Kennismaken Flashcards
What is your name? (2 ways)
Hoe heet jij?
Wat is uw/je naam?
How old are you?
Hoe oud ben jij?
Are you single?
Ben je single?
What are your hobbies?
Wat zijn jouw hobby’s?
Where do you come from?
Waar kom je vandaan?
Waar komt u vandaan?
What do you study?
Wat studeer je?
How do you find…?
Wat vind je van…?
What are your qualities?
Wat zijn jouw goede kanten?
What are your flaws?
Wat zijn jouw slechte kanten?
Have you lived a long time in…?
Woon je al lang in….?
Do you speak English?
Spreek je Engels?
Who are you?
Wie bent u?
What is your first name?
Wat is uw/je voornaam?
What is your last name?
Wat is uw/je achternaam?
Origins
Herkomst
Nationality
Nationaliteit
Language
Taal
Which language do you speak?
Welke taal spreek je?
Welke taal spreekt u?
Profession
Beroep
What is your profession?
Wat is uw beroep?
Teacher
Leraar/ docent
What do you do?
Wat doe je?
Wat doet u?
I study Spanish
Ik ben student Spaans
I work as a teacher
Ik werk als leraar
To get acquainted
Kennismaken
Parents
Ouders
I live with my parents
Ik woon bij mij ouders
Brother
Broer
I have a brother
Ik heb een broer
To meet
Ontmoet
Manager/CEO
Directeur
England
Engeland
France
Frankrijk
The Netherlands
Nederland
Often
Veel/vaak
Business dealings
Zaken
Therefore
Dus
Where do you live?
Waar woon je?
Waar woont u?
Mother
Moeder
A hospital
Een ziekenhuis
Because
Want
The university
De universiteit
The train
De trein
To take the bus
Nemen de bus
Together
Samen
A bit
Wait a bit
Even
Wacht even
Late
Laat
Do you know where the station is?
Weet u waar het station is?
You go straight
U gaat rechtdoor
You’re welcome
Graag gedaan
I take the bus/ the train
Ik neem de bus/ de trein
Where are you going?
Waar gaat u naartoe?
Responsible
Verantwoordelijk
Know-it-all
Eigenwijs