Antidepressiva Flashcards

1
Q

Effectiviteit van antidepressiva (vergeleken met placebo)

A
  • Alle antidepressiva waren effectiever dan placebo. (placebo effect draagt wel bij aan werking)
  • TCA en SSRI vergelijkbaar werkzaam, TCA meer bijw

o Sterkste antidepressiva: Agomelatine, amitriptyline, escitalopram, mirtazapine, paroxetine, venlafaxine, en vortioxetine (ORs: 1,19–1,96).

o Minst effectief: Fluoxetine, fluvoxamine, reboxetine, en trazodon (ORs: 0,51–0,84)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Acceptabiliteit (beste verdragen antidepressiva):

A

o Meest verdraagbaar: Agomelatine, citalopram, escitalopram, fluoxetine, sertraline, en vortioxetine (ORs: 0,43–0,77).

o Meeste uitval (slecht verdragen): Amitriptyline, clomipramine, duloxetine, fluvoxamine, reboxetine, trazodon, en venlafaxine (ORs: 1,30–2,32).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Dorsolaterale prefrontale cortex

A

planning, monitoren, gedrag, aandacht, motivatie, concentratie. Mentale moeheid, besluitloosheid, cognitieve klachten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Nucleus accumbens

A

plezier motivatie. Anhedonia

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Hypothalamus

A

eetlust, libido, slaapregulatie. Verandering in eetlust, libidovermindering, slaapstoornissen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Ventromediale prefrontale cortex

A

emoties, impulsiviteit. Schuldgevoelens, negatieve gedachten, suïcidaliteit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Amygdala, hippocampus

A

angstreacties, leren en geheugen. Angstgevoelens, paniek, verminderde concentratie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

stimulatie van zorgt voor
5HT1a
5HT2a
5HT2c
5HT3

A
  • Antidepressief en anxiolytisch effect, misselijkheid
  • slapeloosheid, seksuele disfunctie. serotoninesyndroom (Misschien tegengaan antidepressief effect)
  • remming eetlust. (Misschien tegengaan antidepressief effect)
  • Misselijkheid en braken, diarree. In de chemotriggerzone en in de maag.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

SNRI
Venlafaxine, duloxetine

A

REMT SERT en NET
venla bij lage dosering alleen SERT, vanaf 150 mg ook NET
dulox over gehele bereik SERT en NET

zelfde bijw als SSRI, maar ook verhoging/verlaging bloeddruk
tachycardie
met name bij ouderen duizeligheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

TCA’s

amitriptyline, nortriptyiline, imipramine

A

Remming SERT en NET met verschillende affiniteit

werken op veel meer postsynaptische receptoren = meer bijwerkingen

Amitriptyline; gelijke affiniteit
Nortriptyline; vooral nor-adrenerg
Imipramine; Clomipramine; vooral seroton-erg. (worden bij angst gebruikt, want pathogenese berust hier op serotonerg systeem)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

bijwerkinging blokkade postsynaptische receptoren

A

H1; gewichtstoename, sedatie
alpa1; noradrenerge bijw, orthostatische hypotensie
m1; anticholinerge bijwerkingen: obstipatie, droge mond

Ongunstig bij ouderen, cardiovasculaire aandoeningen

Veel TCA zijn substraat voor CYP1A2, CYP3A4 en CYP2D6

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Mirtazapine alpha 2a antagonist

A

Blokkeert de presynaptische alfa-2 receptoren op serotonerge als noradrenerge receptoren.
(Stimulatie zorgt normaal voor remming neurotransmitters. Dus de blokkade zorgt voor meer neurotransmitters.)

Blokkeert ook: h1, 5Ht2c, 5HT3, 5HT2a. dus weinig serotonerge bijwerkingen

Wel groot risico op sedatie en toename eetlust-> gewichtstoename (10+ kg), meer lipiden en verstoorde glucosehuishouding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Bupropion

A

Remming NET en DAT (niet serotonerg)

Bijwerkingen zoals slapeloosheid, hoofdpijn, misselijk, droge mond, nervositeit, tremor, hogere bloeddruk en hartslag

Weinig sedatie en gewichtstoename. Verminderd seksuele bijwerkingen. Geregistreerd hulpmiddel bij stoppen met roken en obesitas.
Sterke remmer CYP2D6

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Vortioxetine

A

Agonist van de 5HT1a receptoren somatodendritisch en postsynaptisch. -> toename serotonine
Blokkeert 5ht1D presynaptisch -> remming wegwerken van serotonine afgifte -> toename serotonine
Blokkeert SERT (afhankelijk van de dosering tussen de 5-20 mg)

Verbeterd de cognitie (plannen, geheugenfunctie, leervermogen etc)
Minder seksuele bijwerkingen dan SSRI’s .
Het is nog in patent dus is duur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

MAO-remmers (bij TRD)
MAO A

niet combineren met SSRI vanwege serosyndroom

A

breekt serotonine, noradrenaline en dopamine en tyramine af.
Moclobemide (reversibel)
Fenelzine en tranylcypromine (irreversibel)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

MAO-remmers (bij TRD)
MAO B

A

afbraak dopamine en tyramide
Fenelzine en tranylcypromine (irreversibel) ->! tyraminearmdieet
Rasagiline, selegiline en safinamide (irreversibel)

17
Q

esketamine neusspray

A

NMDA-antagonist
Werkzaam voor therapieresistente depressie en acuut suïcidaal risico. Nog beperkt onderzocht en ook alleen onderzocht in combinatie met ander antidepressivum. Veiligheid op lange termijn onbekend. Heeft ook veel bijwerkingen, dus daarom alleen toegediend in klinische omstandigheid.

Veel bijwerkingen: duizeligheid, dissociatie, somnolentie, hypo-esthesie, misselijkheid, braken, hoofdpijn, bloeddrukstijging, tachycardie

Veiligheid lange termijn onbekend

Toedienen uitsluitend in klinische setting -> bloeddruk controle ervoor en erna

18
Q

respons

A

afname depressieve verschijnselen van 50 procent of meer

*Na 2 weken is het effect van een SSRI significant. Als patiënt dan geen respons heeft, is de kans op respons überhaupt klein.

19
Q

remissie

A

depressieve verschijnselen zijn in het geheel verdwenen (HAM-D score 0-7)

20
Q

doseringsverhoging

A

Bij minimaal effectieve dosering (=MED) heb je al ongeveer 80% van de receptoren bezet. Hogere dosering is dan vaak niet effectiever, wel meer bijwerkingen. Individueel kan dosis boven MED wel zinvol zijn, bv polymorfisme

21
Q

hoog risico onttrekkingsverschijnselen

A

heel hoog: tranylcypromine, phenelzine
hoog: paroxetine, TCA’s, venlafaxine
gemiddeld: citalopram, escitalopram, sertraline, duloxetine, vortioxetine
laag: fluoxetine, milnacipran
geen risisco: agomelatine
onduidelijk: mirtazapine, burpropion (wel lager dan TCA en SSRI)

21
Q

Risico op onttrekkingsverschijnselen:

A
  • Langdurig gebruik >6-8 weken
  • Relatief hoge dosering
  • Gebruik van bepaalde antidepressiva
  • Co morbiditeit paniekstoornis
  • Eerdere problemen met afbouwen
22
Q

soorten afbouwen

A

lineair of hyperbolisch
Hyperbolisch gaat meer geleidelijke met afname SERT bezetting
Vaak is laatste stukje afbouwen voor mensen lastig en dan kun je ondervangen met hyperbolisch afbouwen = omslachtiger dus in praktijk niet altijd gekozen

Advies altijd afbouwen SSRI’s en SNRI’s ; zijn er geen risicofactoren dan bouw je lineair af
Bij risicofactoren hyperbolisch afbouwen
Bij hogere dosering eerst naar minimale effectieve dosering

23
Q

aandachtspunten switchen:

A
  1. Farmacodynamische interactie: serotoninesyndroom
    SRI + MAO remmer niet combineren.
    Oplossing is wash-out van 4-5 t1/2 van middel A
  2. Farmacokinetische interactie: CYP-remming
    Niet remmer combineren met substraat
    Oplossing is insluipen middel B = langzamer opbouwen dan normaal
  3. Onttrekkingsverschijnselen
    Met name paroxetine, venlafaxine, TCA’s en irreversibele MAO-remmers
  4. Farmaceutische patiëntenzorg
    Snelle en effectieve therapie
    Eenvoudig switchschema
    Acceptabele veiligheid

crosstapering

24
Q

Suggesties switchen

A
  • Binnen SSRI of binnen SNRI, normale dosering en geen interacties: direct.
    *Let op bij paroxetine (onttrekking) en fluoxetine (lange t1/2)
  • SSRI -> TCA: cross tapering, let op FK interacties
  • SSRI -> venlafaxine, bupropion, mirtazapine: cross tapering, let op farmacokinetische interacties
  • SRI -> MAO-remmer: wash out van 4-5 keer de t1/2
25
Q

onttrekkingsverschijnselen symptomen

A

FINISH
Flu-like symptoms
Insomnia
Nauseau
Imbalance
Sensory disturbances
Hyperarousal

26
Q

5HT2c en H1 blokkade

A

gewichtstoename
risico metabole ontregeling

27
Q

Fluoxetine

A

Minst ontrekkingsverschijnselen door lange halfwaardetijd. Sterke remmer Cyp2d6

28
Q

sertraline

A

zeer zwakke remmer dopaminetransporter (DAT) (Goed bij Co-morbiditeit zoals cardiovasculaire aandoeningen/ bij qt interval verlenging)

29
Q

paroxetine

A

zwakke blokkade muscarine receptor (hoog risico ontrekkingsverschijnsel), sterke remmen Cyp2d6 (meeste gewichtstoename)

30
Q

citalopram

A

racemisch mengsel. S-citalopram is juist het effect en R-citalopram is bijwerkingen zoals H1-receptor blokkade en QT-verlenging.

31
Q

fluvoxamine

A

Nauwelijks toegepast meer, sterke remmer Cyp1a2 en Cyp2c19.