Dutch List . 12 Flashcards
aandacht de
attention the
aanwijzen
point out to
abonnement het
subscription the / season ticket the
afbeelding de
picture the
afspreken
agree on a time to / agree on a place to
anders / iemand anders / iets anders
else someone else / something else
anders
different / Each day is different.
atletiek de
athletics
begin het
beginning the
beroemd
famous
bieb de
library the
bladzijde de
page the
boete de
fine the / penalty the
bord het (schoolbord)
board the (blackboard the)
cent de
cent the
computer de
computer the
conditie de
condition the / shape the
cursus de
course the
dank (Geen dank.)
thanks (That’s alright. / You’re welcome.)
dezelfde
the same
eenmalig
once
eindigen
end to
extra
extra / additional
fitness
work out to / fitness training the
formulier het
form the
gedicht het
poem the
genoeg
enough
gezondheid de
health the
hangen
hang to
hartelijk (hartelijke groeten)
kind (kind regards)
hetzelfde
the same
iedereen
everyone
info de
info the / information the
ingevuld (invullen)
filled in (fill in to)
inleveren
hand in to
inschrijven zich
register to
instrument het
instrument the
keuze de
choice the
kloppen (Dat klopt)
be right to (That is right.)
korting de
discount the
kwartaal het
quarter the
laten / laten zien
let to / show to
legitimatiebewijs het
ID the / ID card the
lenen van
borrow from to
lid het
member the
lijken
resemble to
locatie de
location the / venue the
lukken / Dat moet lukken
work to / That should work.
meedoen met
join (in) to / take part in to
meegaan
accompany to
naartoe
go to / be going to
niemand
no one
omdat
because
ontvangen
receive to
ophalen
pick up to
oplossing de
solution the
opmerking de
comment the / remark the
optreden het
performance the
opzeggen
cancel to
pas de
card the / pass the
podium het
stage the
presentatie de
presentation the
proefles de
trial lesson the
publiek het
public the
reserveren
reserve to
sluiten
close to
sommige
some
spannend
exciting thrilling
spelen
play to
starten
begin to / start to
steeds
constantly / all the time
stoppen
stop to
taal de
language the
talent het
talent the
theater het
theatre the
verbeteren
improve to
verschillend
different / various
voordeel het
advantage the
voorlezen
read (out loud) to
zaal de
hall the
zoveel net
just as much