Week 4 VO' s Flashcards

1
Q

Waardoor ontstaat het syndroom van down?

A

Door een trisomie 21:
- Niet erfelijke vorm = non disjunctie bij meiose

  • Erfelijke vorm = door translocaties
  • Mozaicisme
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Aan welke 3 criteria voldoet de definitie verstandelijke beperking?

A
  • Stoornis in intellectuele functies
  • Beperking in adaptieve gedrag
  • Voor het 18de levensjaar
    –> anders is het een niet aangeboren hersenletsel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welke 3 omstandigheden zijn belangrijk voor een goede interactie tussen ouder en kind?

A
  • Sensitiviteit van ouders
  • Emotionele beschikbaarheid ouders
  • Uitdaging
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Voor de infant mental health is er een DC: 0-5 score met 5 aspecten, welke zijn dat?

A

1) Klinische stoornissen (problemen kind)
2) Relationele context (algemene opgroei omgeving en ouder kind relaties)
3) Lichamelijke gezondheid
4) Psychosociale stressoren (roken ouders, stress etc.)
5) Ontwikkeling van competenties

B –> richt zicht op de sociale gezondheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat hebben kinderen met een autisme spectrum stoornis?

A
  • Beperkt in sociale communicatie (sluiten zich volledig af en kijken door je heen)
  • Stereotiep gedrag (fladderen met handen, teen- of voetzool etc)
  • Repetitief gedrag
  • Sensorische gevoeligheid (heel snel geprikkeld)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is een preverbaal trauma?

A

= Trauma in preverbale fase van kind
–> kind heeft hier geen actieve herinneringen aan dus kan hier ook geen woorden aan vuil maken
–> herinnering ligt vast in het lichaam

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly