Duits Flashcards
an einem Strang ziehen
op één lijn zitten, samenwerken
zeitgemäß
van deze tijd, modern
erheblich
aanzienlijk
ausgestattet sein mit
ingericht zijn met, uitgerust zijn met
verzichten auf
afstand doen van
die Sehnsucht
het verlangen
auslösen
teweegbrengen, veroorzaken
neidisch
jaloers
vermitteln
overdragen
der Dolmetscher
de tolk
der Gipfel
de top(conferentie)
die Rede
de speech
kurzfristig
op korte termijn
erfordern
vereisen
entsprechend
passend, overeenkomstig, in evenredigheid
etwas verpassen
missen
ähnlich
net zoals, soortgelijk, lijkend op
etwas wiedergeben
vertolken, weergeven
üblich
gebruikelijk
zur Sache kommen
ter zake komen, het onderwerp aansnijden
neulich
onlangs
das Autogramm
de handtekening
der Staatsanwalt
de officier van justitie
der Widerspruch
de tegenstelling
die Genehmigung
de toestemming, de vergunning
bedürfen
nodig hebben
die Klausur
het tentamen, de toets
das Dasein
het bestaan
nebenbei
daarnaast
überlegen
erover nadenken
abwechslungsreich
afwisselend
je nachdem
afhankelijk van
zurzeit
op het ogenblik
anwenden
toepassen
selbstverständlich
vanzelfsprekend
sich ergeben
voortvloeien
geeignet
geschikt
das Seminar
het werkcollege
die Leidenschaft
de hartstocht, de passie
der Aufsatz
het opstel
sich verlassen auf
vertrouwen op
zunächst
aanvankelijk, in het begin
die Anregung
de inspiratie
das Geräusch
het geluid
rutschen
afzakken, glijden
auftauchen
opduiken
die Forderung
de eis
der Anspruch
de eis
dennoch
toch
sich fürchten vor
bang zijn voor
betrachten
observeren, bekijken
der Mangel
het gebrek
schätzen
waarderen
enttäuschen
teleurstellen
angesichts
met het oog op
anlässlich
naar aanleiding van
aufgrund
op grond van, vanwege
außerhalb
buiten
infolge
als gevolg van
innerhalb
binnen
laut
volgens
mithilfe
met behulp van
mittels
door middel van
statt, anstatt
in plaats van
trotz
ondanks
während
tijdens
wegen
vanwege, wegens