Chapter 3 Flashcards
Hoeveel?
11
Elf
12
Twaalf
13
Dertien
14
Veertien
15
Vijftien
16
Zestien
17
zeventien
18
Achttien
19
Negentien
20
Twintig
21
Eenentwintig
22
TweeEntwintig (third e has 2 dots on it)
30
dertig
40
veertig
50
vijftig
60
zestig
70
zeventig
80
tachtig
90
negentig
100
honderd
How is the weather?
Wat voor weer is het?
What’s the temperature?
Hoeveel graden is het?/ Wat is de temperatuur?
It’s sunny
Het is zonnig / De zon schijnt
It’s cloudy
Het is bewolkt
It’s raining
Het regent
It’s freezing
het vriest
It’s nice weather
Het is mooi weer
It snows
Het sneeuwt
It’s bad weather
Het is slecht weer
it’s cold
Het is (heel) koud
It’s hot
Het is (heel) warm
How much is the book?
Hoeveel kost het book?
The watch
Het horloge
The ball
De bal
The bag
De handtas
The umbrella
De paraplu
The socks
De sokken
the t-shirt
Het T-shirt
the vase
De vaas
the flowers
De bloemen
the plant
De plant
The scissors
De schaar
The book
Het boek
the chocolates
De doos pralines
the cup (mug)
De beker
the ring
De ring
the cinema ticket
Het filmticket
The parfum
De parfum
Plus +
Plus
minus -
min
Equal =
is
Multiplication x
maal
Division
gedeeld door