Week 2 VO's Flashcards

1
Q

Hoe kan je anatomisch het rechter en linker atrium onderscheiden?

A
  • Rechter atrium heeft een stomp oor en heeft een getrabeculiseerde achterwand
  • Linker atrium heeft een vingervormige oor met een gladde achterwand
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe sluit het septum ovale bij de geboorte?

A

= Er komt lucht in de longen waardoor de druk in het LA toeneemt en hierdoor het septum primum tegen het septum secundum drukt.
–> sluiting foramen ovale.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat wordt er gedaan als er een transpositie is van de grote vaten?
Aorta en pulmonalis

A

Middels prostaglandines wordt de ductus botalli open gehoudenn (verbinding tussen deze vaten)

Ook wordt ervoor gezorgd dat de foramen ovale open blijft.

In tweede fase worden vaten weer op juiste manier tov ventrikels geplaatst.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is het verschil tussen het atriumseptum defect type l en type ll

A

n = Septum primum groei van dak van gemeenschappelijke atrium naar atrioventriculaire overgang. Hier sluit septum aan op atrioventriculaire opening.

Centraal in septum blijft een uitsparing open; ostium primum.
Kortere tijd later zal septum secundum dit gat dichten.

  • Type l = vlak boven atrioventriculaire kleppen defect –> kleppen vaak aangedaan –> oorzaak van veel groter probleem…
  • Type ll = meer centraal in atria –> weinig klachten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

ASD zorgt voor een Links-Rechts shunt, wat is dit?

A

= hoeveelheid bloed per tijdseenheid door de longcirculatie is groter dan de hoeveelheid bloed door de lichaamscirculatie

–> snelle ademhaling, grauw en bleek, zweterig, gefixeerde en gesplete 2de harttoon

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat heeft er effect op de splijting van de 2de harttoon?

A

= het verschil in tijdstip van het sluiten van de aortaklep en de pulmonalisklep

–> bij inspiratie neemt druk in thorax af en toevoer van veneuze bloed toe –> bloed komt in RA en RV –> uitpompen van toegenomen hoeveelheid bloed kost meer tijd waardoor bij inspiratie de pulmonalisklep later sluit.
(bij expiratie dus juist andersom)

–> effect van de ademhaling wordt veel minder bij een L-R shunt door een ASD. (geen tijdsverschil)
–> druk in pulmonaal arterie wordt wel hoger waardoor hardere toon!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Waardoor wordt het systolische ejectiegeruis veroorzaakt bij een ASD ll?

A

= door toegenomen bloedstroom door de opening van de pulmonalisklep –> deze is relatief te nauw –> relatieve pulmonalisstenose –> geruis tijdens uitdrijvingsfase van hart.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe wordt er middels een hartkatheterisatie een ASD ll gesloten?
Anders kan het namelijk leiden tot atriumfibrilleren of atriumflutter…

A
  • Vanuit v. femoralis en v. cava inferior wordt katheter opgevoerd naar rechter atrium
  • Via katheter wordt een plug ingebracht welke over het gat valt
  • Begeleiding vindt plaats mbv een echo van de slokdarm
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is de tetralogie van Fallot?

A

= Aangeboren hartafwijking met 4 spec kenmerken:

  • Overrijdende aorta
  • Ventrikelseptumdefect
  • Pulmonalisstenose
  • Rechter ventrikel hypertrofie
    –> positieve T-top op ECG
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is het verschil tussen centrale en perifere cyanose?

A
  • Centrale cyanose
    = komt door R-L shunt –> onverzadiging met zuurstof van arteriele bloed
  • Perifere cyanose
    = arteriele bloed is goed met O2 verzadigd maar er is verhoogde O2 extractie in weefsels
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe beoordeel je de ogen?

A

Van de laterale kant van de ogen, want binnenkant zit vast aan de neus.

Staan ogen dus lateraal omhoog; upsland
Staan ogen naar beneden; downsland

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is een epicanthus?

A

Huidplooi van bovenste ooglid hangt over binnenhoek van het oog heen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoe noem je een doorlopende wenkbrauw volgens Petrij?

A

= synophrys

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is de Hirschsprung ziekte?

A

Ziekte van het colon waarbij een deel niet geinnerveerd is.
–> heeft geen peristaltiek dus voedsel gaat hier ophopen..

Het niet geinnerveerde deel moet eruit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is het Noonan syndroom?

A

Het is een heterogene ziekte welke autosomaal dominant overerft
S –> klein, brede nek, stollingsstoornis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe kan je van meerdere genen dezelfde ziekte krijgen?

A
  • Als er een foutje in de pathway zit kunnen er dus op verschillende genen in die pathway een defect zitten. Doordat het defect op verschillende plekken zit kan het dus ook een beetje andere verschijnselen geven.
17
Q

Wat is het Bardet Biedl syndroom?

A

Twee verschillende allelen die je ziek maken = dubbel heterozygoot.
Tri-allelische overerving; je hebt perse dat derde allel nodig om ziek te worden…

Het is een autosomale rec ziekte
–> hierbij zie je niet vaak een lage penetrantie

S –> nachtblindheid

18
Q

Welke S passen bij het Waardenburg syndroom?

A
  • Gehoorverlies
  • Verandering in pigmentatie van huid, haar en ogen
    (dus witte pluk haar en vers oogkleur)
  • Bredere neusbrug of synophrys
19
Q

Wat is het Shprintzen 22q11 deletie syndroom?

A

Er zijn meerdere genen weg op chromosoom 22.

  • Kleine neusvleugels
  • Kleine rond iets lagere oren
  • Tetralogie van Fallot
  • Ptosis
20
Q

Wat moet je weten over het Smith-Lemli-Opitz
(SLO)?

A

Ontstaat door een tekort aan cholesterol waardoor je een aangeboren afwijking kan krijgen.