Soa's Flashcards
3 bacteriële soa’s / 3 virale soa’s
Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae, Treponema pallidum
HIV, HSV, HPV
Frequentie (hoog-laag) bacteriële soa’s in NL
C. trachomatis - N. gonorrhoeae - T. pallidum
C. trachomatis kenmerken (3)
- gramkleuring
- 2 biovar
- intra-/extracellulair
Gram- bacterie (geen peptidoglycaanlaag in celwand)
2 biologische varianten: trachoma, lymphogranuloma venereum
Intracellulaire obligate bacterie
C. trachomatis heeft 2 biovar die … veroorzaken:
- Trachoma variant
- Lymphogranuloma venereum (LGV)
Trachoma: ooginfecties, urigenitale infecties
LGV: agressieve geslachtsziekte vooral bij homo’s
2 bacteriële vormen C. trachomatis + kenmerken
Elementary body (EB): extracellulair, infectieus, relatief stabiel en impermeabel, energetisch inactief, sporevorming, lang overleving, hindering fusie lysosoom
Reticulate body (RB): intracellulair, non-infeciteus, permeabel voor metabolieten, energetisch actief, vermenigvuldiging RB leidt tot infectie andere cellen
Ziektebeeld C. trachomatis bij mannen + vrouwen
M:
Infecties plasbuis, prostaat, bijbal (evt. onvruchtbaarheid)
Symptomen (bij 50%) heldere afscheiding, brandend gevoel bij plassen
V:
Infecties baarmoeder, eileiders (evt. onvruchtbaarheid)
Symptomen (bij 10%) vaginale afscheiding, lage buikpijn, bloedingen, PID
C. trachomatis - MTCT infectie tijdens bevalling leidt tot
Oog- en luchtweginfecties
Biovar LGV (3 kenmerken)
Ernstige infecties, vaak na anale seks (MSM), perirectale abcessen en fistuale
Diagnostiek C. trachomatis
Swabs, urinesamples, nuclei acid amplification zoals PCR
Behandeling C. trachomatis
Antibiotica: doxycycline, azitromycine
Neisseria gonorrhoeae (3 kenmerken)
Gram- diploccus
Reservoir in populatie
Asymptomatisch dragerschap
N. gonorrhoeae transmissie + infectieplaats
Seksueel contact, ook via mond, MTCT
Plasbuis, vagina, baarmoeder, keel
N. gonorrhoeae bij mannen + vrouwen
M:
Infectierisico 20%
Acuut symptomatisch
Plasbuis, pijnlijk plassen, groengele afscheiding
V:
Infectierisico 50%
Vaak asymptomatisch, 50% reservoir
Baarmoeder, groengele afscheiding, 10-20% PID, ontstoken eileiders
N. gonorrhoeae levenscyclus
Bacterie bindt aan mucosale epitheelcellen via pili
Pili voorziet ook van resistentie tegen neutrofielen, hindering celdoding
Bacterie treedt epitheelcellen binnen en verdeelt zich
1-3% (in vrouwen) systemische spreiding: sepsis, huid- en gewrichtsontstekingen
Diagnostiek N. gonorrhoeae
Swags, urinesamples, nuclei acid amplification zoals PCR (vaak in combi met C. trachomatis PCR)
Behandeling N. gonorrhoeae
Antibiotica: azitromycine, ceftriaxon
Treponema pallidum (syfilis) transmissie
Direct seksueel contact met kleine laesies, MTCT
Meest infectieus tijdens primaire en secundaire fase
T. pallidum primaire fase
- duur
- wat
- hersteltijd
10-90 dagen (gemiddeld 21) na infectie
Smalle laesie op infectieplek (vaak genitaliën, anus, keel)
Herstel laesie vaak 3-8 weken, infectie dan nog niet geklaard
T. pallidum secundaire fase
- duur
- wat
- hersteltijd
~3 maanden na infectie
Griepachtig syndroom, uitslag (handpalmen, voetzolen), koorts, haarverlies, gezwollen klieren
Symptomen vaak weg na 3-12 weken maar kan jaren duren, infectie nog niet geklaard
T. pallidum latente fase
- duur
- wat
- reactivatie?
Geen symptomen, wel infectieus
Kan 1-30 jaar duren
Incidentele reactiveringen met secundaire fase-symptomen
T. pallidum tertiaire fase
40% van onbehandelde patiënten
Kritische complicaties zoals cardiovasculair, interne en externe inflammaties, neurologische problemen (dementie, verlamming, schade oog/oor), kan resulteren in dood
Congenitale syfilis
Door MTCT, misvorming gezicht en organen
T. pallidum behandeling
Antibiotica: enkele dose penicilline (of doxycyline/tetracycline) voor infecties <1 jaar, voor langere infecties hogere dosering
Bacteriën dood, schade onomkeerbaar
Diagnostiek T. pallidum
Microscoop (genitale laesies), macroscopische symptomen (serologie)
Doxycycline
T. pallidum, C. trachomatis
Azitromycine
N. gonorrhoeae, C. trachomatis
Gramkleuring 3 soa’s
C. trachomatis: gram-
N. gonorrhoeae: gram-
T. pallidum: gram-
HSV (3 kenmerken, 3 subtypes)
Snelgroeiend, cytolytisch, latent in neuronen
HSV-1, HSV-2, VZV
Structuur viruspartikel HSV (5)
Envelop met virale glycoproteïnen
Icosahedraal, capside
Tegument (matrix)
ds DNA-genoom
Productie eigen DNA-polymerase
HSV primaire infectieverloop
Virus bindt aan epitheelcellen, penetratie, komt in sensorische neuronen, nestelt zich tot latent
HSV reactivatie
Latent in neuronen in spinal ganglia, via sensorische neuronen naar epitheelcel, via penetratie weer vrij spel
HSV-1 (koortslip) latent + reactivatie
Latent: asymptomatisch, geen virusproductie, viraal DNA zit in cellen trigeminal ganglia
Reactivatie: virus repliceert en migreert via zenuwcellen naar epitheelcellen van mond/neus, symptomen milder
HSV-2 (genitaal) primaire infectie
Transmissie via seks, symptomen puistjes/blaren op genitale organen, duratie circa 3 weken, complicaties laesies en meningitis
HSV-2 reactivatie
Latent in sacral dorsal root ganglia, symptomen milder, frequentie eenderde 2-3, eenderde 4-7, eenderde >8
HSV-2 transmissie
Seks, MTCT bij geboorte, kan ook tijdens geen symptomen
Diagnostiek HSV-2
Virus isolatie (culturing) en PCR (of swabs van lichaamsvloeistoffen)
Aanwezigheid IgM en verhoging IgG titers (indicatoren primaire infectie niet reactivatie)
Behandeling HSV-2 (3, -clovir)
Vlaciclovir, aciclovir, famciclovir