Introductie Flashcards
The pen
De pen
The bag
De tas
The chair
De stoel
The table
De tafel
I point to the pen
Ik wijs de pen aan
I sit at the table
Ik zit aan de tafel
I sit on a chair
Ik zit op een stoel
The book is on the table
Het boek ligt op de tafel
I put the book on the table
Ik leg het boek op de tafel
I open the book
Ik doe het boek open
I close the book
Ik die het boek dicht
One more time
Nog een keer
The door
De deur
The window
Het raam
I write my name
Ik schrijf mijn naam op
I put the book in the bag
Ik doe het boek in de tas
I take the book out of the bag
Ik pak het boek uit de tas
Give me the boek
Geef mij het boek
This is also a woman
Dit is ook een vrouw
The girl
Het meisje
The child
Het kind
The boy
De jongen
This is also a child
Dit is ook een kind
The boek
Het boek
Toch
Nevertheless