Deel 11 Flashcards

buikpijn

hij niest

het been
de benen

oorpijn

de teen
de tenen

de knie
de knieën

het hoofd
de hoofden

hij heeft keelpijn

de voet
de voeten

hebben pijn aan de arm

rugpijn

hij is verkouden

de neus
de neuzen

hij heeft koorts

hebben pijn aan het been

de schouder
de schouders

hoofdpijn

de hand
de handen

tandpijn

het oor
de oren

hebben pijn aan de knie

de arm
de armen

hebben pijn aan het oog

de tand
de tanden

Hij hoest

de buik
de buiken

de rug
de ruggen

de vinger
de vingers

het oog
de ogen

hebben pijn aan de schouder

hebben pijn aan de voet
I cough
ik hoest
I sneeze
ik nies
to breath in
I breathe in
inademen
ik adem in
to breathe out
I breathe out
uitademen
ik adem uit
to stick out
I stick out
uitsteken
ik steek uit
to put out
I put out
uitdoen
ik doe uit
to ingest
I ingest
innemen
ik neem in
the antibiotic/s
het antibioticum
de antibiotica

het medicijn
de medicijnen
cough syrup

de hoestsiroop
de hoestsiroopen

het tablet
de tabletten

de neusspray
de neussprays
prescription/s
het voorschrift
de voorschriften
with/without a prescription
met voorschrift
zonder voorschrift
doctor’s note/s
het doktersbriefje
de doktersbriefjes
sick note/s
het ziektebriefje
de ziektebriefjes
1/2/3 times per day
1/2/3 keer per dag
2 to 3 a day
2 tot 3 per dag
Before the meal
Voor de maaltijd
During the meal
Tijdens de maaltijd
After the meal
Na de maaltijd
Cough once!
Hoest eens!
Take a deep breath!
Adem diep in!
Breathe out deeply!
Adem diep uit!

Steek je tong eens uit!
Take your shirt off!
Doe je hemd eens even uit!
Take this cough syrup!
Neem deze hoestsiroop in!