Deel 7 REVERSE Flashcards
partially
voor een deel
retired
met pensioen gaan/zijn
to insure
verzekeren
to give up
afstaan
himself
zichself
some
sommige
obliged
verplicht
extensive
uitgebreid
older
ouder
necessary
noodzakelijk
possible
mogelijk
fewer
minder
little
kleine
financial
financieel
automatically
automatisch
active
actief
the sickness
de ziekte
the certainty
de zekerheid
the support
de steun
the reason
de reden
the politician
de politicus
the party
de partij
the pension
het pensioen
costs
de kosten
the minimum
het minimum
the child benefit
de kinderbijslag
the life
het leven
the help
de hulp
the living wage
het leefloon
the population
de bevolking
the income
het inkomen
the active
de actieven
both
allebei
hopefully
hopelijk
to worry (about)
zich ongerust maken (over)
in each case
in elk geval
wishes
wensen
to warn
waarschuwen
to prescribe
voorschrijven
to rest
uitrusten
to send
opsturen
to take (medicine)
innemen
to hope
hopen
past
voorbij
worried
ongerust
the health insurance
de ziekteverzekering
the pill
de pil
the health insurance fund
het ziekenfonds
the nose drops
de neusdruppels
the prescription
het voorschrift
the meal
de maaltijd
the mind
het verstand
the coffee spoon
het koffielepeltje
the drink
het drankje
the antibiotic
het antibioticum
the cough
de hoest
the drop
de druppel
the pharmacy
de apotheek
the alcohol
de alcohol
Get well soon!
Veel beterschap!
not even
niet eens
thereby
daarbij
otherwise
anders
again
alweer
to assure
zorgen
verzorgen
to nurse
to spell
spellen
to close
sluiten
to care
schelen
to rest
rusten
to watch out
oppassen
to keep open
openhouden
to research
onderzoeken
complete
volledig
pale
bleek
the self-employed
de zelfstandige
the muscle pain
de spierpijn
the muscle
de spier
the consultation hours
het spreekuur
the certificate
het attest
the rest
de rust
the advice
het advies
the GP
de huisarts
Mr
de heer
the lady
de dame
the doctor
de arts
the pharmacist
de apotheker
to make coffee
koffie zetten
to worry about
zich zorgen maken (over)
to worry (about)
zich druk maken (over)
to get in order
in orde komen
falling asleep
in slaap vallen
Walk away
Weglopen
Be!
Wees!
to trust
vertrouwen
to call, to cry out, to shout
roepen
call in
binnenroepen
similar/like/so much
zo’n
immediately
onmiddellijk
pessimistic
pessimistisch
well behaved
braaf
busy
bezig
the syringe
het spuitje
the research
het onderzoek
the biscuit
het koekje
the icecream
het ijsje
the care
de zorg
the hall
de saal
the waiting room
de wachtzaal
the solution
de oplossing
the job
de baan
freeze
vriezen
to expect
verwachten
to deserve
verdienen
to rise
stijgen
to publish
publiceren
to fire
ontslaan
to grow
groeien
decline
dalen
books
boeken
to look at
bekijken
one
men
just now
zopas
mainly
vooral
net
netto
unemployed
werkloos
provisional
voorlopig
negative
negatief
youngest
jongste
annual
jaarlijks
the winter weather
het winterweer
the result
het resultaat
the accident
het ongeval
the salary
het loon
the company
het bedrijf
the number of
het aantal
the seriously injured
de zwaargewonde
the employee
de werknemer
the labour costs
de loonkosten
the unemployed
de werkloze
the cold
de kou
the unemployment
de werkloosheid
the influence
de invloed
the employer
de werkgever
the restructuring
de herstructurering
the rising
de stijging
half
de helft
the winter weather
het winterweer
the strike
de staking
the growth
de groei
the result
het resultaat
the lane
de rijstrook
the wounded
de gewonde
the accident
het ongeval
the direction
de richting
the dead
de dode
the salary
het loon
the organisation
de organisatie
the descent
de daling
the firm
het bedrijf
+
de plus
-
de min
the number of
het aantal
the competition
de concurrentie
disaster
de catastrophe
not at all
helemaal niet
soon
gauw
actually
eigenlijk
to wash
wassen*
to bore
vervelen*
to mistake
vergissen (zich)
to go out
uitgaan
to shave
scheren*
to operate
opereren
to bring
meebrengen
to comb
kammen*
to cough
hoesten
to remind
herinneren*
to hurry
haasten (zich)
to break
breken
to move
bewegen*
to entertain/amuse
amuseren*
to be on
aanstaan
to dress
aankleden*
sick
ziek
terrible
vreselijk
to catch a cold
verkouden
the hour
het uurtje
the accident
het ongeluk
the half hour
het halfuur(tje)
the ambulance
de ziekenwagen
the insurance
de verzekering
the heating
de verwarming
the dentist
de tandarts
the comic
de strip
the travel insurance
de reisverzekering
the operation
de operatie
the flu
de griep
suffer from a….
last hebben van…
to hurt
pijn doen
to feel
zich voelen
to unlock
opendoen
to cry
huilen
to look
eruitzien
to breathe
ademen
formal
formeel
the stomach
de maag
the lip
de lip
the foot
De voet
the burden, the trouble, the pain
de last
the finger
de vinger
the fever
de koorts
the knee
de knie
the nurse
de verpleegster/verpleger
the sore throat
de keelpijn
the toe
de teen
the throat
de keel
toothache
de tandpijn
the headache
de hoofdpijn
the back pain
de rugpijn
the neck
de hals
the ear
het oor
the back
de rug
the service
de dienst
the medecine
het medicijn
the pain
de pijn
the stomach ache
de buikpijn
the body
het lichaam
the patient
de patiënt
the stomach
de buik
the hair
het haar
earache
de oorpijn
the chest
de borst
the face
het gezicht
the neck
de nek
the beard
de baard
the leg
het been
the mouth
de mond
the arm
de arm