1A Flashcards
lui
paresseux
paresseuse
nogal
plutôt
in tegenstelling tot
par contre
volk
gens, monde
rekeningen
le compte
une note
vrij veel
assez
veel geluk
bon chance
beaucoup de chance
veel te weinig
beaucoup trop peu
even weinig
aussi peu
vrij weinig
assez peu
niet genoeg
pas assez
slank
mince
eergisteren
avant-hier
uitgeven
dépenser
verdienen
gagner
financiële middelen
les moyens financiers.
ingreep
une intervention
frisdrank
le soda
la boisson fraîche
zoveel mogelijk
autant que possible
vorderen
avancer
sparen
épargner
vriendelijk
gentil
aimable
ook niet altijd de beste
ne sont pas toujours les meilleurs non plus
lijken (iemand lijkt jouw)
se sembler
bekwaam
doué(e)
hard
dur
vroeger
avant
snel
rapide
diensthoofd
le chef de service
uitgeven
dépenser
rijk worden (je wordt rijk, zich verrijken)
s’enrichir