Chapter 6 Flashcards
Wanneer is de winkel open?
Vraagwoordvraag: who?
wie
Vraagwoordvraag: what?
Wat
Vraagwoordvraag: where?
waar
Vraagwoordvraag: when?
Wanneer?
Vraagwoordvraag: how long?
Hoelang?
Vraagwoordvraag: which?
Welke
Vraagwoordvraag: how?
Hoe
Vraagwoordvraag: how many?
Hoeveel
Days of the week
De weekdagen
the weekend
het weekend
What day is today?
Welke dag is het vandaag? Het is…
What days do you have lesson?
Op welke dagen heb jij les? Ik heb les op …
What days do you work?
Op welke dagen werk jij?
What time does the lesson begin/end?
Hoe laat begint/eindigt de les?
Monday
Maandag
Tuesday
Dinsdag
Wednesday
Woensdag
Thursday
Doenderdag
Friday
Vrijdag
Saturday
Zaterdag
Sunday
Zondag
What days is the library open/close?
Op welke dagen is de bibliotheek open/ gesloten? Op…
The library
De bibliotheek / de bibliotheken
The supermarket
De supermarkt / de supermarketen
the school
de school
bakery
the bakker / de bakkers
pharmacy
de apotheek / de apotheken
the clothes shop
de kledingwinkel / de kledingwinkels
the shoe shop
de schoenenwinkel / de schoenenwinkles
the flowers shop
de bloemenwinkel / de bloemenwinkles
city hall
het gemeentehuis / de gemeentehuizen
swimming pool
het zwembad / de zwembaden
restaurant
het restaurant / de restaurants
station
het station / de stations
festive days
de feestdag / de feestdagen
closing days
de sluitingsdag / de sluitingsdagenn
the shop is open all day
doorlopend open
midday break (shop)
de middgag pauze