27 maart 2024 Flashcards
Negatie?
Ik ben een Belg
Ik ben geen Belg
Negatie?
Mijn buren maken veel lawaai
Mijn buren maken niet veel lawaai
veel –> altijd niet alir
late (tardy) X punctual
te laat X stipt (puctueel)
Te laat altijd “te” ile kullanilir
untidy X tidy
slordig=chaotish X georganiseerd
generous X stingy
vrijgevig X gierig
vrijgevig –> vrij geven `dan gelir
serious X cheerful
ernstig=serieus X vrolijk
hard working X lazy
een harde werker X lui
helpful X unhelpful
behulpzaam X niet behulpzaam
chauvinistic X egalitarian (esitlikci) / unbiased (tarafsiz)
chauvinistisch X niet fier op zijn land
niet trots op zijn land
fijn=?
tof=leuk
funny X humorless
grappig X geen gevoel van humor
loud X quiet
luid X stil
friendly X nasty (edepsiz) / cruel (merhametsiz)
aardig=vrindelijk X gemeen
respectful
respectvol
nervous X calm
zenuwachtig=nerveus X rustig=kalm
well behaved X naughty
braaf (brave) X stout
I think the Belgians are not stingy (2 forms)
Ik vind dat de Belgen niet gierig zijn
Ik vind de Belgen niet gierig
Turkey
Turkish
Turkije
de Turk(en)
India
Indian
India
de Indier(s)
France
French
Frankrijk
de Frans(en)
Poland
Polish
Polen
de Pool / de Polen
United Kingdom
British
Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittannië)
de Brits
USA
American
Verenigde Staten
de Amerikaans
China
Chinese
China
de Chinees / de Chinezen
Vietnam
Vietnamese
Vietnam
de Vietnamees / de Vietnamezen
I don’t find the Polish spontaneous (2 forms)
Ik vind (de) Polen niet spontaan
Ik vind dat (de) Polen niet spontaan zijn
I don’t think the Dutch are Burgundians
Ik vind dat Nederlanders geen Bourgondiers zijn
burada specific olarak “geen” kullanilir
I agree.
You’re right.
I see your point.
Daar ben ik het (niet) mee eens
Dus –>?
Toch –>?
Dus –> logisch conclusie
–> Altijd inversie
Toch –> contrast
Iedereen is stipt, DUS komt bijna niemand te laat op een afspraak
Ik hou niet van de zee, TOCH ga ik deze zomer met vakantie in Oostende
to complain
klagen over
In Belgie regent het veel, dus klagen de mensen veel over het weer
winner
de winnaar
hospitable, welcoming
gastvrij
to appear, to seem
oplijken
leek, leken,geleken (hebben)
to whistle
fluiten
maar Vs toch
maar –> normaal zin, niet inversie
toch –> inversie
Ik wil graag naar het feestje gaan, maar ik blijf thuis
Ik wil graag naar het feestje gaan, toch blijf ik thuis
Ik ben ziek (1) –> Ik blijf thuis (2)
Ik ben ziek (1) –> Ik blijf thuis (2)
(de reden=reason) (het gevolg=conclusion)
Het is buiten koud
Ik doe een jas aan DUS?
Het is buiten koud dus doe ik een jas aan
Ze heeft geen babysit
Ze kan niet naar de les komen
Ze heeft geen babysit DUS kan ze niet naar de les komen
I think the Belgians are a bit distant howewer I can’t complain about that
Ik vind dat de Belgen een beetje afstandelijk zijn toch kan ik daar niet over klagen
klagen –> altijd over
Hij vond geen werk, want hij sprak geen woord Nederlands
DUS ?
Hij sprak geen woord Nederlands dus vond hij geen werk
Ik ga vandaag niet met de fiets, want het heeft vannacht gevronen
DUS?
Het heeft vannacht gevronen dus ga ik vandaag niet met de fiets