratische republiek (1919-1933)
rijksdagbrand
aangestoken brand van het duitse parlementsgebouw (27 februari 1933)
verdrag van versailles
vredesverdrag waarmee de eerste wereldoorlog werd afgesloten 1919
volksgemeinschaft
volksgemeenschap
blokkade van berlijn
afsluiting van west-berlijn door sovjet-unie (1948-1949)
bondsdag
parlement van de BRD
bondsrepubliek duitsland
BRD; west-duitsland vanaf 1949
comecon
organisatie van communistische landen voor economische samenwerking vanaf 1959
DDR
duitse democratische republiek; oost-duitsland (1949/1990)
heimatvertriebenen
uit gebieden ten oosten van het naoorlogse duitsland verdreven duitsers
staatssicherheitsdienst
oost-duiste dienst voor staatsveiligheid (stasi)
trumandoctrine
standpunt dat de vs hulp beloven aan landen die door het communisme werden bedreigd (1947)
breznjevdoctrine
standpunt dat communistische staten moesten ingrijpen als de macht van een communistische partij in een staat werd bedreigd (1968)
detente
tijd van ontspanning in de koude oorlog (vanaf 1962)
glasnost
openheid
ostpolitik
west-duits streven naar een goede relatie met oost-europese landen en de DDR (vanaf 1970)
perestrojka
verbouwing