Engels part 2; vocab 7 Flashcards
1
Q
snelle groei
A
boom
2
Q
snel groeien
A
to boom
3
Q
berekenen
A
to calculate
4
Q
berekening
A
calculation
5
Q
rekenmachine
A
calculator
6
Q
to weigh
A
wegen
7
Q
gewicht
A
weight
8
Q
te zwaar
A
overweigh
9
Q
stone
A
6,3 kilo
10
Q
zwaarder wegen dan
A
to outweigh
11
Q
weegschaal
A
scales
12
Q
uitbreden
A
to extend
13
Q
uitbreiding
A
extension
14
Q
uitgebreid
A
extensive
15
Q
omvang
A
extent
16
Q
op zekere hoogte
A
to some extent
17
Q
aanzienlijk/flink
A
considerable/subtantial
18
Q
ongeveer
A
approximately/about
19
Q
bevolking
A
population
20
Q
dicht
A
dense
21
Q
dichtheid
A
density
22
Q
populated
A
bevolkt
23
Q
licht
A
slight
24
Q
een beetje
A
slightly/a little
25
Q
grotendeeld
A
largely
26
Q
missen/niet hebben
A
to lack
27
Q
gebrek aan
A
lack of