Engels woorden U t/m X Flashcards
1
Q
(maag)zweer
A
ulcer
2
Q
niet bij bewustzijn
A
unconscious
3
Q
uitkleden
A
undress (to)
4
Q
(bloed)vat
A
vessal
5
Q
primaire levenstekens
A
vital signs
6
Q
braaksel
A
vomit
7
Q
middel
A
waist
8
Q
waarschuwen
A
warn (to)
9
Q
nat maken (ook: bij bedplassen)
A
wet (to)
10
Q
piepend (e ademhaling)
A
wheezing
11
Q
kinkhoest
A
whooping cough
12
Q
afvegen
A
wipe (to)
13
Q
zich zorgen maken over
A
worry (to)
14
Q
pols
A
wrist
15
Q
röntgenfoto
A
x-ray